Wat ertoe doet, leerde ze in de oorlog

Thea Toussaint van Hove-Exalto (1916-2017) streed voor rechtvaardig-

heid, eerst in het verzet, later in Zuid-Afrika.

Thea Toussaint van Hove-Exalto werd in de Tweede Wereldoorlog door toeval koerierster.

Dit was hoe Thea en haar grote liefde Ed door Amsterdam liepen: Ed, linkshandig, droeg het holster met zijn pistool onder z’n rechterarm, Thea, rechtshandig, droeg dat van haar onder de linkerarm. Om de vingers waarmee ze wellicht moesten schieten warm te houden, liepen ze arm in arm, de handen verstrengeld in Eds linkerjaszak: zijn linkerhand, haar rechterhand.

Thea Toussaint van Hove-Exalto overleed op 13 september in Kaapstad, 101 jaar oud. Sinds haar 56ste was ze weduwe van Ed Toussaint van Hove, met wie ze meteen na de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Afrika ging wonen. Ed overleed in 1973. In 1987 ontving Thea Toussaint van Hove-Exalto het Verzetsherdenkingskruis.

De passage over de ineengestrengelde handen staat in een verslag van 32 kantjes over haar oorlogsjaren, dat ze in 1982 maakte voor hun enige zoon, Tom. Je leest erin hoe toevallig Thea Exalto, dochter van een chirurg en pas afgestudeerd als jurist, bij het verzet verzeild raakte. Ze was van Leiden verhuisd naar Amsterdam („daar zocht ik werk”) en in het huis waar ze terechtkwam, Keizersgracht 524, woonde ook Jaap Nunes Vaz. Met Lex Althoff, een vriend van een vriendin van haar, was hij een van de oprichters van Het Parool. Ze werd koerierster.

Eenmaal werd ze opgepakt en gevangengezet, voor de verhoren weigerde ze gebruik te maken van een tolk. Uit het verslag: „Mijn redenering was dat ik zonder tolk meer tijd zou hebben om na te denken, door te doen alsof ik het juiste woord zocht, of te vragen of ze iets nog een keer wilden herhalen.” Na drie weken lieten ze haar gaan, ze had niets losgelaten.

September 1944 ontmoette Thea Ed, een Amsterdamse kunstenaar die in de reclamewereld werkte en nog had gevochten in de Eerste Wereldoorlog. Ook Ed had gevangen gezeten, drie jaar. Ze gingen samenwerken: de ene keer was zij zijn bodyguard, een andere keer liep hij een paar passen achter haar terwijl zij wapens in haar fietstassen had. Ook de hongerwinter wisten ze samen te overleven, de ene dag mocht zij zijn bord schoonlikken, de volgende dag hij dat van haar.

Uit het verslag, over het gevoel na de bevrijding: „Vreemd als het klinkt, ben ik dankbaar dat het mij is overkomen, want het heeft me waarden bijgebracht. Een paar jaar lang was het leven ontdaan van alles wat irrelevant is en was het teruggebracht tot wat ertoe doet: moed, inventiviteit, verbeeldingskracht, vertrouwen op eigen kracht, compassie.”

Haar „tomeloze inzet” (zoon Tom) en „felle onafhankelijkheid” (diens echtgenoot Barry) waren na de oorlog niet verdwenen. In Zuid-Afrika ging ze psychologie en sociologie studeren, waarna ze werk vond in de reclassering – maar bovenal: zich opnieuw inzette voor een rechtvaardiger wereld, ditmaal door in de strijd tegen de apartheid bijvoorbeeld brieven de gevangenis uit te helpen smokkelen.

Misschien, zegt Else Arendsen de Wolff-Exalto (99), haar zus die ook in het verzet zat en tegelijk met haar het Verzetsherdenkingskruis ontving, „begon Thea’s leven pas goed” in Zuid-Afrika. „Daar kon ze eindelijk doen wat haar echt interesseerde: in haar werk met mensen bezig zijn.”

Else rijdt nog auto, ze heeft de vrolijke levendigheid die haar zus ook had. Beide waren sportief (hockey, roeien, zeilen, skiën) en opvallend klein, Else één meter zestig, Thea nauwelijks meer dan één meter vijftig. Tom: „Mijn moeder had heel lang de frisse, onschuldige uitstraling van een meisje. Dat hielp haar in haar clandestiene werk.”

En dan was er nog de eigenschap die misschien wel de belangrijkste samenbindende factor in haar leven was: ze was erg op zichzelf. In wandelingen met de hond, in vakantieweken die ze alleen doorbracht en, wat maar weinig mensen wisten: in haar verhouding met een man die tot hun beider spijt niet kon scheiden van zijn vrouw. De relatie begon een jaar na de dood van Ed en duurde tot het overlijden van deze tweede geliefde, 24 jaar later in 1998.

Tom wist ervan (Barry: „Tom en Thea vertrouwden elkaar volledig”) en memoreerde de „bijzonder gelukkige” verhouding tijdens de begrafenis. Thea, zei hij, „had een vervuld leven, zowel professioneel als emotioneel”.

Dat wist ze zelf ook. Op haar sterfbed, de dag voor haar overlijden, vroeg haar zoon haar of ze geen dorst had en een slokje water wilde. „Champagne graag”, antwoordde ze.