Cécile McLorin Salvant zingt zonder maniertjes

Jazz

De grote zaal van Theaters Tilburg was iets te groot voor zangeres Cécile McLorin Salvant, toch wist ze zich in het centrum van de aandacht te zingen.

Cécile McLorin Salvant tijdens een concert in Boedapest in 2016. Foto Balazs Mohai

Haar pas uitgebrachte live-album Dreams and Daggers is er het bewijs van: zangeres Cécile McLorin Salvant is op het podium in haar element. Liedjes krijgen bij haar een gezicht en een gevoel, haar vermogen tot beeldend zingen is enorm. Salvant bezingt het eindeloos snakken naar een minnaar, als een slaaf voor zijn liefde. Ze drukt de reddeloosheid die ze ervaart als ze bedrogen is fraai uit. En haar hit ‘Wives and Lovers’, geschreven door Burt Bacharach, is bij haar een cynisch advies voor vrouwen om hun uiterlijk nooit te verwaarlozen.

In de concertzaal van de Theaters Tilburg combineerde Salvant, met een haar geheel dienend trio onder leiding van pianist Aaron Diehl, populaire Broadway-liedjes van Barbra Streisand en Judy Garland, repertoire van grote componisten als Burt Bacharach en jazz van Archie Shepp. Lastig overbruggen was de leegte in de grote zaal – een veel te ruime inschatting, beter had ze in de intieme Tilburgse jazzclub Paradox gezongen. Met de klassieker ‘On the Street Where You Live’ uit My Fair Lady taste ze de ruimte voorzichtig af.

Maar de Amerikaanse zangeres liet zich niet uit het veld slaan en nam de regie steeds meer, losjes schakelend in haar met humor en ironie verweven theatrale jazz. Salvant leunt op de historische vocale jazz, neem de sterke versie van ‘I Didn’t Know What Time It Was’ van Sarah Vaughan, maar ze daagt zich voortdurend uit en pakt de ruimte in zowel de songstructuur als in de interpretatie. Zo zingt ze zichzelf zonder maniertjes volkomen in het centrum van de aandacht.

Stellig klonk ze in ‘Never Will I Marry’. Evenzo theatraal was ‘If a Girl Isn’t Pretty’ uit Streisands film Funny Girl. Woorden laten leven, dat lukte haar ook goed in ‘Devil May Care’ en ‘Nothing Like You’, intussen van het hele podium gebruikmakend, het hele lijf mee op de maat.

En dan, zoals al bij eerdere shows, een uitgekleed slot. Soms is dat in de vorm van een onversterkte spiritual aan de rand van het podium. Nu met enkel bas: een gedragen, gevoelvolle versie van de folksong ‘John Henry’. Toen de band zich erbij voegde, met voetstampen en klapjes, was de zaal even precies op maat.