Recensie

‘Multiversum’ van Eötvös is van ongehoorde schoonheid

Koninklijk Concertgebouworkest

Er ging een majesteitelijke rust uit van Multiversum dat Peter Eötvös voor het KCO componeerde. Het ging vorige week in Hamburg in première en was vrijdag voor het eerst in Amsterdam te horen.

Peter Eötvös. Foto Klaus Rudolph

Componist en dirigent Peter Eötvös (1944) liet zich voor zijn nieuwste compositie inspireren door spannende inzichten uit de sterrenkunde. Gelukkig bleek Multiversum geen klankgeworden rekenmodel, maar een zinnelijke akoestische trip van betoverende schoonheid. De in Nederland wonende Hongaar Eötvös schreef het werk voor het Concertgebouworkest, dat vorige week in de Hamburgse Elbphilharmonie de wereldpremière verzorgde en er vervolgens mee naar de eigen thuisbasis reisde.

Multiversum heeft een ongewone bezetting: orkest, orgel én hammondorgel. Nogal wat vuurkracht dus, maar met virtuoze instrumentatiekunst en een kalm compositieplan hoedde Eötvös zich voor overdaad. Voor ruimtelijk effect zat het orkest opgesteld aan de podiumranden, met de kleine strijkersgroep links en verder veel slagwerk en blazers. Het hammondorgel werd uitversterkt naar achter in de zaal, zodat het tegenover het grote Maarschalkerweerd-orgel van het Concertgebouw klonk en het publiek rondom was ondergedompeld.

Lees ook een interview met Peter Eötvös: ‘Al het ware is bedrog’

Het geheel door Eötvös gedirigeerde programma was slim toegespitst op de unieke klankwereld van Multiversum. Eerst zwermden de geluidswolken van Ligeti’s Atmosphères (1961) door de zaal, daarna klonk de spectrale kleurplaat Orion (1979) van Claude Vivier, een gedreven, spiritueel werk aan het slot waarvan het orkest de gedaante van een gigantisch orgel aannam voor een daverende akkoordenprogressie. Stravinsky’s scherpe hoekigheid in Symfonie in drie delen (1943-45) kreeg van Eötvös een vilten rand, zodat de nadruk meer op ongewone timbres lag dan op de hakkende ritmes. Tel deze drie composities bij elkaar op, vermenigvuldig ze met de bonte orgelmuziek van Messiaen en je hebt een indruk van Multiversum.

Het driedelige werk van een dik halfuur schreed ongehaast door de eindeloze ruimte die gesuggereerd werd door kosmische hologrammen en videoprojecties boven het orgel. Wat Multiversum bovenal zo bijzonder maakte, was de majesteitelijke rust die ervan uitging, de ademende transparantie. De gelaagde constructie van gebrom en gesuis, van oscillerende orgelchromatiek, tinkelende kerststerren van gestemd slagwerk, galmende buisklokken en kwakend koper, bewerkstelligde een ervaring van ongehoorde en toch vanzelfsprekende schoonheid.