Vroege mannelijke solist van het Nationale Ballet

Foto Ger van leeuwen//Theatercollectie Bijzondere Collecties UvA

Tot op zijn ziekbed danste hij. In zijn hoofd dan, zoals Conrad van de Weetering schreef in een kort gedichtje dat hij vanuit het ziekenhuis voordroeg aan zijn vrienden van Poëzieverrijkt.nl.

Het dichten kwam pas later in zijn leven, zijn grote liefde was de dans. Als leerling van grootheden Lili Green en vooral Sonia Gaskell, en als danser en solist van Het Nationale Ballet en zijn voorgangers, droeg hij de naoorlogse Nederlandse dansgeschiedenis met zich mee.

Van de Weetering werd geboren in een progressief en kunstminnend Haags milieu. Vader Joop maakte begin vorige eeuw deel uit van de anarchistische Mokerbeweging en zusje Irène zou later lid worden van de provobeweging. In het gezin werd levendig gediscussieerd over danshistorie en nieuwe ontwikkelingen in dans en muziek, herinnerde choreograaf Rudi van Dantzig zich later.

Zijn zusjes zaten op ballet bij Lili Green en ook hij ging daar dansen. Zo ontmoette hij de Russische Sonia Gaskell, wat bepalend zou zijn voor zijn carrière. Direct na zijn militaire dienst („met zijn uniform nog aan”, aldus een oud-collega) spoedde hij zich naar Gaskells studio. Daar groeide Conradje, zoals zij hem liefkozend noemde, uit tot een van de eerste naoorlogse, Nederlandse mannelijke solisten in de groepen die Gaskell leidde voor zij opgingen in Het Nationale Ballet. Recensies uit die jaren noemen zijn mooie sprongtechniek en expressiviteit. De Moor in het ballet Petroesjka was zijn glansrol. Ook creëerde hij een aantal choreografieën.

Terwijl anderen in opstand kwamen tegen de grillige Gaskell – zij kon zeer onredelijk en chaotisch zijn –, bleef Van de Weetering haar trouw. Voor hem telde dat zij de grondlegger was van de klassieke danstraditie in Nederland; haar onaangename kanten vergoelijkte hij.

Al in de jaren zestig begon hij te schrijven, wat hij na zijn podiumcarrière zou vervolgen. Hij schreef kritieken voor het Algemeen Dagblad en boeken over dans, als eerste Morgen dans ik beter (1961). Met oud-collega Luuk Utrecht publiceerde hij in 1976 een ‘documentair’ boek over Sonia Gaskell. Drie jaar later volgde Brieven aan een jonge ballerina, dat verschillende herdrukken kreeg.

Als danspedagoog, specialist in historische dansen en figurant bij de opera bleef Van de Weetering nog lang ‘beweeglijk’. Dinsdag overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor.