Recensie

In 3,5 seconden naar de 100 km

Voor de prijs van een Seat Ibiza heb je alleen de bekleding in de nieuwe, adembenemende, Ferrari, aldus .
De Ferrari GTC4 Lusso T bij Kroymans in Hilversum. Foto Peter de Krom

Lichte paniek, als ik de Ferrari GTC4 Lusso T achterwaarts van mijn oprit rijd. Rookwolken schuiven als een dichte mist voor de achterruit en de beelden van de achteruitrijcamera. Brand? Nee, het zijn de uitlaatpijpen maar. De V8 turbo met 610 pk is in koude toestand gul met uitlaatgassen. Zo begint mijn knalfuif met een rookmachine van 382.707 euro.

Duur? Schuld van de opties. Al voor een luttele drie ton is hij startklaar de jouwe. Dan haalt hij ook 320, gaat de kont ook heupwiegen bij de sprint in drieënhalve seconde naar de 100 en heb je evenmin een moment rust omdat heel Nederland je instagramt. Maar je mist wel een panoramisch glazen dak dat voor 14.520 euro superexclusief niet open kan.

De lederen bekleding, het lederen dashboard en de ‘lederen interieur inzetstukken’ in de kleur Blu Sterling, die hem beeldig staat in combinatie met de monsterlijk dure witte triple layer-lak; 19.360 euro, de prijs van een nieuwe Seat Ibiza waarmee je geen seconde later ter bestemming komt. En je ontzegt jezelf het passagiersdisplay boven het dashboardkastje, dat voor maar 4.235 euro ook de bijrijder laat zien hoe hard je durft.

Waarom zou je een supercar met vier zitplaatsen willen, terwijl je voor de helft een ruime reiswagen had kunnen kopen? Had je voor jezelf een echte Ferrari kunnen aanschaffen, de onbesuisde dynamietstaaf die je meesleurt als de kogel de baron van Münchhausen. Gaat een Chinese internetmiljonair met vrouw en twee kinderen achterin 300 rijden? Is zijn gemoedsrust gediend met een racestuur waarop, om te verhinderen dat hij het onder het wild ravotten loslaat, alle essentiële bedieningsfuncties zijn aangebracht? Hoe overleeft zijn prille wetenschap van westerse bedieningslogica die babylonische collage van schakelaars, waaronder twee drukknoppen voor de richtingaanwijzers en een draaiwieltje voor de ruitenwissers? Zou hij met het glanzendrode Manettino-knopje de stabiliteitscontrole durven uitschakelen om zijn moed te tonen?

Kinderen van Mao

Driewerf nee! Hij kan niet eens rijden. Hij tuft in Beijing kruipend naar zijn werk, tussen de fietsers die hem geen blik waardig keuren in een land waar alle rijk geworden kinderen van Mao zich met hetzelfde speelgoed op de armoe van hun vaders wreken. Nogmaals: waarom?

Ter beantwoording van die vraag rijd ik naar muziekvriend M. te N. Die boetseerde als modelleur kleimodellen van toekomstige Ferrari’s naar het productiestadium, hij zat er bovenop. De tour of duty van 340 kilometer kost me 140 euro. Hij loopt 1 op 5 en bij de brandstofkosten kwam een prent van 33 euro voor een snelheidsovertreding van 4 kilometer, bescheiden offer voor een pact met de duivel.

Bewonderend nemen we de auto op, die M. voor het eerst in het echt ziet. Vielen eerdere grote coupés van het merk wat lomp op het netvlies, de GTC4 is met zijn eindeloze motorkap en ver naar achteren geplaatste cabine een gedoodverfde designklassieker. Hij paart de proporties van een vooroorlogse dream car aan het idioom van de shooting brake, een coupé met stationachtig doorgetrokken daklijn. Sierlijke heuplijnen maskeren meesterlijk zijn corpulentie. De golfbeweging van de flank en de dwingende opwaartse vouw vanuit de voorste wielkasten snoeren zijn vet in als een net de kerstrollade. Imposanter nog: hoe de onverzadigbare motor zo’n kolos laat dansen op zijn hete adem.

Fallische rookmakers

We houden halt bij de kont. M. herinnert zich hoe de ontwerper de boetseerploeg animeerde met pikante metaforen. Porno!, kraaide die kerel, ik wil porno! Nu wordt veel duidelijk. We zien de uitlaten, viervoudige erectie van fallische rookmakers, de haast zwarte achterlichten waarin bij nacht helrode cirkels oplichten, brandende gaten. De GTC4 is seksuele voorlichting voor de Chinezen.

Zullen we dan maar een pornografisch blokje om? Ik steek de rode sleutel in zijn opberggleufje, druk de vuurrode startknop in. Op het dashboard blazen de vier vibratorpijpen met de ventilatieroosters uit volle borst tegen de beslagen ruiten aan. Zachtmoedig, bijna te vreedzaam voor zijn soort, sukkelt het 1.740 kilo zware beest in een walm van schuins gegorgel door de nieuwbouwwijken. Dit voorspel durf ik op de doorweekte A15 niet te bekronen met een allesvergruizend hoogtepunt. In de moessontijd maak je geen grappen met dit vermogen op twee meesturende achterwielen. Dit is het echte leven maar, waar dromen dromen blijven. Maar het is een pittig karretje, dat ik een stijlbewuste nouveau riche van harte aanbeveel.