De psychiater heeft geen tijd voor je

Jeugdpsychiatrie

Kinderen met problemen moeten maanden wachten op hulp, psychiaters krijgen een burn-out. Waarom is de werkdruk zo hoog? Een dag op de polikliniek.

Foto's Martijn Beekman

Spijkenisse. Kinderpsychiater Fleur Wetsteijn is om half vijf opgestaan deze werkdag. Het is een gewoonte inmiddels: hoe moet ze anders 50 uur in een 36-urige werkweek proppen? Ze werkt van vijf tot zeven ’s ochtends thuis, wekt haar kinderen, brengt hen naar school en komt tussen acht en half negen op de polikliniek aan voor het vervolg van haar werkdag. Ze werkt bij Lucertis, locatie Spijkenisse, waar kinderen en adolescenten (6 tot 24 jaar) komen voor behandelingen wegens dwang-, angst- of eetstoornissen, adhd, autisme, depressie.

Wetsteijn werkt door tot vijf uur ’s middags, onderbroken door een pauze van een half uur – die geregeld voor de helft opgaat aan werk. De avonden houdt ze zoveel mogelijk vrij, maar in het weekend werkt ze ook. Zingen en sporten schieten erbij in.

Werkdruk is in de jeugdzorg een veelbesproken thema de laatste weken. Rijksbezuinigingen van 15 procent, die gepaard gingen met de overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten, in 2015, eisen hun tol. Gemeenten kopen de jeugdzorg daardoor al drie jaar achtereen in voor lagere prijzen, terwijl de vraag naar jeugdzorg – vooral naar de geestelijke jeugdgezondheidszorg (jeugd-ggz) – niet is afgenomen. Behandelaars – jeugdpsychiaters, verpleegkundigen, psychologen – zien maar één uitweg: harder werken.

We houden dit niet vol, luidde de boodschap van acht aanbieders van jeugd-ggz in een recente brief aan de Tweede Kamer. Ze schreven dat behandelaars hun vak verlaten vanwege de werkdruk. De Limburgse instelling Mondriaan kondigde wegens de „onverantwoord hoge” werkdruk zelfs aan een deel van de zorg aan kinderen binnenkort stop te zetten.

Hoe vertaalt dat zich in het dagelijks werk van jeugdpsychiaters? Hoe ontstaat die werkdruk en wat zijn de gevolgen – voor behandelaars en, vooral, voor de kinderen?

Jongen met nachtmerries

Fleur Wetsteijn zit in zwarte coltrui en broek met schotse ruit achter het bureau in haar spreekkamer in Spijkenisse. Een sober kantoortje is het: blauw tapijt, rode muismat, whiteboard. Tegenover haar zitten twee basispsychologen en een collega-kinderpsychiater, allen vrouw. Ze bespreken nieuwe „aanmeldingen” bij Lucertis: kinderen die hulp nodig hebben, vers doorverwezen door, meestal, de huisarts. Een jongen met nachtmerries, voortdurend angstig; een meisje dat depressief thuis zit; een ander meisje dat al jaren blijkt te lijden onder angst en paniek.

Hulp bieden kan Lucertis echter niet meteen. Kinderen zonder acute problemen moeten op de locatie in Spijkenisse gemiddeld twee maanden wachten op een intake-gesprek, en vervolgens nog eens gemiddeld twee maanden op de behandeling zelf. Lucertis spreekt van gemiddelden omdat de wachttijd ook bij niet-acute problemen afhangt van de ernst van de aandoening van het kind.

Vanwege die wachtlijsten overleggen de vier deze ochtend wat ze met de nieuwe aanmeldingen zullen doen. Lokale wijkteams kunnen soms uitkomst bieden. Kinderen met lichtere problemen kunnen daar terecht, is het idee.

Kinderpsychiater Fleur Wetsteijn aan het werk. Kinderen zonder acute problemen moeten gemiddeld twee maanden wachten op een intake-gesprek. Foto Martijn Beekman

De teams, opgericht na de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015, zijn het beoogde vehikel van de transformatie van de jeugdzorg: kenners van schuldhulp, verslaving, leerplicht, opvoedkunde en andere disciplines werken zij aan zij om problemen van kinderen snel te herkennen en in de kiem te smoren.

Maar die overname van kinderen door wijkteams is in werkelijkheid vaak lastig of zelfs onmogelijk, zoals blijkt als de vier vrouwen spreken over een jongetje van 6 dat zich op school zeer druk gedraagt. Hij moet worden onderzocht op adhd door een gz-psycholoog (gezondheidszorgpsycholoog), concluderen de vier.

„Dat kan het wijkteam doen, toch”, zegt Wetsteijns collega-kinderpsychiater.

„Hangt er vanaf waar hij woont”, zegt Wetsteijn. „Waar woont hij?”

„Spijkenisse.”

„Ai. Die hebben geen gz-psycholoog meer in het wijkteam. Die is vertrokken.”

