Lied met de noodzaak om gezongen te worden

Het lied ‘Mensch durf te leven’ heeft na honderd jaar nog altijd zeggingskracht. De interpretatie is anders.

foto RAYMOND VAN OLPHEN

Wanneer het lied precies voor het eerst is gezongen, laat zich niet meer achterhalen. Maar het Algemeen Handelsblad, dat op 6 november 1917 verslag deed van een optreden van de gerenommeerde cabaretier Jean-Louis Pisuisse, komt dichtbij. De recensent maakte melding van „een door Dirk Witte gedichte levensles, welke het publiek gretig in zich opnam”. Dat kan niet anders dan ‘Mensch, durf te leven!’ zijn – en dus staat in elk geval vast dat het lied honderd jaar oud is.

En het wordt nog steeds gezongen. „Ik heb groot respect voor dat nummer”, zegt Wende Snijders, die het in haar huidige theaterprogramma Mens vertolkt. „Het is een tijdloos lied dat nog steeds de noodzaak in zich heeft om gezongen te worden”.

‘Mensch, durf te leven!’ is het meest onverslijtbare lied uit de Nederlandse kleinkunstgeschiedenis. Een pakkend pleidooi voor de eigen keuze. Laat je levensloop niet door anderen bepalen, houdt Dirk Witte de luisteraars voor: „Wees op je vierkante meter een vorst. Wat je zoekt, kan geen ander je geven. Mens, durf te leven!”

Het zijn, paradoxaal genoeg, woorden van een man die zelf artiest had willen worden, maar carrière maakte in de houthandel. Het schrijven van liedjes was een nevenfunctie. Hij verkocht die nummers vooral aan cabaretpionier Jean-Louis Pisuisse, die destijds in recensies werd geprezen om „zijn krachtig orgaan” – waarmee niets anders dan ’s mans vastberaden zangvoordracht werd bedoeld. Met zijn vocale bravoure was Pisuisse de ideale zanger voor dit lied. Dat gold trouwens ook voor Ramses Shaffy die het in 1969 op de plaat zette. Menigeen dacht toen dat het een eigen Shaffy-creatie was – zo vereenzelvigde hij zich ermee. „Het lied gaat over het zelfbeschikkingsrecht van de mens”, concludeert Dick Witte (geen familie) in het boekje Kop in de hoogte, neus in de wind dat recent bij dit honderdjarig jubileum verscheen. Hij noemt het „een strijdbaar lied”.

„Voor mij heeft het op den duur wel een ander karakter gekregen”, zegt Wende Snijders, die het in 2003 voor het eerst zong. „Het was een bijna barricade-achtig manifest. Maar wie ben ik om de mensen te vertellen hoe ze zich moeten gedragen? Dit is een tijd waarin we veel houvast zijn kwijtgeraakt en op onszelf worden teruggeworpen. Daarom zing ik het nu contemplatiever, bijna als een gebed. We ploeteren allemaal maar voort. Dat is de betekenis die het nu voor mij heeft: laten we desondanks proberen iets van het leven te maken. Laten we proberen mens te zijn.”