De lessen die Liberia leerde na de ebola

Liberia

Waar het geld voor bestrijding van ebola is gebleven, is onduidelijk. Maar artsen en verpleegsters zeggen beter voorbereid te zijn.

Victoria Topay en kinderen thuis in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De lege stoelen zijn van haar man en andere familieleden die aan ebola overleden. Foto Ahmed Jallanzo/EPA

Toen ebola drie jaar geleden deze rubberplantage ten oosten van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia bereikte, stapelden de besmette lichamen zich op rond de muren van een kleine geboortekliniek. „Er lagen er drie onder die boom”, wijst hoofdverpleegster Tracy Wleh-Wehleh naar het dampende oerwoud buiten. „En drie hier binnen. En twee daar. Lichamen overal waar ik kon kijken.”

De hoofdverpleegster is een goedlachse en diepgelovige vrouw. Elke zin eindigt ze met een dankwoord voor de hogere krachten die haar het lot bespaarden van veel van haar collega’s. Onder de 4.810 doden die na de ebola-uitbraak werden geteld in Liberia, waren 192 verplegers en artsen. Hulpverleners verloren familie, vrienden en collega’s. „Bij de gratie Gods, heb ik de epidemie overleefd”, zegt ze. „Ik ben een overlever.”

Maar ook al liepen zij de grootste risico’s, de plaatselijke verpleegsters en artsen zagen weinig terug van de 900 miljoen euro aan buitenlandse donaties die Liberia ontving na de ebola-uitbraak. Volgens een berekening die het tijdschrift Newsweek al in 2015 maakte, een jaar na het begin van de uitbraak, kwam nog geen 2 procent van dat hulpgeld bij de Liberiaanse verpleegsters terecht. Het meeste ging naar buitenlandse hulporganisaties en ingevlogen buitenlandse specialisten en artsen. Het Amerikaanse leger stuurde behalve artsen ook nog 4.000 mariniers. Groot-Brittannië stuurde 750 soldaten.

Bonus

„Nee, ik ben geen miljonair geworden”, lacht Wleh-Wehleh. Ze kreeg een eenmalige bonus van 1.000 euro en verdient nu 150 euro per maand. Haar vier collega’s in de geboortekliniek zeggen dat ze de bonus nooit hebben ontvangen.

Ebola kon zich als een veenbrand over West-Afrika uitbreiden omdat de gezondheidszorg in de zwaarst getroffen landen Liberia, Sierra Leone en Guinee te zwak was om verspreiding van het virus te stoppen. Liberia beschikte over twee ambulances en had één dokter per 70.000 inwoners. Drie jaar later komen zelfs de hoogste ambtenaren bij de regering tot de conclusie dat de meeste ziekenhuizen er net zo slecht aan toe zijn als vóór ebola.

„Al het geld ging op aan tijdelijke opvang, aan tenten en behandelcentra voor ebola. We hebben opvangcentra gebouwd die werkelijk niet één ebola-patiënt hebben gezien”, verzucht dr. Mosoka Fallah van het Nationaal Gezondheidsinstituut in Monrovia. De eerste 900 Amerikaanse soldaten arriveerden pas eind oktober 2014. Ze bouwden maar liefst zeventien behandelcentra voor ebola.

Geen bonnetjes

„Tegen die tijd was de ziekte al grotendeels onder controle”, zegt Laura Skrip, die voor Yale University onderzoek doet naar de oorzaken van dit soort epidemieën. „Veel van het geld dat voor ebola opzij was gezet, werd niet gebruikt en later ingezet om het zika-virus te bestrijden.”

Maar ook het geld dat wel in Liberia bleef, raakte zoek. Een speciale onderzoekscommissie probeerde vijftien miljoen euro te traceren van de directe begrotingssteun die de Wereldbank aan de regering van vertrekkend president Ellen Johnson-Sirleaf gaf voor de bestrijding van ebola. De president gebruikte het geld onder meer om soldaten naar Dolo Town te sturen, die het dorp hermetisch afsloten van de wereld. Dolo Town werd een ebola-gevangenis. Maar het ministerie van Defensie heeft sindsdien geen enkele bon kunnen overleggen die laat zien hoe het geld werd besteed. De politie en de immigratiedienst evenmin.

Volgens voorzitter Winsley Nanka van de Algemene Rekenkamer deelde de regering 1,8 miljoen euro uit aan gevarengeld voor verplegers en verpleegsters, zonder te controleren of de ontvangers wel contracten hadden. „Er wordt gezegd: het was een noodsituatie, we moeten mensen redden. Maar dat is geen excuus om zomaar geld te verspillen”, zegt Nanka in zijn kantoor in Monrovia. „En wat hebben we nu nog over van al dat geld? De uitbraak is gestopt, maar dat is dan ook alles.”

We weten wat we moeten doen

Maar daar denken de artsen in het veld anders over. Ze zijn nu op de volgende uitbraak voorbereid, zeggen ze. „We weten nu wat we moeten doen”, zegt verpleegster Wleh-Wehleh. De regels zijn aangescherpt. Zieke patiënten nooit met blote handen aanraken. De hele dag de handen wassen. „Bij een volgende uitbraak zullen er veel minder doden vallen.”

Ebola kwam sinds 2014 nog drie keer terug, maar Liberia wist die uitbraken af te wenden zonder grootschalige besmetting. Volgens Mosoka Fallah is dat succes ook te danken aan een nieuw laboratorium in het Nationaal Gezondheidsinstituut, waar virussen onmiddellijk onderzocht kunnen worden.

„We zijn drie keer getest, en we zijn geslaagd”, zegt Fallah. „Bij dit soort crises zie je dat de wereld eerst in paniek schiet, maar niet lang daarna weer onverschillig wordt. Het is een vicieuze cirkel waar we voor moeten waken. Wij hebben onze lessen met ebola wel geleerd.”