Recensie

Loos: in dertig jaar van hip naar al te degelijk

Behalve ‘Manhattan aan de Maas’ (Kop van Zuid), ‘petit Paris’ (Deliplein), ‘klein Athene’ (Katendrecht) en ‘klein Amsterdam’ (Delfshaven) is er ooit nog een vijfde buurt geweest waarin Rotterdam zich aan een echte wereldstad durfde te spiegelen. In de zeventiende eeuw stond het Scheepvaartkwartier namelijk bekend als ‘Little London’, met dank aan al die deftige mensen die er ook indertijd al – groot en deftig – woonden.

Chic en prachtig is de wijk nog steeds, maar van de kosmopolitische uitstraling van Little London is tussentijds de glans klaarblijkelijk wel even af geweest. Toen in maart 1988 grand café Loos er voor het eerst de deuren opende, stelde een verslaggeefster van Het Vrije Volk tenminste vast dat zich hiermee het eerste ‘buitenlands ogende’ restaurant van de stad in Rotterdam had gevestigd.

Helemaal de waarheid was dat niet. Per slot van rekening kon je in die dagen een stukje verderop ook al voor een authenthieke kaasfondue terecht onder de eiken balken van Châlet Suisse. Daar was het, om in de sfeer te blijven, trouwens helemaal ‘Klein Zwitserland’. Maar feit was dat met grand café Loos iets bijzonders aan het lokale uitgaansleven werd toegevoegd. Het betrof het eerste etablissement in zijn soort (de grand cafés Westerpaviljoen en Dudok zouden snel volgen) in de stad. En reken maar dat de Rotterdamse beau monde van die jaren er net zo groos op was als die journaliste van Het Vrije Volk.

‘Arty’

Loos, gevestigd in het monumentale Atlantic House, was een schitterende zaak om voor een koffie, een borrel of een etentje binnen te stappen. Op de leestafel lagen alle buitenlandse kranten en tijdschriften die ertoe deden. De wanden en pilaren in het cafégedeelte waren ‘arty’ (Het Vrije Volk) beschilderd door Rotterdamse kunstenaars. Het licht scheen binnen door eigentijds glas-in-lood. En de menukaarten op de witgedekte tafels beloofden ‘nouvelle cuisine’, wat zelfs in het voormalige Little London van 1988 nog knap nieuw en dus spannend was. Loos werd om al die redenen vanzelf de ontmoetingsplek voor creatieven, ondernemers en advocaten van de kantoren uit de omliggende straten, (oud-)politici, babyboomers en renteniers.

Nou is het mooie van het hele verhaal dat Loos in die dertig jaar van zijn bestaan ook nog in nagenoeg alle opzichten hetzelfde is. Interieur, publiek en zelfs de kaart: de tijd heeft op het succes van dit grand café weinig vat gehad. Het is weliswaar al lang geen nouvelle cuisine meer die we er tijdens een doordeweekse lunch krijgen voorgeschoteld, maar waar eet je elders in Rotterdamse restaurants van dit niveau nog van een plank? En hoe klassiek zijn intussen ook de gerechten die daarop worden geserveerd, zoals gebakken forel met amandelboter, coquilles met Noilly Prat-saus, kalfslever met zilveruitjes, spek en rozijnensaus, een zalmburger met kappertjes en sliptongetjes à la meunière.

Top 5

Die kalfslever en zalm zijn lekker genoeg om Loos tot, zeg, de twintig beste zaken van de stad te blijven rekenen, terwijl het grand café zich wat mij betreft ook moeiteloos in de top-vijf van mooiste horecagelegenheden in Rotterdam handhaaft. Niettemin dringt zich bij terugkeer in ‘het Rotterdamse Americain’ (Het Vrije Volk) ook een gevoel van gemis op. De loop is er op het Westplein duidelijk altijd in gebleven, maar de ambities van de keuken staan na drie decennia inmiddels op een behoorlijk routineus pitje. In dertig jaar van hip naar al te degelijk. Een dot guacamole op een brioche met zalm brengt daar vooralsnog geen verandering in.

is culinair recensent.