Profiel

Ferdinand Grapperhaus, de ‘onvermijdelijke’ minister

Hij noemde Alexander Pechtold „een politieke windvaan” en betichtte Halbe Zijlstra ervan „goedkope proefballonnetjes” op te laten. De nieuwe minister van Justitie schuwt de confrontatie niet.

Eind april ontving Ferdinand Grapperhaus zijn drie beste CDA-vrienden in zijn vakantiehuis in Zuid-Frankrijk. Het was hun vaste ‘wijnweekend’. Met z’n vieren zijn ze: de oud-ministers Aart Jan de Geus en Jan Kees de Jager en de voormalig politiek assistent van premier Balkenende, Jeroen de Graaf. Daar, op zijn terras met uitzicht over de Middellandse Zee, besprak dit clubje zoals gebruikelijk het leven, de toestand in de wereld en de staat van de christen-democratie. De laatste jaren hadden De Geus en De Jager een standaardgrapje voor de andere twee: wíj zijn het al geweest; wanneer worden júllie nu eens minister? Grapperhaus en De Graaf hielden steeds de boot af. Geen belangstelling – te druk met hun carrières.

Maar dit jaar, merkte De Graaf, reageerde Grapperhaus nét ietsje anders. „Hij vertelde dat hij goed had nagedacht over de volgende fase in z’n leven”, zegt De Graaf. Het einde van zijn partnerschap bij advocatenkantoor Allen & Overy komt in zicht – over twee jaar wordt hij zestig. Zijn vrouw Florentine is vorig najaar na een kort ziekbed aan kanker overleden. Tijdens zijn sabbatical in 2014, waarin hij een wereldreis maakte, bedacht hij dat hij in de toekomst wat meer maatschappelijke betrokkenheid wil tonen. De Graaf: „We proefden duidelijk ruimte voor een nieuwe carrièrestap bij hem. Als de kans zich zou voordoen, adviseerden we hem, moet je die pakken. Het leven kan zo maar ineens voorbij zijn.”

Ferdinand Grapperhaus staat donderdag op het bordes van Paleis Noordeinde als nieuwe minister van Justitie in het kabinet-Rutte III. Een functie waar hij al eerder over heeft nagedacht dan alleen dit voorjaar. Paul van der Heijden, emeritus hoogleraar arbeidsrecht bij wie Grapperhaus in 1995 promoveerde: „Hij had al langer de uitgesproken ambitie om minister te worden.”

Grapperhaus (57) treedt in de voetsporen van zijn vader. Ferdinand Grapperhaus senior (1927-2010) was vanaf 1967 staatssecretaris van Financiën voor de KVP in het kabinet-De Jong. ‘Ferdje’, de jongste uit een gezin van nog twee oudere zussen, was toen zeven jaar oud.

De derde Ferdinand

Grapperhaus werd geboren in Amsterdam-West en verhuisde in zijn jeugd tweemaal: eerst naar Bussum en op zijn achtste naar Wassenaar. Zijn lagere school was de John F. Kennedy Montessorischool in het Haagse Mariahoeve. Daarna ging hij naar het gymnasium aan het katholieke Aloysius College, eveneens in Den Haag.

Grapperhaus heeft vier kinderen, van wie de oudste volgens familietraditie óók Ferdinand heet – de vierde generatie met die voornaam.

Wie is deze succesvolle arbeidsrechtadvocaat? En is hij geschikt als bewindspersoon in een broze coalitie?

Politiek is een late roeping voor Grapperhaus. Hij besloot eind 2001, op 42-jarige leeftijd, lid te worden van het CDA, in zijn ogen de partij die toen al het dichtst bij hem stond. Het was de tijd dat Pim Fortuyn opkwam als lijsttrekker van Leefbaar Nederland. Een jaar later werd hij door Aart Jan de Geus gevraagd lid te worden van een denktank voor diens ministerie van Sociale Zaken. In 2010 schreef hij het verkiezingsprogramma. Hoewel katholiek opgevoed is hij zelf geen trouwe kerkganger meer – op zondagochtend gaat hij liever wielrennen. Maar nog wel gelovig. Het christendom is de leidraad van zijn denken en doen en hij is – getuige de geregelde citaten in zijn columns en boeken – Bijbelvast.

