Hoe de snavel van de Britse koolmees groeit en groeit

Illustratie Irene Goede

Koolmezen in Engeland hebben ietsiepietsie langere snavels dan koolmezen in Nederland. Je ziet het verschil niet. Je merkt het alleen als je duizenden snaveltjes heel precies opmeet. Dat hebben biologen gedaan, in Engeland en in Nederland. In beide landen zijn de snavels ongeveer 1,3 centimeter lang. Maar de Engelse snavels zijn gemiddeld een halve millimeter langer. Ongeveer de dikte van jouw vingernagel.

Waarom zou dat zo zijn, vroegen die biologen zich af. Ze gingen nadenken over wat er in Engeland anders is dan in Nederland. Eén ding viel op. In Engeland hebben veel meer mensen voederhuisjes in hun tuin. Van die huisjes of buisjes met onderin een gaatje, waar mezen zaadjes uit kunnen pakken. Engelse mensen kopen die jaarlijks twee keer zoveel als alle andere Europeanen bij elkaar!

De biologen zagen nog iets opvallends. Iets wat erop wijst dat de voederhuisjes en de snavels iets met elkaar te maken hebben. Binnen Engeland zijn er ook langere en kortere snavels. De Engelse vogels met de langste snavels zitten het langst bij de voederhuisjes. En zij krijgen de meeste jongen. Op de Veluwe krijgen lang- en kortsnavels evenveel jongen.

Zouden de langere snavels een aanpassing zijn aan die voederhuisjes? Net zoals de lange nek van de giraffe een aanpassing is aan hoge acaciabomen? En de dikke speklaag van de zeehond een aanpassing aan het koude water? Zulke aanpassingen ontstaan heel langzaam. Niet binnen één dierenleven, maar in de loop van tienduizenden jaren. Dat zit zo. Kinderen verschillen altijd heel iets van hun ouders. De kinderen die het beste zijn aangepast aan de omgeving (de girafjes met de langste nek, de zeehondjes met de beste speklaag), hebben de meeste kans om te overleven. En krijgen zelf ook weer de meeste kinderen. Dat heet natuurlijke selectie. De natuur selecteert wat het beste werkt. Als dat héél lang doorgaat, krijg je verschillen. Soms zelfs verschillende soorten. Evolutie, noemen we dat.

Maar die vogelhuisjes bestaan nog maar een jaar of honderd. Kan evolutie echt zo snel gaan? Ja, ontdekten de biologen. Een kwart eeuw geleden waren de koolmeessnavels één tiende millimeter korter dan nu.

Hoe het precies zit, willen ze nog uitzoeken. Want kun je met zo’n ietsiepietsie langere snavel nou echt beter uit een voederhuisje eten? En hoe lang zou dat langer-worden eigenlijk doorgaan? Straks zijn de snavels over 3.300 jaar twee keer zo lang als nu! Afhankelijk van hoe de voederhuisjes van de toekomst eruit zien, natuurlijk.

Bron: Science, 19 oktober.