Met de vorige ruiter won het paard wél

Wie: paardenhandelaar Seamus O’Grady tegen de Maleisische ruiter Praveen Nair Mathavan

Waar: voorzieningenrechter Amsterdam

Kwestie: O’Grady wil ruiter van beider paard af

De tegenstelling is groot. De Ier Seamus O’Grady is een forse man van middelbare leeftijd die je in gedachten zo op laarzen door een modderige paardenstal ziet banjeren. Hij is in spijkerbroek naar de rechtbank in Amsterdam gekomen. Zijn opponent in de rechtszaal, Praveen Nair Mathavan, is een tengere twintiger van Maleisische komaf met een bijna aristocratische uitstraling. Hij draagt een strakgesneden donkerblauw pak.

Samen zijn ze, ieder voor de helft, eigenaar van Jaipur, een achtjarige ruin. O’Grady handelt in paarden en bezit er een tiental. Mathavan is de vaste ruiter van Jaipur en bezit nog één ander paard.

Terwijl de rechtszaak in Amsterdam begint, staat Jaipur in Maastricht op stal. Mathavan stond daar tot voor kort ingeschreven als student economie. Voor springwedstrijden wordt het paard de hele wereld over gevlogen. Mathavan komt met Jaipur uit in concoursen in zowel Europa als Azië.

Het gedeelde bezit van een wedstrijdpaard is niet ongebruikelijk. Eigenaar en ruiter hebben dan beiden belang bij waardevermeerdering door goede prestaties.

Maar tussen de eigenaren van Jaipur is daarover onenigheid ontstaan. O’Grady eist in kort geding dat Mathavan stopt met trainen en berijden van Jaipur. Volgens hem zijn de resultaten op springwedstrijden hard gedaald sinds Mathavan de vaste berijder is geworden. „De vorige ruiter viel veertien van de negentien deelnames in de prijzen”, zegt O’Grady’s advocaat Eddy Kolkman. „De hoogst bereikte positie door Mathavan is de zeventiende plaats.”

Mathavan kan volgens Kolkman zó slecht met Jaipur omgaan dat het paard herhaaldelijk „de balk tegen de benen krijgt of helemaal vast komt te zitten in een hindernis”. Daardoor is „het zelfvertrouwen van het paard sterk gedaald en zijn rijdbaarheid afgenomen”. Als gevolg van de slechte resultaten is de waarde van het springpaard gekelderd, stelt Kolkman. De ruin is in 2016 verkocht voor 100.000 euro, maar zou volgens taxateurs die O’Grady heeft ingeschakeld nu niet meer waard zijn dan 1.500 euro.

In deze procedure vraagt O’Grady een snelle beslissing. Advocaat Kolkman: „De beste jaren van een springpaard liggen tussen zijn negende en zestiende. Jaipur wordt in januari 2018 negen.”

Ook háár cliënt had op betere resultaten gehoopt, zegt Caroline Buisman, de advocaat van Mathavan. Maar in tegenstelling tot O’Grady ziet Mathavan vooruitgang. Hij heeft de helft van Jaipur indertijd verworven omdat hij met het paard wil uitkomen op de Asian Games in 2018. Daar werkt hij naar toe. Voor zijn aandeel heeft hij in 2016 50.000 euro betaald. Geld dat hij desgevraagd zegt verworven te hebben met springwedstrijden in Maleisië. Als „zeer talentvolle ruiter” wordt Mathavan daar „op handen gedragen”, zegt zijn advocaat Buisman. Ze meent dat Mathavan in 2016 te veel geld heeft betaald voor het paard dat „altijd een lastig karakter heeft gehad”.

Buisman: „Problemen met hem zijn al begonnen voordat mijn cliënt, – sorry dat ik het zeg, een 20-jarig jongetje – hem kocht”. Haar cliënt is „jong en welvarend” en daardoor ook „kwetsbaar voor misbruik”.

Het lastige is dat de eigenaren geen harde afspraken over te bereiken resultaten hebben gemaakt. O’Grady verwijt Mathavan dat hij tekortschiet, maar op basis waarvan wordt niet helder. Er was een gezamenlijk streven naar „waardevermeerdering” stelt Kolkman, maar daarover is niets vastgelegd. Volgens hem betekent dat „in ieder geval” dat Jaipur hoger moet springen dan het geval was bij de verkoop. Maar hij zegt dat Jaipur nog altijd voornamelijk over hindernissen springt op 1,20 meter. En dat, legt hij uit aan de rechter, doet zijn 11-jarige dochter ook.

De rechter stelt dat van een wanprestatie door Mathavan geen sprake is, omdat er geen concrete afspraken zijn gemaakt over de resultaten van het trainen, berijden of deelnemen aan concoursen. Mathavan mag Jaipur blijven rijden.