Column

Whoop

Nu Oranje het WK aan zich voorbij ziet gaan, Nederlandse clubs in Europa worden afgeserveerd als kreupelen en blinden, en het zelfs de nationale competitie ontbreekt aan een supermacht wordt de Klassieker weer het hoogtepunt van het voetbalseizoen. Zeker als de stedenoorlog tussen Amsterdam en Rotterdam zich afspeelt in de Kuip waar iedere steen legende is. Feyenoord-Ajax heeft ook een tijd aan bloedarmoede geleden, maar de landstitel van Feyenoord heeft de emoties geactiveerd. Het gevoel dat er zondag historie wordt geschreven is terug. Wie weet wordt de Klassieker wel balsem voor de treurnis van het hele Nederlandse voetbal. Al lijkt de granieten zekerheid van de roemrijke clubs wat af te brokkelen. Bij vlagen schemeren de schlemielen van Sparta je in de Kuip voor ogen en staat Ajax te fröbelen tegen Roda JC, maar de Klassieker is niet uitgewoond en zal dat ook nooit zijn. Daarvoor zijn de clubs te rijk aan verleden en te controversieel in hun aanhang. Vuur zal branden, alleen al in de duels tussen Lasse Schöne en Karim El Ahmadi. Krijgers bij geboorte met ook nog een flinke dosis raffinement in de wreef.

Net zoals bij Oranje zijn de spitsen een probleem bij Ajax en Feyenoord. De wil om te doden ontbreekt. De selecties lijden aan de harmonicaziekte: pasje breed, statisch spel, geen zin om achter een bal aan te sprinten. Het zelfvertrouwen is wankel, ook bij de coaches Keizer en Van Bronckhorst.

Maar goed, zolang er strijd is, is er leven. En hoop. En opwinding. De spelers ademen nog een gevoel van vrijheid, wat soms tot chaos leidt of toch tot disciplinaire improvisatie. Altijd goed.

Voetballers worden steeds minder vrij. Ze worden in stalinistische spelsystemen gepropt, en bij recuperatie is hun lichaam vergeven van draden, meters en apparaten. Het dieptepunt van deze rituele onzin is bereikt bij de Belgische club KRC Genk waar de Nederlander Albert Stuivenberg coach is. Ooit nog het stalknechtje van Louis van Gaal. Stuivenberg ademt wijwater, hoort eerder thuis in het Vaticaan dan in de dug-out en houdt er graag een wetenschappelijk air op na. En dus zakt Genk stilaan af naar de degradatiezone.

Onlangs pleitte Alberto Contador voor een verbod van hartslagmeters in de koers omdat ze de aanvalslust van de renners temperen. In het voetbal gaan ze nog een stap verder, daar heeft de zogenaamde Whoop zijn intrede gedaan. De whoop is een polsbandje dat hartritme, hartslagvariabiliteit, omgevingstemperaturen en beweging meet. Het meet ook het aantal uren slaap dat een speler nodig heeft.

Het verplicht dragen van een polsband en het monitoren van slaappatronen wordt door een aantal Genkse spelers aangevoeld als een aanslag op het privéleven. En dat is het ook. De Whoop registreert wanneer de slaap onderbroken wordt en de hartslag met een ruk omhoog gaat. De coach en zijn staf kunnen dat tot op de minuut volgen waardoor sommige jongens het gevoel hebben dat zelfs hun seksleven niet meer veilig intiem is. Een speler zei het zo: „Criminelen dragen een enkelband, bij ons, spelers van Genk, is dat een polsband geworden.”

De dag dat de nakomelingen van Rinus Israël en Wim van Hanegem met zo’n polsbandje het veld betreden, valt de Kuip om.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.