Recensie

Noa Wildschut schittert op Back lustrumconcert

Viooltalent brengt ode aan Oskar Back, grondlegger van een bloeiende Nederlandse traditie. Zijn concours bestaat vijftig jaar.

Zelf ervaart violist Oskar Back het podium als „een hel”. Daar krijgt de angst hem altijd in haar greep. En dus besluit de Hongaar zich in de schaduw van de roem te ontwikkelen tot leraar. In Nederland gidst hij tot eind jaren vijftig generaties violisten tot aan de poorten van het vagevuur. Tot daar en niet verder kan Back hen brengen. Er schuilt een paradox in het feit, dat de muziekgeschiedenis zich hem tegenwoordig nog slechts herinnert als naamgever van een vijftig jaar oud vioolconcours. Want als musicus moet hij zulke wedstrijden gehaat hebben.

Niettemin legt juist het Oskar Back Concours de afgelopen halve eeuw een stevig fundament voor een Nederlandse viooltraditie. Winnaars kunnen met het prijzengeld hun talent verbreden in het buitenland. Zo vertrekt de eerste laureaat Emmy Verhey naar Moskou, om les te krijgen van David Oistrach. In toenemende mate groeit Nederland in die vijf decennia uit tot kweekvijver voor violisten van internationale klasse.

Onder de deelnemers aan het concours bevinden zich latere sterren als Jaap van Zweden, Vera Beths, Janine Jansen en Liza Ferschtman. Tijdens de viering van het vijftigjarig jubileum brengen enkele winnaars een ode aan de pionier Oskar Back. Simone Lamsma en Rosanne Philippens vertolken muziek van zijn eigen leermeester, de Belgische violist-componist Eugène Ysaÿe. Beiden doen Backs filosofie eer aan: techniek koppelen aan temperament. Daniel Rowland laat de ruige kanten van de viool horen in Milhauds Le boeuf sur le toit. Maar het helderst schittert de ster van de 16-jarige Noa Wildschut - geen winnaar want nu pas oud genoeg voor het Back Concours. Haar spel in Chaussons Poème doet denken aan een dichtregel van Charles Baudelaire: „Daal jij uit hoogten af of stijg je uit ravijnen, o Schoonheid?”