Het einde van Raqqa is niet het eind van IS

Islamitische Staat

Met de bevrijding van ‘hoofdstad’ Raqqa deze week lijkt het glorieuze kalifaat van de terreurgroep Islamitische Staat opgedoekt. Dat wil niet zeggen dat er geen IS-strijders meer zijn.

Verwoesting in Raqqa, tot deze week de ‘hoofdstad’ van het kalifaat van IS. Foto BULENT KILIC/ AFP

Raqqa is een ruïne. De Oost-Syrische stad, die deze week werd bevrijd uit handen van de terreurbeweging Islamitische Staat (IS), is na maanden van zware bombardementen vrijwel verwoest. Journalisten die ter plaatse waren, beschrijven een woestenij van stof, brokken beton en verwrongen metaal. Ooit woonde er een half miljoen mensen, nu is al het leven verdwenen.

De val van Raqqa heeft grote symbolische waarde. Als de facto hoofdstad van het kalifaat dat IS had uitgeroepen in delen van Syrië en Irak, had Raqqa een mythische status bij IS-aanhangers. Het dagelijks leven in de stad werd geromantiseerd in tal van propagandavideo’s, waarmee IS tienduizenden moslims uit de hele wereld naar het kalifaat wist te lokken. IS creëerde het beeld van een islamitische utopie waar Gods wetten zorgden voor sociale en economische rechtvaardigheid. Dit raakte een snaar bij sommige moslims in het Westen, die zich tweederangsburgers voelden.

De aantrekkingskracht van IS was voor een groot deel gebaseerd op deze vermeende heilstaat, die op het hoogtepunt een gebied besloeg ter grootte van het Verenigd Koninkrijk en naar schatting 8 miljoen inwoners telde. Het was niet de eerste poging van jihadisten om een staat te vestigen in veroverd gebied. Lokale filialen van Al-Qaeda probeerden dit eerder tevergeefs in Irak, Jemen en Mali. Maar IS had het lef zijn proto-staat uit te roepen tot het nieuwe kalifaat, de opvolger van grote islamitische rijken uit het verleden.

Studio NRC
Studio NRC
Studio NRC
Studio NRC

Kruisigingen

IS leek van een andere orde dan andere jihadistische strijdgroepen. De razendsnelle opmars van de groep in 2014 legde een bom onder de eenheid van Syrië en Irak, en daarmee onder de grenzen in het Midden-Oosten. Niet eerder beheerste een terreurgroep zo’n groot gebied, had het zoveel wapens tot zijn beschikking, en wist het zo’n groot internationaal vreemdelingenlegioen te mobiliseren.

De jihadistische vrijstaat vormde ook een bedreiging voor het Westen, zo bleek uit een serie aanslagen in Europa en de VS, die ofwel in het kalifaat waren georganiseerd, ofwel door IS waren geïnspireerd. „We zullen jullie Rome veroveren, jullie kruisen breken, en jullie vrouwen tot slaaf nemen”, dreigde sjeik Abu Muhammad al-Adnani, de belangrijkste woordvoerder van IS, in een van zijn tirades tegen het Westen. „Als we dat punt niet bereiken, dan zullen onze kinderen en kleinkinderen het doen.”

Voor het Westen werd IS de belichaming van het kwaad: gewelddadig, genadeloos, barbaars. Vijanden werden gekruisigd op het centrale plein in Raqqa. Vrouwen van religieuze minderheden werden gebruikt als seksslaven. Westerse gijzelaars werden voor het oog van de camera onthoofd of in brand gestoken.

IS is een symptoom van veel dieper liggende problemen.

IS was lang niet de enige strijdgroep in Syrië en Irak die gruweldaden pleegde, maar wel de enige die er gelikte propagandavideo’s van maakte. Zo eiste de groep in de beeldvorming een hoofdrol op en cultiveerde ze haar wrede imago – daarmee ook haar militaire beperkingen compenserend. In Mosul trokken bange militairen hun uniform uit en namen de benen. Anders hadden een paar duizend IS-strijders de miljoenenstad nooit kunnen innemen.

„De Islamitische Staat is het gevaarlijkst in zijn interactie met de geest, de fantasieën, de frustraties en de angsten van anderen, van de bekeerlingen die het aantrekt, tot beleidsmakers en analisten”, schreef Midden-Oosten-expert Peter Harling in een essay op de website The Arabist. „De Islamitische Staat is niet gewoon slecht, maar diabolisch: net als de Satan uit het heilige boek, is het een wezen dat veel dingen is voor veel mensen, dat een verontrustende allure heeft, en dat ons uiteindelijk laat geloven dat we het juiste doen terwijl we eigenlijk onszelf vernietigen.”

Volgens Harling heeft het Westen zich te veel gericht op de strijd tegen IS, alsof de vernietiging van het kalifaat alles zou oplossen. Maar IS is een symptoom van veel dieper liggende problemen: de implosie van Syrië en Irak, de marginalisatie van de sunnieten, sektarische haat, het gebrek aan legitieme, capabele leiders in het Midden-Oosten, de regionale machtsstrijd tussen Saoedi-Arabië en Iran. The Economist omschreef IS als een „grotesk resultaat van sunnitische woede” over hun verlies aan macht.

Lees ook het achtergrondverhaal van redacteur Floris van Straaten: Raqqa is voor overlevenden de ‘slechtste plek op aarde’

Het leger van Saddam

Dat is terug te voeren op de Amerikaanse invasie van Irak. Na de val van dictator Saddam Hussein moest de sunnitische minderheid (20 procent), die onder Saddam decennialang de dienst had uitgemaakt, ineens de macht afstaan aan de shi’itische meerderheid (60 procent). Het voltallige leger van Saddam werd ontslagen. De militairen mochten hun wapens houden, maar kregen geen geld. Velen kwamen in verzet tegen de VS en de nieuwe regering in Bagdad. De opstand werd gedomineerd door Al-Qaeda-in-Irak, de voorloper van IS.

