En mannen, wat nu? Het loopt nog geen storm op #IHave

Seksuele intimidatie

Mannen beginnen zich geleidelijk uit te spreken over seksueel ongewenst gedrag en hun eigen aandeel daarin. Maar een heksenjacht op wie over de schreef gaat, kan volgens experts averechts uitpakken.

Foto iStock

Een jongen met pet en dreadlocks fluistert iets naar een meisje met lang blond haar dat langsloopt. De avances vallen op deze drukke vrijdagavond weg in het geroezemoes van de Witte de Withstraat. Misschien heeft ze hem niet gehoord? Is ze niet van hem gediend? Hoe dan ook, ze wandelt door. Met dubbele tong roept hij haar na. „Loop maar door, met je kaulo blonde haar!” Het is beledigende straattaal.

Wie een avondje meeloopt in het uitgaansleven van Rotterdam, treft veel mannen die het niet oké vinden denigrerende opmerkingen te maken naar passerende meisjes. Die weten dat je vrouwen niet zomaar hoort aan te raken op onbetamelijke plekken. Mannen wie het probleem van seksuele intimidatie aan het hart gaat. Die op de hoogte zijn van de #MeToo-campagne, waarin talloze vrouwen afgelopen week hun verhaal openbaarden over die keer (of keren) dat een man haar grenzen overschreed.

Maar diezelfde mannen in en om de cafés en disco’s aan de Witte de Withstraat, op de Nieuwe Binnenweg en rond het Stadhuisplein zeggen vaak ook dat zij zich niet aangesproken voelen. Dat ze bij de mannen in hun omgeving nooit onfris gedrag zien. En dat het ook gewoon per vrouw verschilt wat je kunt maken en wat niet. Sommigen vinden #MeToo eigenlijk maar een opgeblazen hype.

Wat hebben de #MeToo-vrouwen bereikt met hun publieke coming-out als slachtoffer van seksuele intimidatie? Dringt hun boodschap door tot mannen? Of verdwijnt straks samen met de hashtag ook de man die belooft zichzelf te verbeteren weer van het toneel?

Het is zichtbaarder en voelbaarder

Ja, de boodschap dringt door, lijkt het voorzichtige antwoord. En nee, snel gaat dat niet. „Maar de morele bordjes zijn nu echt verhangen: het gelijk is bij de andere partij gekomen”, zegt socioloog Paul Schnabel, oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hoogleraar Ellen Laan, psycholoog en seksuoloog: „Mannen krijgen het meer door, ook al is het iets waar ze zelf geen last van hebben.” „Het is zichtbaarder en voelbaarder”, zegt Marianne Cense, onderzoeker bij kenniscentrum Rutgers, „maar inderdaad: als je bedenkt dat dit al sinds de jaren tachtig op de agenda staat, duurt het wel lang”. Huisarts en seksuoloog Peter Leusink: „Het is een beweging die langzaam op gang komt.”

Mannenpraat vind ik oké. Als je bij bier over vrouwen staat te praten, doe je dat niet serieus. Je kunt zeggen dat je een vrouw op tafel wilt gooien om haar een beurt te geven, maar in het echt doe je zoiets natuurlijk niet.” (Jan, wil net als sommige andere geïnterviewden zijn achternaam niet geven)

„Onbewust maak je je toch wel schuldig aan kleedkamerpraat. Als je met de jongens onder elkaar bent.” (Martijn Kok, 34)

De belangrijkste reden voor de trage bewustwording: mannen en vrouwen spreken niet dezelfde taal als het gaat om fysiek grensoverschrijdend gedrag. Marianne Cense: „In interviews met ons zeggen meiden: ik wil een jongen met lef, maar hij moet wel mijn grenzen kennen. Ga daar maar aanstaan, als jongen van negentien: wat wil ze nou? Het is een fuzzy gebied waar we het over hebben.” Peter Leusink: „Mannen hebben ook simpelweg minder taal dan vrouwen, ze verhullen hun onzekerheid dan door stoer gedrag. Ik praat het niet goed, maar zo is het wel.”

Vanwege die moeizame communicatie is het van belang dat niet alleen – of niet zozeer – de vrouwen, maar ook mannen zich uitspreken. Hoogleraar Ellen Laan: „Mannen nemen vooral mannen serieus: voor mannen zijn andere mannen rolmodellen. In de media zie ik de laatste dagen vaker mannen die positief reageren. Dat is fijn, want dat is echt belangrijk.” Peter Leusink: „Het gaat traag, maar toch: er zijn al langer mannen die signalen afgeven. Die zeggen: ‘Zo zijn wij niet. Dit ben ik niet.’”

