Column

Ik wilde graag de beste mensen (m/)

‘Ik had graag meer vrouwen willen hebben. Maar uiteindelijk geldt: we gaan voor de beste mensen.” Zo verdedigde Mark Rutte het opmerkelijke feit dat zijn nieuwe kabinet verhoudingsgewijs minder vrouwen telt dan het vorige. Geen stap vooruit, richting werkelijke gelijkwaardigheid, maar een stap achteruit.

Het aandeel vrouwelijke ministers daalt dus, maar er zijn in elk geval nog vrouwelijke ministers. Weet u hoeveel vrouwelijke hoofdredacteuren van landelijke dagbladen we hebben gehad sinds de jaren zestig? Eén. Hoeveel vrouwelijke CEO’s er momenteel zijn bij beursgenoteerde bedrijven in ons land? Twee. Het aandeel vrouwen in de raden van bestuur van deze beursgenoteerde bedrijven is 6,2 procent. Dat is nog lager dan in 2016, toen het op 7,1 procent lag.

In de Dutch Female Board Index van dit jaar wordt een ontluisterend beeld geschetst van de positie van de vrouw in de top van de 85 Nederlandse bedrijven die genoteerd zijn bij Euronext Amsterdam. Slechts 6 van de 85 voldeden aan het wettelijk vastgelegde streefgetal van 30 procent vrouwelijke vertegenwoordiging in raden van bestuur en raden van commissarissen.

Overigens was het aandeel vrouwelijke bestuurders in 2016 ook weer 0,7 procent lager dan in 2015. Dat kwam doordat in 2016 van de 26 benoemde nieuwe bestuurders er nul vrouw waren. Nul.

De fundamentele waarheid is dat vrouwen in Nederland niet dezelfde kansen hebben als mannen. Dat van gelijke behandeling alleen op papier sprake is. Vijftig jaar na de actiegroep Man Vrouw Maatschappij en 25 jaar na de Algemene wet gelijke behandeling is er nauwelijks iets veranderd aan de achterstelling van de vrouw op de arbeidsmarkt. We hebben gelijkwaardigheid in de wet verankerd en belijden haar graag met de mond. Maar als het erop aankomt, doen we evidente gevallen van ongelijke behandeling schouderophalend af. Het is reuzefijn dat we gelijke betaling nu beter regelen dan voorheen. Maar wat helpt dat als we niks doen aan gelijke loopbaankansen? Dat de beste kandidaat ‘toevallig’ altijd een man blijkt te zijn? En we protesten daartegen afdoen als ‘gezeur over bijzaken’?

Ik heb een dochter. Tien jaar is ze nu. Ze barst van de plannen voor de toekomst. Ze wil advocaat worden, en daarna premier. Of misschien wel hoofdredacteur van een krant. Of CEO van een groot bedrijf. Moet ik dan tegen haar zeggen: „Vergeet het maar lieverd: in Nederland worden vrouwen geen premier of hoofdredacteur of CEO. Ze worden zelfs geen lid van een raad van bestuur van een beursgenoteerd bedrijf. Dat is mannenwerk”? Ik dacht het niet. Mijn dochter heeft recht op grote dromen. En recht op het waarmaken van die dromen.

Als er niet snel iets verandert, zal ik haar aanraden te doen wat vrouwen in IJsland deden. Op 24 oktober 1975 legden alle vrouwen in dat land een dag lang het werk neer om te protesteren tegen ongelijke behandeling. Van leraressen tot huisvrouwen, allemaal deden ze een dag lang niets. Mannen waren door deze gebeurtenis blijkbaar zo getraumatiseerd dat ze onderling nog altijd spreken over „De Lange Vrijdag”. Het loste uiteraard niet in een keer alle problemen van achterstelling op. Maar een jaar later was gelijke behandeling wel in de wet verankerd. En vijf jaar later had het land een vrouwelijke president.

If you can’t make them see the light, you’ve got to make them feel the heat.” Leg dus desnoods het land maar plat. Tot er eindelijk iets verandert. Want zoals het nu gaat, kan het niet langer.

is hoofdredacteur van opiniesite Jalta.nl. Hij studeerde politicologie en filosofie.