Het afscheid van zijn vrouw Florentine in de Westerkerk in oktober 2016 was evenmin een kerkdienst. Het was een bijeenkomst van familie en vrienden met veel aangrijpende toespraken, filmpjes en muziek. Grapperhaus liet de bomvolle kerk All my loving van zijn geliefde Beatles meezingen.

Jeugdfoto Grapperhaus. Foto uit familiealbum zus Mirjam

Het ministerschap past bij hem, zegt zijn goede vriend en wijnrecensent Harold Hamersma – de twee delen hun liefde voor wijn en voetbal. „Hij heeft een enorme dossierkennis, is onvermoeibaar. Eigenlijk kan het niet, zo hard als hij werkt.”

Vrienden en collega’s vinden het ministerschap van Grapperhaus een soort onvermijdelijkheid. Neef en goede vriend Jaap Lampe: „Steeds als er de afgelopen jaren gedoe was op Justitie dacht ik: het zou goed zijn als Ferdinand daar eens binnenstapt.” Hamersma: „Het hing altijd in de lucht dat hij ooit minister worden.”

Mensen die hem goed kennen prijzen zijn intelligentie en werklust, noemen hem sociaal, loyaal en grappig. De liefhebber van The Beatles, oldtimers en Kuifje heeft iets theatraals. Hij steelt de show op de jaarlijkse verkleedpartij voor het kerstdiner van Allen & Overy. Dan laat hij zich bij een professionele grimeur totaal omtoveren: recent als Johnnie Walker, ooit als Tedje van Es uit Koot & Bie’s De Tegenpartij (‘Geen gezeik, iedereen rijk’). Toen hij zich eens als George Baker had vermomd, dacht zijn vrouw dat er een verdwaalde toerist in de gang stond; ze wilde hem eruit zetten.

Cabaretduo

Met zijn neef Lampe vormde Grapperhaus als student jarenlang cabaretduo Planken Dwangbuis. Dat deed in 1983 mee aan het Cameretten Festival, maar sneuvelde in de voorronde; Brigitte Kaandorp en Paul de Leeuw vielen in de prijzen.

Een ‘onvermijdelijk’ ministerschap, maar is Grapperhaus er ook geschikt voor? „Hij heeft een uitgesproken mening, laat zich niet zomaar aan de kant zetten”, zegt Steven Schuit, voormalig partner bij Allen & Overy. Dat maakt hem bruikbaar voor de nieuwe coalitie. „Hij is uiterst loyaal”, zegt De Graaf. „Afspraak is afspraak.” Maar zijn soms controversiële meningen kunnen hem ook kwetsbaar maken.

Die uitgesproken opvattingen ventileerde hij vaak via Twitter. PVV-leider Geert Wilders noemde hij „ontoerekeningsvatbaar”, D66’er Alexander Pechtold een „politieke windvaan”.

Twitter avatar ferdgrapperhaus ferd grapperhaus “The EuropeanUnion is totalitarian” Alleen al deze uitspraak van Wilders toont aan dat hij ontoerekeningsvatbaar is. https://t.co/PaiQCD156e
Twitter avatar ferdgrapperhaus ferd grapperhaus @JoelErwteman je idool #Pechtold heeft driftig meegestemd met dit kabinet op onderwerpen waar ie nu t tegendeel beweert. Politieke windvaan.

In een van zijn traditionele eindejaarsbrieven aan zijn vriendenkring, eind 2015, omschreef Grapperhaus zijn toekomstige collega in het kabinet Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken) als voorbeeld van een politicus die „grossiert in domme, goedkope, op de onderbuik van Nederland gerichte proefballonnetjes”. Zijlstra had dat jaar uitgeprocedeerde asielzoekers vergeleken met topcrimineel Willem Holleeder.

