Op jacht naar snorders op het Amsterdamse Leidseplein

Illegale taxi’s

De ene illegale taxichauffeur is de andere niet. In Amsterdam Zuidoost brengt-ie je boodschappen nog binnen voor die paar euro. Maar in het stadscentrum gaat het er agressief aan toe. Op jacht naar snorders.

De politie staat klaar om de snorder aan te houden als hij aankomt. Foto Olivier Middendorp

Twee vrouwen lopen van het Amsterdamse Leidseplein naar de Stadsschouwburg als een man rond de 40 hen aanspreekt. „Taxi?” De vrouwen zijn net klaar met werk, vertellen ze, en hebben een drankje gedronken. Voor 40 euro belooft hij het duo naar hun huis te brengen – een ritje van zo’n vijftien minuten. Ze stemmen in: samen lopen ze naar zijn zwarte Seat een paar straten verderop.

Terwijl de man vertelt over zijn kinderen, appt één van de vrouwen: „Beet.”

„Top”, antwoordt Mirko Meulman, inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Wat de chauffeur niet weet, is dat hij twee agenten in burger vervoert, die via de app communiceren met collega’s. Wat hij ook niet weet: op deze herfstige zaterdagnacht jagen politie en speurders van de ILT op snorders.

Snorders – dat zijn illegale taxi’s, zonder vergunning. De chauffeurs hangen rond bij uitgaansgelegenheden in het centrum: achter Holland Casino, aan de grachten bij Rembrandt- en Leidseplein, bij de Stadsschouwburg en McDonald’s. Bij een passant met zoekende blik happen de snorders toe: „Taxi, gap?”

Het gebeurt steeds vaker, zeggen politie en ILT. Harde cijfers heeft senior inspecteur Paul Verstraten – „19 jaar in het vak” – van de ILT niet, maar het stijgende aantal klachten is een indicatie. In de hoofdstad zijn 1.500 tot 2.000 snorders actief, zegt Verstraten, met een harde kern van 900 man. De toeristengolf heeft een aanzuigende werking. Op goede dagen verdient een snorder 300 tot 400 euro, handje contantje. „Alles in eigen zak.”

Dat is het niet enige probleem met snorders, zegt Bert Evers (47) hoofdagent en ‘taxispecialist’ bij de politie. Snorders stoten geregistreerde taxichauffeurs het brood uit de mond. „Het is oneerlijke concurrentie.” Ook halen ze gevaarlijke capriolen uit op de weg en soms dwingen ze klanten honderden euro’s te betalen voor een rit. Verstraten: „Sommige snorders hebben een mes in hun handschoenenkastje liggen.”

Foto’s en nummerborden

Sinds drie maanden fotograferen ‘officiële’ taxichauffeurs snorders. Ook houden ze voor politie en ILT een bestand met nummerborden bij. De grootste taxicentrale in Amsterdam (TCA, 1.500 vergunningen) leverde in die periode driehonderd foto’s, zegt een woordvoerder.

ILT-inspecteur Verstraten ziet drie typen snorders: overlast-snorders, die klanten proberen te pikken van reguliere taxi’s en agressief zijn in hun benadering; georganiseerde snorders, die in groepjes werken en worden aangestuurd door iemand bij wie alle ritaanvragen binnenkomen; en de illegale taxi’s uit stadsdeel Zuidoost – een geval apart volgens Verstraten.

Die buitencategorie ziet Urwin Vyent, stadsdeelwethouder (GroenLinks) in Zuidoost, praktisch elke dag voorbijrijden. De snorders, vaak oudere mannen in gammele auto’s, bieden al jaren ritjes aan in zijn stadsdeel, waar fijnvertakt openbaar vervoer ontbreekt. Wachten bij een winderige bushalte hoeft niet meer. Voor een paar euro brengt de snorder zijn klant naar kerk, (super)markt of huis. Vyent: „Ze sjouwen ook nog je boodschappen naar binnen.”

Het is informele economie, zegt Vyent, die hij eerder probeerde aan te pakken. Op een proef met elektrische auto’s reageerde de gemeenschap woest: blijf van onze snorders af. Het project flopte. Inmiddels hebben volgens Vyent de snorders in Zuidoost de officiële taxi’s uit de markt geduwd. „Er is één taxistandplaats in het hele Arenagebied.”

De ILT treedt op tegen „Bijlmersnorders”, maar het is geen speerpunt. Inspecteur Verstraten redeneert: de klanten die de snorders in Zuidoost oppikken, zouden normaal gesproken nooit een gewone taxi nemen. Bijlmersnorders zijn geen concurrenten op de taximarkt. Dat is anders bij de soms agressieve snorders in het centrum – „broodroofsnorders”, zegt Verstraten.

„Meiden, is het een Picanto?”, vraagt ILT-inspecteur Meulman per app. „Ja, kan kloppen”, laten de agenten in burger vanuit de zwarte Seat weten. Ze zijn op weg naar het opgegeven adres. Hoofdagent Bert Evers (47) volgt in een onopvallende auto.

Nauwelijks indruk

Snorders die voor het eerst tegen de lamp lopen, komen er vaak vanaf met tachtig tot honderd uur taakstraf of een boete van 1.500 euro, zegt Paul Verstraten. Bij herhaling, kondigt de ILT dan aan, zal deze inspectie 10.000 euro innen. Van de rechter komt dan ook nog een boete, die kan oplopen tot 4.300 euro.

Volgens stadsdeelwethouder Vyent maken deze boetes nauwelijks indruk op de snorders: „Ze nemen het op de koop toe.”

Remi (33) bevestigt dat. Als snorder maakt hij reclame op Facebook. Hij is niet bang gepakt te worden, zegt hij. „Bang? Je wordt sporadisch gepakt.”

Even over enen rijdt de snorder de straat van de vrouwen in. Ze moeten 20 euro extra betalen – omrijkosten, zegt hij. Als hij het geld wil innen, sluit het net zich. Agent Evers rijdt zijn auto de straat in en blokkeert daarmee de uitweg voor de snorder. Een motoragent houdt de wacht bij een tunneltje verderop. Evers en ILT-inspecteur Meulman lopen naar de zwarte Seat: de chauffeur kijkt verbaasd. Meulman vraagt papieren. De passagiers mogen vertrekken. Dan wordt de man in de boeien geslagen en afgevoerd naar het cellencomplex. Na het verhoor, dat zes uur mag duren, kan hij naar huis.

Snorders verklaren meestal hetzelfde, weet Verstraten: „Ze gaan altijd iets drinken met de klanten. Of het zijn bekenden, of bekenden van bekenden.” Met de verklaringen van de agenten in burger erbij houdt dat verhaal geen stand in de rechtszaal, zegt hij.

Deze zaterdagavond zijn vijf snorders gearresteerd, allen first offenders. Vijf aanhoudingen op pakweg 1.500 snorders – heeft deze intensieve methode genoeg effect? Volgens Verstraten wel: „Het schrikt nieuwe jongens af en andere snorders worden bang.”

Twee snorders bij het Amsterdamse Concertgebouw halen er een paar uur later hun schouders over op. „Dit is overleven. Denk jij dat ik dit voor mijn lol doe? Ik neem toeristen mee die drugs hebben gebruikt of dronken zijn. Ik verdien een paar tientjes. Als ik werk zou hebben, zou ik stoppen.”