Hij is de alleenheerser van de cross, zelfs gehavend

Wereldbeker veldrijden

Mathieu van der Poel won in Koksijde al voor de negende keer dit seizoen. „Het lijkt wel alsof hij dat zand niet voelt.”

Veldrijder Mathieu van der Poel op een van de zware zandstroken in het duingebied van Koksijde, aan de Vlaamse kust. Foto David Stockman/HH

Koning van de Noordduinen, grootmeester van het veldrijden, de vliegende Hollander. Speaker en toeschouwers vechten om superlatieven, deze zondag in het winderige duingebied van Koksijde, aan de Vlaamse kust. Ze proberen onder woorden te brengen wat ze zien gebeuren als veldrijder Mathieu van der Poel voorbij komt razen, dominant als dit hele seizoen, wat heet: elf starts, negen overwinningen, alleen afgelopen zaterdag in Boom (valpartij) en een week eerder in Ardooie (hij ontbrak) kwam hij niet als eerste over de streep. Voor de concurrentie om gek van te worden.

Heel even zullen ze zich rijk hebben gerekend, aan de vooravond van de Vlaamse Duincross, derde wedstrijd om de wereldbeker: zaterdagnamiddag maakte de alleenheerser van veld en modder een zeldzaam stuurfoutje tijdens de Superprestigecross van Boom. Hij nam een bochtje te krap, botste met zijn schouder op een stuk hekwerk en smakte op een nare manier tegen de grond. Met een stekende pijn in schouder en rug hervatte hij de wedstrijd en vocht hij zich terug naar plaats vier. Hij kon het zich niet permitteren de race rustig uit te rijden. Als leider in zowat alle regelmatigheidsklassementen moet hij week in week uit tot het gaatje gaan. Noem het de vloek van de veelwinnaar.

Niet starten is geen optie

Na de wedstrijd voelde Van der Poel zijn schouder stijf worden. Van een valpartij krijgt een lichaam altijd een optater. En dus nam hij geen risico en liet hij zich zaterdagavond door een fysiotherapeut onder handen nemen. Die tapete de gebutste spieren en gewrichten strak in, zodat het zaakje geen kant op kon. Want op zondag werd er hoe dan ook weer gefietst, niet starten is in zijn hoofd geen optie. Bovendien won Van der Poel de cross in Koksijde nog nooit. Er stond dus meer op het spel, het ging ook om de eer. Van der Poel wil altijd en overal de beste zijn: in het veld, op de weg, op een mountainbike, en hij doet dat met succes. Met of zonder pijn. Moeder Corinne: „t’Is een harde hè.” Vader Adrie: „Hij gaat zijn eigen gezondheid echt niet in gevaar brengen. Alleen dat zand kan nog wel eens lastig worden.”

De Duincross van Koksijde, vorig jaar nog afgelast vanwege storm, is er eentje vol zandstroken die van veldrijders een boel vaardigheden vragen: explosieve kracht om zich door het mulle zand te ploeteren, uithoudingsvermogen om dat een uur lang vol te kunnen houden, stuurmanskunst en ware acrobatiek om niet stil te vallen als het frame haaks op de ondergrond komt te staan. En dan nog tactiek: hoe krijg je het voor elkaar om niet in het gedrang te komen en je eigen lijnen te blijven rijden? Van der Poel had daar het enige juiste antwoord op: vanaf het startschot alleen op kop rijden. Niemand die je dan nog in de weg zit. En zo ging het.

Crossgekke zuiderburen

Gekleed in een maagdelijk wit wielerpak zet de 22-jarige Nederlander, geboren en woonachtig in België en daarom ook zo geliefd bij de crossgekke zuiderburen, zich na het startschot aan kop van de race. Je zou denken: man, doe het rustig aan met die schouder, maar neen, Van der Poel gaat er als een dolle stier vandoor en na drie ronden wedstrijd, 21 minuten, is de wereldbekercross in Koksijde een gelopen race. Zijn voorsprong pakt hij op de meest technische stukken, schuin aflopende duingrond met decimeters diep, zwaar aanzuigend zand, ronduit naar om op te fietsen voor een gewone sterveling.

Alle concurrenten, lees iedereen, moeten daar even van de fiets om de wedstrijd lopend te vervolgen, maar niet Van der Poel. Hij stoot en snuift het snot uit zijn neus, buigt zich als een slangenmens over zijn stuur, doet zand van zijn achterwiel afspatten alsof hij op een opgefokte crossmotor zit. Vlaamse toeschouwers likken hun vingers erbij af, hoewel landgenoot Wout van Aert, de regerend wereldkampioen, op een straatlengte wordt gereden. Hij – „Mathieu is een goede zandrijder” – eindigt als derde. Lars van der Haar – „Mathieu liet zien wie de baas is” – wordt tweede.

Van der Poels heerschappij

„Hij voelt dat zand niet”, stelt toeschouwer Gerrit van Roosendael vast. En verdomd, daar lijkt het op. Na een startschot voelt Van der Poel überhaupt niets meer.

Een steward, vlak na de finish: „Mag ik ’s iets vragen? Wie heeft er eigenlijk gewonnen?” Het lachsalvo dat volgt zegt alles over Van der Poels heerschappij. Zelf zegt hij na afloop: „Bij de junioren kon ik mijn niveau een seizoen lang vasthouden. Dat zal nu ook wel lukken.”

En zijn seizoen is pas een kwart onderweg.