„Ik vind het een te algemeen verhaal. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een verkrachting en het naroepen van een vrouw op straat.” (Egon)

Het loopt geen storm op de hashtag #IHave, waar mannen zich uiten als dader met spijt. Dat verbaast niemand. Marianne Cense van Rutgers: „Het is nogal wat: bekennen dat je een grens over bent gegaan.” Peter Leusink: „Het is erg moedig, en het is een belangrijke stap, maar ik snap wel dat zich daar vrijwel geen mannen melden. Dan word je compleet onderuitgehaald.”

„De discussie nu werkt polariserend. Het moet geen situatie worden waarin er alleen nog een voor en een tegen is, een soort zwartepietendiscussie.” (Martijn van der Voorden, 36)

Behalve zich uitspreken moeten mannen ook worden aangesproken – maar wel met een zeker begrip. Een heksenjacht werkt averechts. Ellen Laan: „Mannen die zelf geen grenzen overschrijden, moeten tegen andere mannen durven zeggen: ‘Joh, hou toch op.’” Peter Leusink: „Geloof me: er zijn ook jongens met een paar biertjes op die zich misdragen in de kroeg die de volgende dag spijt hebben, die schamen zich wel degelijk. Maar als je zulke jongens met hoon overlaadt, dan kruipen ze in hun schulp. Dan gaan ze zich op hun beurt slachtoffer voelen. En zijn ze niet meer aanspreekbaar op hun gedrag.”

„Er iets van zeggen als je ziet dat iemand iets doet bij een vrouw wat niet oké is, zou ik misschien wel doen. Maar je weet het niet. Het is ook niet makkelijk. Er kleeft een gevaar aan: als je de verkeerde treft, kan je in elkaar worden geslagen.” (Jan)

Wat werkt: mannen niet aanvallen, of dat nou in de media, op het werk of in de kroeg is, maar ze een ideaalbeeld laten zien. Peter Leusink verzorgt workshops over mannen en emancipatie, hij merkt dat daar geregeld. „Mannen zijn niet één homogene groep, hè. Wij zien dat je gedrag kunt veranderen als je kleinschalig te werk gaat. Je stelt in zo’n workshop wel het gedrag van mannen ter discussie, maar niet hun persoon. Ook geef je voorbeelden, bijvoorbeeld de man die een dag minder werkt om voor de kinderen te zorgen. ‘Ja natúúrlijk wil ik mijn kinderen zien opgroeien’, zeggen ze dan. Zo kun je mannen ook leren hoe ze anders met onzekere seksuele gevoelens en met vrouwen om kunnen gaan zonder hun manlijkheid te verliezen.”

Het heet de gender-transformative approach: bepaalde stereotiepe patronen van mannen en vrouwen ter discussie stellen. Marianne Cense van Rutgers: „Emancipatie heeft niet alleen een stijgende lijn, helaas. Dus wat werkt dan wel? Ik denk dat we de afgelopen jaren te weinig aandacht hebben gehad voor jongens en hun geworstel.” Ellen Laan: „Het is niet zo dat vrouwen zwakke oestrogeenwezens zijn en mannen testosteronbommen. Maar we sturen ze allebei wel die kant op. Mannen moeten stoer zijn, vinden we. Maar het maakt ze minder aardig. En ook minder goede minnaars, trouwens.”

„Het is goed dat vrouwen elkaar nu aanstoten om naar buiten te komen met hun verhaal. En het is goed voor bewustwording onder mannen. Ik had het ook toen ik van de week op mijn Facebook-timeline keek. Een paar vrouwen hadden hun #MeToo-verhaal gedaan. Wauw, dacht ik toen wel. You too?” (Bas, geneeskundestudent, 29)

Het verhangen van morele bordjes gebeurt vaker, maar altijd kost dat tijd. Paul Schnabel: „Onechte kinderen, alleenstaande ongehuwde moeders: die situaties zijn uiteindelijk van schuld en schaamte ontdaan.”

In de kwestie van fysiek grensoverschrijdend gedrag speelt vooral de toegenomen autonomie van de persoon een rol, zegt hij: „Daar zijn we als maatschappij steeds gevoeliger voor geworden. Niemand is meer iemands eigendom, we zijn allemaal autonome wezens. Dus als je iets wilt van een vrouw, dan vraag je dat.”

„Ik heb een probleem met seksuele intimidatie die voortkomt uit een machtspositie, binnen een organisatie bijvoorbeeld. Niet met een onhandige versierpoging in de kroeg.” (Imre van Delft, 30)

Paul Schnabel: „Ik ben optimistisch. De schaamte van vrouwen kan worden omgezet in de eis aan mannen om verantwoordelijkheid te nemen, dat wordt weleens onderschat in onze samenleving. Tegelijk: dat van macht ook misbruik wordt gemaakt, is van alle tijden. En dat verandert zomaar niet.”