Voormalige officieren van Saddam speelden een belangrijke rol bij de oprichting van IS. Het Duitse weekblad Der Spiegel kreeg een paar jaar geleden documenten in handen die aantonen hoe de oprichting van IS nauwkeurig werd gepland door oud-officieren, met name van de inlichtingendienst. Zij hadden vanaf het begin het plan om terrein te veroveren in Syrië, waar een burgeroorlog was uitgebroken, om van daaruit Irak binnen te vallen. De prominente rol van deze oud-officieren, groot geworden in de seculiere Ba’athpartij, leidde tot scepsis over de islamitische geloofsbrieven van IS. „Dit is geen geloofsbelijdenis”, schrijft journalist Christopher Reuter in Der Spiegel, „maar een uitgewerkt plan voor een ‘Islamitische inlichtingenstaat’”. Reuter suggereert dat IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi een stroman is, uitgekozen om IS een jihadistisch gezicht te geven.

Geld voor de wederopbouw van steden als Mosul, Raqqa, Ramadi en Falluja is er niet.

Als het jihadisme slechts een façade is, dan gaan de oud-officieren daar wel ver in. IS presenteert zich als een groep vrome, dappere navolgers van de pure islam uit de zevende eeuw, toen de profeet en zijn directe opvolgers het Midden-Oosten veroverden en bekeerden. Mohammed was niet alleen een profeet, ook een heerser en strijder. In het kalifaat van IS was elke wet een zo strikt mogelijke navolging van het leven en de profetie van Mohammed. Dat gold voor elk aspect van het leven, van oorlogsvoering tot kledingvoorschriften, van belastingheffing tot gebitsverzorging.

Dit is niet anders bij andere jihadistische groepen. Maar in sommige opzichten is IS radicaler. Zo heeft ze een ruimere interpretatie van het begrip takfir: iemand tot afvallige bestempelen. Moslims die hun baard afscheren of meedoen aan verkiezingen, zijn in de ogen van IS al afvalligen. Dat geldt ook voor shi’ieten, die regelmatig doelwit zijn van aanslagen. Afvalligen moeten volgens IS worden gedood om de aarde te zuiveren.

Daarnaast gelooft IS dat het einde der tijden nabij is. Daarbij heeft Allah een belangrijke rol voorzien voor IS. Voordat de Dag des Oordeels aanbreekt zal de Mahdi, een soort messias, terugkeren op aarde om de moslims naar de overwinning te leiden. Dit apocalyptische wereldbeeld komt voortdurend terug in de propaganda van IS. Zo heeft de groep zijn magazine vernoemd naar Dabiq, een onbeduidend stadje in Noord-Syrië waar de laatste grote veldslag tussen de moslims en het leger van Rome (het Westen) moet plaatsvinden.

Bekijk ook onze video over hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat:

Opgelost in de woestijn

Dat zal voorlopig niet gebeuren, want IS is opgelost in de woestijn op de grens tussen Syrië en Irak. De leiders van de groep zouden zich schuilhouden in de plaatsen Mayadeen en Al-Bukamal, pal op de grens. Maar dat wil niet zeggen dat de groep is verslagen. Volgens de internationale coalitie beschikt IS nog altijd over 6.000 tot 10.000 strijders, veel meer dan in 2011. Toen wist IS ook uit zijn as te herrijzen. De groep is zeer bedreven in het voeren van een guerrilla. Het grensgebied tussen Syrië en Irak is bovendien bekend terrein, waar IS veel sympathisanten heeft.

Daarbij is de voedingsbodem voor een opstand allerminst verdwenen. Veel sunnieten in Syrië voelen zich niet vertegenwoordigd door het alawietische regime in Damascus dat de oorlog lijkt te gaan winnen dankzij de steun van het shi’itische Iran. En sunnieten in Irak voelen zich achtergesteld door de shi’itische machthebbers in Bagdad wier sektarische milities qua wreedheid weinig onder doen voor IS.

De steden die zijn heroverd op IS in Syrië en Irak zijn grotendeels verwoest. Van Mosul, ooit een bloeiende handelsstad op de zijderoute, is naar schatting driekwart van de wegen verwoest, bijna alle bruggen en 65 procent van het stroomnet. De helft van de 1,8 miljoen inwoners leeft nog in opvangkampen. IS blies zelf tijdens het beleg van de stad de 845 jaar oude Al-Nouri-moskee op – de plek waar Baghdadi in juli 2014 het kalifaat uitriep.

Geld voor de wederopbouw van steden als Mosul, Raqqa, Ramadi en Falluja is er niet. De Iraakse regering schat dat er in totaal 100 miljard dollar nodig is. Maar ze heeft geen geld. De internationale coalitie, wier bombardementen een groot deel van de schade hebben veroorzaakt, staat niet te popelen om bij te springen.

Op Raqqa heeft de coalitie tussen juni en september 17.500 bommen, raketten en mortiergranaten afgeschoten. Volgens Airwars, dat onderzoek doet naar de luchtoorlog in Syrië en Irak, zijn er zeker 1.800 burgers omgekomen bij het beleg van Raqqa, vooral bij luchtaanvallen van de coalitie en mortiervuur. Een strijder die hielp IS te verdrijven zei tegen een journalist van Reuters: „Dit zal in geen twintig jaar worden herbouwd. Deze stad is totaal verwoest.”

Lees ook het bericht: Het kalifaat is zijn hoofdstad kwijt. Na een belegering van vier maanden is Islamitische Staat ook verslagen in Raqqa, de zelfverklaarde hoofdstad van het kalifaat.