Een hoogopgeleide golden retriever

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: Koa, hulphond in opleiding en universiteitsmascotte.

Op een stralende herfstochtend zit Camden Olsen, een derdejaarsstudent, in kleermakerszit midden op het grasveld van de campus. Bij haar voeten ligt een prachtige golden retriever. Als ik dichterbij kom, zie ik waar ze mee bezig is. Ze prikt in haar vinger tot er een druppel bloed uit komt. Dan leest ze in een apparaatje haar bloedsuikerspiegel af en noteert het in een schrift.

De echte student is niet Camden, maar haar hond Koa. Ze leidt hem op tot hulphond voor mensen met diabetes.

„Toen Koa vier maanden was, begon ik hem te trainen, met monsters van mijn speeksel”, legt Camden uit. „Nu krabt hij met zijn poot aan mijn arm wanneer mijn bloedsuikerspiegel te hoog of te laag is.”

Camden is er dag en nacht mee bezig, en Koa ook. Hij slaapt in haar studentenkamer en gaat mee naar alle colleges. „Toestemming hiervoor kreeg ik niet zomaar”, vertelt ze. De universiteit, die erom bekend staat alles goed te vinden, trok hier een grens. Zij was welkom, maar haar hond niet. Camden weigerde vervolgens aan haar studie te beginnen. Het kostte haar anderhalf jaar om haar plan om een hond op de campus te trainen goedgekeurd te krijgen. Inmiddels kan geen Princeton-student zich nog een leven voorstellen zonder Koa, de universiteitsmascotte.

Camden was gewend om niet op te geven. Sinds ze als zevenjarig meisje in Chicago een documentaire zag over hulphonden, wilde ze niets liever dan zelf zo’n hond. Maar het mocht niet van haar ouders. Ze gaf haar droom echter niet op. Zo gauw ze klaar was met school, ging ze naar haar grootmoeder in Maine, die haar missie wel serieus nam. Daar mocht ze meelopen op een hondenopleidingsinstituut.

Inmiddels heeft Camden eigenhandig op scholen in de omgeving een programma opgezet om kinderen met gedragsproblemen te helpen. Het is nu al een succes. Ze gebruikt de gegevens van de leerkrachten en haar eigen observaties voor haar afstudeerscriptie in de ecologie en evolutionaire biologie. Ze is van plan na haar studie een instituut op te zetten, waar onderzoek en training aan elkaar gekoppeld zijn. Ik zie het haar zo doen.

Het is niet moeilijk in Camden de koppige zevenjarige te zien. Haar ouders hadden geen vermoeden wat voor natuurkracht in het meisje verborgen zat. Haar verhaal doet me denken aan dat van componist en pianist Leonard Bernstein. De jonge Leonard had grote affiniteit met de klezmermuziek die hij op de radio hoorde, maar zijn vader vond een carrière in de muziek onacceptabel. Hij werkte hem aan alle kanten tegen. Jaren later, toen zijn zoon wereldberoemd was, verontschuldigde zijn vader zich voor zijn terughoudendheid. „Hoe kon ik ook weten dat mijn zoon later Leonard Bernstein zou worden?”

Camden kijkt op haar horloge en springt op. „Mijn college begint zo”, zegt ze. Koa begint te kwispelen. Ik kijk hen na terwijl ze over het grasveld naar de collegezaal loopt. Een groepje studenten loopt achter hen aan. Allemaal willen ze Koa aaien.

„Koa vindt het heerlijk om vakken te volgen”, roept ze me toe. „Volgend jaar krijgt hij ook zijn biologiediploma.”

Reacties naar pdejong@ias.edu