Grapperhaus zal deze maandag zeker een aantal ‘issues’ met formateur Mark Rutte moeten bespreken. Zo kreeg hij recent een tuchtklacht aan z’n broek, van een voormalig KPMG-fiscalist die na een arbeidsconflict werd ontslagen. Grapperhaus stond de vennootschap bij en zou volgens zijn opponent in deze zaak „in strijd met de gedragsregels van de advocatuur” hebben gehandeld. Allen & Overy laat weten de zaak met vertrouwen tegemoet te zien; het gros van dit soort klachten van een wederpartij die een zaak verloren heeft, wordt door de raad van discipline ongegrond verklaard.

Een pijnlijk punt waarover Grapperhaus openheid van zaken zal moeten geven is zijn familierelatie met een van de grootste vastgoedfraudeurs uit de recente geschiedenis. Jan van Vlijmen, een volle neef, zit een celstraf uit van zeven jaar wegens verduistering en omkoping. Grapperhaus was daar niet bij betrokken. Na een jarenlange brouille – al ontstaan ver vóór Van Vlijmen in 2007 werd aangehouden – zijn de twee neven sinds enkele jaren weer on speaking terms.

Wie zitten er nog meer in het kabinet-Rutte III? Dit is het kabinet-Rutte III

Ondanks zijn stevige en soms controversiële uitspraken is Grapperhaus volgens mensen die hem goed kennen, ook een man van de constructieve samenwerking.

Mirjam de Blécourt lag als een arbeidsrechtadvocaat van een ander groot Zuidas-kantoor, BakerMcKenzie, geregeld met Grapperhaus in de clinch: „Hij is een felle vechter, maar is ook altijd bereid en in staat om tot een redelijke schikking te komen.”

Grapperhaus is recht voor zijn raap, maar luistert ook. Hij durft tegen de partijlijn in te gaan, is op sommige punten (zoals vluchtelingenopvang en integratie) progressiever dan partijleider Sybrand Buma. „Ferd is minder van het rechtlijnige, rechtse geluid”, zegt zijn wielrenvriend en uitgever Mai Spijkers, „meer van de katholieke barmhartigheid, uit de KVP-traditie van zijn vader.

Euthanasie

Hij is eigenzinnig, maar niet rechtlijnig, zeggen zijn vrienden. Uitgesproken, maar niet onbeholpen. Voormalig kantoorgenoot Schuit verheugt zich op de debatten straks in de Tweede Kamer: „Hij kan mensen op eloquente wijze en met groot gevoel voor humor op de hak nemen, of op hun nummer zetten.” Of iedereen daar in Den Haag, in de oppositie of de broze coalitie met maar één zetel meerderheid, en op het departement, daar tegen kan, zal moeten blijken.

Een eerste discussie waarin zijn eigen opvatting zal moeten strijden met coalitiepolitiek dient zich mogelijk al snel aan.

Grapperhaus als Tedje van Es uit Koot & Bie’s De Tegenpartij. Foto uit familiealbum zus Mirjam

Grapperhaus werkt aan een boek over het ziekbed van zijn vrouw Florentine en de door haar zelfgekozen dood met als titel Onvoltooid voltooid leven. De verruiming van wetgeving omtrent euthanasie is een splijtzwam tussen met name D66 en de ChristenUnie. In een column in Het Financieele Dagblad schreef Grapperhaus al eens hoe hij over het thema denkt, in een reactie op de initiatiefwet van D66 om ouderen die hun leven als voltooid beschouwen ruimte te geven dat te beëindigen. „Nederland blijft daarmee vooroplopen als het gaat om euthanasie. Ik vind dat goed.”

Mai Spijkers, die het boek bij zijn uitgeverij Prometheus nog dit jaar zal willen uitbrengen is dolenthousiast. „Het wordt echt een mooi boek dat Ferd vanuit zijn hart heeft geschreven. Een ode aan z’n vrouw.” Is het niet politiek gevoelig? „Vast”, denkt Spijkers, „maar hij zou het op 1 november inleveren en daar ga ik hem aan houden”.

Voormalig politiek adviseur De Graaf denkt daar anders over, „Het lijkt me beter dat een bewindspersoon geen nieuw boek uitbrengt dat hij nog net als privépersoon heeft geschreven.”