Niet eens een kilometerman, toch goud

EK baanwielrennen

Bij de EK in Berlijn wonnen de baanwielrenners acht medailles. Kirsten Wild en Jeffrey Hoogland waren de Nederlandse boegbeelden

Jeffrey Hoogland won zaterdag de kilometer-tijdrit op de Europese kampioenschappen in Berlijn. Foto Jens B’ttner/AP

De Nederlandse ploeg heeft de Europese kampioenschappen baanwielrennen in Berlijn afgesloten met acht medailles. Dat waren er net zo veel als vorig jaar in Saint-Quentin-en-Yvelines. Toen was Kirsten Wild met vijf medailles de grootverdiener. Ditmaal deelde de Zwolse baanwielrenster die status met Jeffrey Hoogland, die in de Duitse hoofdstad net als Wild drie medailles in de wacht sleepte, waaronder een gouden.

Hoogland was zaterdag de beste op de niet-olympische kilometer tijdrit. Eerder op de dag had hij op de teamsprint brons behaald, samen met Matthijs Büchli en Harrie Lavreysen. Vrijdag had hij al zilver gewonnen in het sprinttoernooi.

Hoogland zette op de kilometer een tijd neer van 1.00,700, net iets sneller dan de Duitser Joachim Eilers (1.00,733). De 24-jarige renner uit Nijverdal had pas zaterdagochtend besloten de kilometer te rijden. „Ik heb hetzelfde stuur als twee jaar geleden uit de doos gehaald”, herinnerde hij aan zijn eveneens gouden race op de kilometer tijdens de EK baanwielrennen van 2015. „En ik ben niet eens echt een kilometerman.”

In de finale ging Hoogland vanaf de start nog een keer voluit. „Ik weet dat ik het van de start moet hebben'', legde hij uit. „Ik moet een zo hoog mogelijke snelheid halen en die volhouden. Ik heb het geluk dat ik zoveel power kan leveren. Dat heeft me de overwinning gegeven.”

Verlamd na de tijdrit

Hoogland was tijdens de tijdrit zo diep gegaan en was zo vermoeid na zijn eigen race dat hij niet eens kon juichen toen na de rondgang van de Fransman Quentin Lafargue (derde tijd) bleek dat de Europese titel binnen was. „Ik voelde me verlamd, ik kon niets meer”, zei Hoogland bij de NOS. „Ik hoorde de mecanicien en de verzorger zeggen dat ik Europees kampioen was, maar ik zat zo stuk. Ik kon niks doen.”

Wild was zaterdag goed voor zilver op het omnium – achter de Britse titelverdedigster Katie Archibald – en voegde daar zondag nog een medaille aan toe door met Amy Pieters brons te behalen op de koppelkoers, een onderdeel dat in 2020 in Tokio op het programma staat bij de Olympische Spelen.

Koppelkoers

De overwinning in de koppelkoers ging naar het Britse koppel Elinor Barker en Eleanor Dickinson. De Ierse rensters Lydia Boylan en Lydia Gurley pakten het zilver. Wild eindigde vorig jaar ook als derde, toen nog met Nina Kessler. Na de eerste wedstrijd die ze samen reed met Pieters, zei Wild bij de NOS: „We rijden pas heel kort samen en als je dan ziet waar we nu staan, op een olympisch onderdeel. Dan zijn we tevreden.”

Donderdag, op de openingsdag van de EK, had Wild de niet-olympische afvalkoers al gewonnen. Ze prolongeerde op indrukwekkende wijze haar Europese titel en kwam tegen haar zeventien concurrenten geen moment in de problemen. De Russin Jevgenia Augustina had in het beslissende een-tegen-een-gevecht zelfs niet de kracht meer om de strijd om het goud aan te gaan.

De andere Nederlandse medailles in het Velodrome van Berlijn waren voor de teamsprintsters Kyra Lamberink en Shanne Braspennincx (brons) en voor Reinier Honig en Jos Pronk op het onderdeel stayeren (zilver). Eind februari kunnen de Nederlandse baanwielrenners hun EK een goed vervolg geven in eigen land, tijdens de WK in Apeldoorn. (ANP)