Slagen bij Ajax is slagen in het leven voor David Neres

David Neres

De Braziliaanse aanvaller is de man in vorm bij Ajax. Opgegroeid in een voorstad van São Paulo, nu woonachtig op IJburg, waar de lamellen van zijn huis dicht zijn. „Mijn moeder is mijn steun en toeverlaat.”

David Neres in het uitduel tegen VVV-Venlo, waar hij de 0-2 maakte. Coach Marcel Keizer: „Tijdens een wedstrijd een brul geven, dat heeft niet zoveel zin.” Foto Stanley Gontha

Herfstvakantie is voor de handtekeningenjagers. Het is net na twaalven, de open training zit erop – tijd voor de supporters om zich met een Ajacied naar keuze te laten vastleggen. Selfies met Hakim Ziyech, veel belangstelling voor Kasper Dolberg. Gillende meiden ook voor troetelkind Justin Kluivert.

David Neres valt daartussen amper op, de Braziliaan van 12 miljoen toch die zich gestaag heeft opgewerkt tot momentenvoetballer in de goede zin des woords. Hij heeft een truitje over zijn schouders geknoopt. Hij strijkt de kuif van teammaat Mateo Cassierra uit model, steeds als de Colombiaan op de foto gaat – humor. Routineus fabriceert Neres een glimlach voor elk telefoondisplay, de bovenlip trekt rechts iets meer omhoog dan links. Zijn beugel is eruit, de tanden mogen gezien worden.

Het gaat lekker met Ajax-aanvaller Neres. Hij speelde nog niet de helft van het aantal minuten dit seizoen, maar haalt met vier goals en twee assist een prima rendement. Met hem in de basis – acht keer sinds februari 2017 - won Ajax altijd. Zijn eerste doelpunt was tegen Feyenoord, in de Klassieker afgelopen april waar de aanstaand kampioen weggespeeld werd door Ajax (2-1 slechts).

Het aarzelend aanpassen is na acht maanden achter de rug. Nu, met Feyenoord-uit zondag, is Neres volwaardig Ajacied en ventje in vorm. Een speler die gáát, die diepte zoekt – ideaal voor steekpassers als Hakim Ziyech en Frenkie de Jong. Niet zo’n dertien in een dozijn jongen die liever de bal in zijn voeten krijgt, dan nog eens opkijkt en twee man voorbij moet voor het pas gevaarlijk wordt. ‘O clássico komt eraan!’, schrijft Neres op Facebook.

Geen pottenkijkers

NRC wilde meer weten over de binnenwereld van de twintigjarige vleugelspeler. Over heimwee en aanpassing, over wat hem hier in Amsterdam bezighoudt naast het voetbal. „Brazilianen kennen saudade”, zegt David Endt, oud-teammanager van Ajax in de tijd van spelers als Marcio Santos, Wamberto en Maxwell. „Dat is heimwee tot de derde macht. Voel je je miskend, zit je op de bank dan speelt saudade genadeloos op. Met succes verdwijnt die pijn.”

Maar een interviewverzoek voor vrijdag, vaste persdag bij Ajax, wordt afgewezen op het moment dat duidelijk wordt dat het artikel niet, of niet helemaal, over voetbal gaat. Zijn management in Brazilië wil niet dat Neres aan dit soort stukken meewerkt, is de uitleg van Ajax. Ook spelersbegeleider Herman Pinkster, het warme gezicht van Ajax en intimus voor spelers uit Latijns-Amerika, is niet beschikbaar voor een gesprek.

Ja, het gaat lekker met Neres, daarover geen misverstand, maar in zijn binnenste schil zijn we niet welkom. De lamellen zijn dicht bij zijn huis op IJburg. Hier woont Neres met zijn moeder, tijdelijk over uit Brazilië, en twee vrienden. Opgegroeid in een voorstad van São Paulo, zijn leven is zeker geen favela-tot-vedette verhaal. Zijn moeder wilde dat hij zich vooral op school stortte, tot profvoetbal een reëel optie werd bij São Paulo FC. „Mijn moeder is mijn steun en toeverlaat”, zegt Neres met ontwapenende glimlach op Ajax TV. „Helaas gaat ze volgende maand weer terug.”

IJburg dus. Tram 26 naar Amsterdam CS stopt hier, bij de Albert Heijn. Hij laat zich af en toe zien op het voetbalpleintje in het Ed Pelsterpark, net als ploeggenoot Amin Younes trouwens. Ook bezocht hij amateurclub AFC IJburg eens op een zaterdag. Foto’s, handtekeningen – dat werk. Verder? Hij is niet iemand die zo maar even iemand bij Ajax aanklampt voor een uitje of etentje. Hij doet zijn dingen op de club, daarna verdwijnt hij van de radar.

Neres is met voetbal bezig. Slagen bij Ajax is slagen in het leven. Zijn profcarrière is een zorgvuldig geregisseerd project met veel stakeholders. Een persoonlijk assistent waakt hier in Nederland over hem namens het Braziliaanse zaakwaarnemerskantoor. En er is de Nederlandse vertegenwoordiging van Forza Sports Group, dat nog een vinger in de pap heeft gehad bij de transfer.

Met Neres kan het nog alle kanten op, hij is in ieder geval rustig gebracht, zoals dat heet. Hij lijkt wars van profilering. Godvrezend, sportminnend. Hij volgt NBA en NFL, Amerikaans basketbal en football. Hij dankt God in zowat al zijn Facebook-posts. Meer humildade (bescheiden) dan ostentação (patserig) in zijn doen en laten. Alleen de transfersom is een uitspatting. In weinig doet hij denken aan showmannetjes uit een recent verleden. Ricardo Kishna, Viktor Fischer, Anwar El Ghazi – allen katapulteerden zich met luid kabaal in het eerste van Ajax, maar vertrokken met stille trom.

‘Wampie’

Neres trekt bij Ajax vooral naar de Colombianen Mateo Cassierra en Luis Orejuela. Zijn landgenoot Wamberto, de oud-speler die als ‘Wampie’ rond de eeuwwisseling een cultstatus verkreeg, is gevraagd om Neres af en toe wat te sturen. „Dat heeft hem volgens mij wel goed gedaan”, zegt Ajax-trainer Marcel Keizer vrijdag. „Er zijn zoveel dingen die hij in een fractie van een seconde moet besluiten in het veld, met name met druk geven. We vonden het wel handig om hem even met Wamberto te laten praten. Ook een Ajax-buitenspeler geweest, dat praat makkelijk.”

Neres volgt op dit moment vier lessen Engels per week. „Het gaat ook om de motivatie van spelers zelf”, zegt David Endt. „Dan kom ik natuurlijk weer op koning Jari Litmanen, tot in de vezels gedreven om te begrijpen wat er in het team van hem verwacht werd. Hij wist dat hij alleen dan tot maximaal nut was. Anderen gaan daar wat makkelijker mee om.”

Dringt Keizer zélf tot Neres door? „Dat hoop ik wel”, grijnst de Ajax-trainer. „We zijn vooral met hem bezig met beelden, of in groepjes met andere spelers. Tijdens een wedstrijd een brul geven, dat heeft niet zoveel zin. Maar het is ook een jongen die veel op intuïtie doet, moet ie ook vooral blijven doen.”