Interview

‘Is dit dan het leven van een kampioen?’

Elis Ligtlee

Haar onverwachte gouden medaille in Rio veranderde haar leven ingrijpend. Ze zei nooit nee en vergat zichzelf. Er waren tegenslagen. Ze kruipt nu langzaam uit het dal.

Elis Ligtlee Foto Bram Petraeus

Elis Ligtlee (23) bewaart haar olympische gouden medaille deze dagen in een roze biscuittrommel bovenop een keukenkastje. Onder haar eigen naam verkocht ze onlangs iets op Marktplaats, maar de koper kwam niet opdagen. Ze had wel haar adres gegeven. Dan gaan bij haar de alarmbellen af. De medaille is het eerste object dat ze in veiligheid brengt. Hij gaat overal met haar mee naar toe.

„Zes gram goud vermengd met 494 gram zilver”, leest ze voor uit het boekje dat hoort bij de prijs die haar leven ruim veertien maanden geleden totaal op stelten zette. De medaille rust in een doosje gemaakt van een Braziliaanse houtsoort, „ruik maar”, biedt ze trots aan. Dan legt ze het eremetaal voorzichtig in haar handpalm om te voelen in hoeverre het gewicht ervan haar gemoed nog bepaalt. „Dit was altijd mijn droom”, zegt ze zachtjes terwijl ze naar haar favoriete zijde van de medaille kijkt, die met een klassieke afbeelding van een engel. „Het hoogst haalbare.” Dan richt ze zich op. „Raar om dat nu al binnen te hebben.”

Het is 13 augustus 2016 als het leven van Elis Ligtlee dankzij een uitzonderlijke krachtsinspanning een wending krijgt die ze niet ziet aankomen, de 22-jarige baanwielrenster geboren in Deventer en opgegroeid in het nabijgelegen Eerbeek. Ze doet mee aan het onderdeel keirin en eerder die zaterdag weet ze zich met hangen en wurgen te plaatsen voor de finale. Dat is al iets heel moois, vindt ze. Op wereldniveau was dat nog nooit gelukt. Maar René Wolff, de bondscoach, is kritisch. Hij vindt dat zijn pupil zich heeft laten wegduwen, dat ze door elleboogstoten eigenlijk niet verder kwam dan een figurantenrol, en dat vertelt hij haar ook. „Je bent aan het meerijden, Elis”. Die term komt bij haar binnen. Meerijden. Wolff raakt een gevoelige snaar. In de finale zal ze het anders doen.

Eerbeek ontploft

Ze loot ongunstig, de olympische finale vangt ze achterin aan. Als de derny, een soort bromfiets, na een paar relatief rustige ronden uit de baan stuurt en de race begint, kiest ze het wiel van een Oekraïense die haar zenuwen niet in bedwang heeft. Binnen de kortste keren vindt ze zichzelf terug aan de kop van de wedstrijd, met nog 2,5 ronde te gaan, veel te vroeg. „Normaal houd je dat niet vol”, zegt ze nu. „Geen idee hoe dat kon. Ik weet nooit precies wat er in mij zit.”

Op het laatste rechte stuk komt de concurrentie nog akelig dicht in de buurt, maar Elis Ligtlee houdt stand en ziet al snel een ‘1’ op het scorebord verschijnen. Ze is verbijsterd, overdonderd, kan voor de camera van de NOS niet meer uitbrengen dan „ongelooflijk” en „bizar”. Ze is olympisch kampioene. Eerbeek ontploft, er wordt vuurwerk afgestoken en er zijn dorpelingen die in tranen uitbarsten.

Ze krijgt een telefoontje van de minister-president, en moet daarna gauw door naar de medailleceremonie. Op het podium staat ze „te trillen als een malle”. Terug in het Olympisch Dorp giert de adrenaline door haar lijf, maar ze moet slapen: de volgende dag begint het sprinttoernooi. De gouden medaille legt ze op haar nachtkastje, bang dat-ie beschadigd raakt als ze ’m omhoudt.

Op de sprint wordt ze vierde, haar lichaam kan niet nog eens boven zichzelf uitstijgen. De explosie is geweest, de titel is binnen. Dan volgt de huldiging in het Holland Heineken House. Onderweg daar naar toe is ze zenuwachtig. Achter de coulissen breekt het angstzweet haar uit, duizenden mensen gaan over een paar seconden naar haar kijken, dus ze moet goed opletten wat ze doet. Dan stapt ze in het licht en dreunt de muziek haar om de oren. Humberto Tan vangt haar op. „Volgens mij heb ik allemaal domme dingen gezegd”, blikt ze terug.

De resterende avonden in Rio gaat ze soms uit, maar ze voelt zich in een nachtclub niet op haar gemak. Ze is moe, wil naar huis. Maar daar wordt het alleen nog maar gekker.

Op Schiphol staan familie en vrienden, die met haar meerijden naar de RAI in Amsterdam, waar een huldiging plaatsvindt. Daar wordt ze herenigd met haar vriend Wouter, een oud-baanrenner, die na een salmonellavergiftiging een punt moest zetten achter zijn carrière. Dan gaat het door naar de studio van DWDD, voor een interview. Na afloop wordt ze meegenomen naar het Westergasterrein. Daar staat een gouden Volvo voor haar klaar. Cadeautje van de sponsor. Of ze zelf terug wil rijden. „Tuurlijk”.

