Uniciteit van de menselijke geest

Niet dezelfde informatieverwerking

Illustratie Cyprian Koscielniak

In zijn essay doet evolutiebioloog Gijsbert Werner verstrekkende filosofische uitspraken (De menselijke geest uniek? Vergeet het maar, 14/10) .

Hij huldigt een evolutionair reductionisme dat voorbijgaat aan de geestelijke inhouden die het menselijke denken eeuwenlang heeft voortgebracht. Zijn verwijzing naar het feit dat ook mensapen een theory of mind hebben – het vermogen het perspectief van een ander in te nemen – onderschat het gegeven dat dit niet dezelfde theory of mind is waarmee Goethe zijn romans schreef. Dat een verlamde man met behulp van brain-computer interfaces kan eten met een robotarm, betekent niet dat denken aan een armbeweging met de menselijke geest samenvalt. Computers kunnen op basis van hersenpatronen inschatten waaraan iemand denkt, omdat de persoon in kwestie dit vooraf verteld heeft. Computerprogramma’s kunnen alleen dan mensen het idee geven met een mens te maken te hebben, als hun denken aan de algoritmen van het computerprogramma aangepast wordt. Aanvoeren dat op fundamenteel niveau de neuronen in ons brein vergelijkbaar zijn met de chips en processoren van een computer en in beide gevallen informatieverwerking de kerntaak is, negeert dat de mens in geestelijk opzicht juist op het hogere niveau van de computer verschilt en de ene informatieverwerking de andere niet is.


Filosofisch cultuurcriticus