Als ze de straten van haar ouderlijk huis in Eerbeek nadert, ziet ze waar ze ook kijkt foto’s van zichzelf hangen, plastic medailles, spandoeken. Ze realiseert zich nu pas wat ze in Nederland allemaal teweeg heeft gebracht.

In de dagen daarna wordt een grote huldiging voorbereid. Aan Ligtlee de taak om te bepalen wie ze als vip-gasten op het feestje wil. Ze voelt zich schuldig, want moet mensen teleurstellen.

Het Elis Ligtleeplein

De huldiging is als een droom. In een auto met open dak wordt ze door de straten van Eerbeek gereden. Duizenden mensen zijn op de been. „Er stonden mensen met bloemen, van kinderen kreeg ik snoep en cadeautjes. Ik heb iedereen die dat wilde een handtekening gegeven. Ik vond het zielig om iemand over te slaan.”

Die avond opent ze het Elis Ligtleeplein in Eerbeek, en later het gelijknamige plantsoen in Apeldoorn. Er wordt een gladiool voor haar gekweekt. Er volgen fotoshoots, interviews, openingen, ze wordt geboekt als motivational speaker op congressen. Overal zegt ze ja op. De roes blijft maar aanhouden.

Maar vriend Wouter komt in het stuk niet meer voor, voelt zich gepasseerd, en in februari van dit jaar loopt de relatie op de klippen. Daar zit Ligtlee dan, alleen in het huis dat haar vader kocht, met een gouden medaille en een jonge Perzische poes die niet geheel verrassend luistert naar de naam ‘Goldie’. Er zijn dagen bij dat ze denkt: had ik die medaille maar nooit gewonnen. „Er komt zo veel bij kijken, en niemand die je helpt.”

Nu en dan zit ze verdwaasd in haar joggingpak op de bank. Ze kan het niet opbrengen goed voor zichzelf te zorgen. „Als ik niet lekker in mijn vel zit, is voedsel mijn zwakke punt. Ik ben een emotie-eter. Chocola. Dan eet ik dat, en dan denk ik: waarom heb je dat nou weer gedaan? Of ik sla maaltijden over. Maar dan gaat je lichaam alles vasthouden, heel klote”.

Ligtlee vertelt dat ze altijd heeft gejojood met haar gewicht. „Ik was nooit de slankste. Ik moet altijd nadenken bij alles wat ik eet. Het is mijn zwakke plek.”

In die periode komt het van trainen amper. Al voor de Spelen had ze last van een overbelaste pees in haar rechterknie, en die klachten blijven aanhouden. De WK baanwielrennen in maart moet ze aan zich voorbij laten gaan, pijnlijk, want dat is het laatste toernooi van bondscoach Wolff. Ligtlee bouwde in de loop der jaren een hechte vertrouwensband op met de Duitser.

Rond maart is ze geblesseerd, haar relatie is uit en ze ziet de man vertrekken aan wie ze zegt haar gouden medaille van Rio te danken te hebben. Al met al zit ze in een dal. Haar leven waardeert ze met rapportcijfer 5, zegt ze in gesprekken met haar mental coach Maarten Tjallingii, oud-profwielrenner. Ze vraagt zich af: is dit het leven van een olympisch kampioen?

Met het verstrijken van de tijd neemt de druk toe: wat is een olympisch kampioen die niet meer in actie komt eigenlijk waard? Ligtlee wil niets liever dan bewijzen dat ze geen eendagsvlieg is.

Blij met kleine stapjes

Er gaat een vol jaar voorbij. Fysiek gaat het langzaam beter, en ook mentaal maakt ze samen met Tjallingii stappen. Ze neemt de tijd om de tegenslagen een plekje te geven en probeert zich te focussen op de positieve dingen in het leven. Ze leert blij te zijn met kleine stapjes.

Thuis in Zutphen pakt ze haar laptop erbij, en ze laat een lijstje zien met kernwaarden die voor haar belangrijk zijn: eerlijkheid, humor, voeding, communicatie. Zo blijft ze zich richten op de dingen die haar vooruithelpen.

In augustus wordt de Duitser Bill Huck aangewezen als nieuwe bondscoach van de baanwielrenners, die tot dan toe stuurloos ronddwalen. Rond die tijd gaat bij Ligtlee thuis de telefoon. Het is Wouter, haar ex-vriendje. Of hij terug kan komen. Zij antwoordt: „Ik heb net boodschappen gedaan. Kom maar gauw.” Hij gaat niet meer weg. Ligtlee nu: „Ik had de mensen om me heen na de Spelen nooit mogen vergeten.”

Ruim een jaar na haar gouden race heeft ze het gevoel de titel te hebben verwerkt. Het leven waardeert ze nu met een 7,5: haar vriend is terug, ze heeft weer een coach en ze is blessurevrij. Ze moet op de fiets alleen nog wat ritme opdoen om weer mee te kunnen strijden om de medailles. Daarom heeft ze het EK van dit weekend laten zitten. In februari wil ze op het WK in Apeldoorn een gooi doen naar de regenboogtrui. Die heeft ze nog niet.