Bij gebrek aan de juiste psycholoog in het wijkteam van zijn woonplaats, moet het jongetje toch naar Lucertis voor het adhd-onderzoek, en belandt hij op de wachtlijst. Het wachten op zo’n onderzoek duurt ongeveer zes maanden, zegt Wetsteijn. Een half jaar onzekerheid over de vraag of er sprake is van adhd. Een half jaar uitstel van eventuele behandeling.

Het jongetje is de dupe van een taai, organisatorisch probleem. Dat geldt voor veel kinderen, en dat is vervreemdend: het gaat hier om kinderen met adhd, met ernstige tics, kinderen die niet meer eten of die maanden spijbelen – maar vraag naar het waarom van hun lange wachten en je verzandt in de taal der bureaucratie. ‘Wijkteam’ is een woord dat vaak valt, als het over de werkdruk bij Lucertis gaat. Want ook psychologen van Lucertis worden geacht aan de transformatie van de jeugdzorg mee te werken: sinds 2015 behandelen ze nog maar de helft van hun tijd ‘gewoon’ kinderen in de polikliniek. De andere helft werken ze in een wijkteam van een van elf omliggende gemeenten om problemen van kinderen snel het hoofd te bieden.

Geen behandelkamer

Meerdere psychologen van Lucertis raken ironisch genoeg zélf in de problemen door het werken in een wijkteam. Er is onduidelijkheid over hun rol, ze krijgen te weinig begeleiding en te veel casussen of ze vinden zich terug op een werkplek vol bellende collega’s en zonder een behandelkamer om kinderen in te zien. Twee gz-psychologen van Lucertis zijn een paar weken geleden uit onvrede met hun wijkteamwerk vertrokken naar een andere organisatie.

De teams zijn „nog heel erg zoekende”, zoals Wetsteijn het uitdrukt. Veel kinderen belanden daardoor alsnog bij Lucertis. Wat de wijkteams in de regio-Spijkenisse wél op hun conto kunnen schrijven: ze sporen meer hulpbehoevende kinderen op, ook kinderen die zware zorg nodig hebben. Op zich is dat goed nieuws: er blijven minder vaak ernstige gevallen onopgemerkt. Maar het verhoogt wel de werkdruk voor Lucertis, want daar belanden die zware gevallen.

Grosso modo is sinds het ontstaan van wijkteams het aantal kinderen dat bij Lucertis aanklopt voor hulp gelijk gebleven, hebben die kinderen gemiddeld zwaardere problemen, is de werktijd van behandelaars op de polikliniek met de helft afgenomen door hun wijkteamwerk en staat het vermijden van een burn-out hoog op vrijwel ieders to do-lijst.

Speelgoed bij Lucertis in Spijkenisse, een instelling waar kinderen en adolescenten met psychische stoornissen behandeld worden. Foto Martijn Beekman

Voor twee collega-psychiaters is die burn-out sinds kort al een feit. Dat is extra heftig, zegt Wetsteijn, omdat er al een groot tekort is aan jeugdpsychiaters – ook aan gz-psychologen overigens. Die vervang je dus niet een-twee-drie. Lucertis heeft meerdere poliklinieken en een aantal teams „staat op wankelen”, zegt ze. Zo kwam ze er laatst achter dat op een andere poli de helft van de week geen psychiater aanwezig is.

Dat bedoelt ze als ze het heeft over werkdruk.

Psychiaters als Wetsteijn hoeven, medisch specialist zijnde, niet in wijkteams te werken: die zijn immers bedoeld voor het te lijf gaan van lichtere problemen. Maar door het vertrek van een van die ontevreden gz-psychologen neemt Wetsteijn sinds september een taak van die collega over: het ondersteunen van de psychologen die in de wijkteams werken. Het kost haar wat uren extra per week, en Wetsteijn verwacht dan ook voorlopig om half vijf ’s ochtends op te moeten blijven staan. Gelukkig, zegt ze, „heb ik aan vijf uur slaap voldoende”.

Snijwonden

Terug naar haar spreekkamer. Wetsteijn zit weer achter haar bureau na een kwartier pauze – ze heeft even buiten gewandeld. Nu is het middag en tijd voor patiënten.

Een tienermeisje en haar moeder nemen tegenover haar plaats. Ze vinden het geen probleem dat een journalist aanwezig is, op voorwaarde dat het meisje anoniem blijft. Ze is depressief en al een poosje in therapie bij een psycholoog, een collega van Wetsteijn. Dit consult is bedoeld om het over medicatie te hebben. Het meisje verlangt al een poos naar een antidepressivum en heeft die wens voor de zomer voor de tweede keer aan haar psycholoog voorgelegd.

Want het gaat niet goed, zegt ze. Wat ze haar psycholoog nog niet had verteld: ze snijdt zichzelf.

„Heel mijn benen zitten vol”, zegt het meisje monotoon en zacht. „Ik ben nu drie weken gestopt, maar je ziet het nog steeds.”

„Moest het gehecht worden?” vraagt Fleur Wetsteijn.

„Niet dat ik weet”, zegt het meisje.

„Wanneer heb je de neiging jezelf te snijden?”

„Vooral ’s avonds als ik alleen op mijn kamer ben. Als ik veel nadenk en pieker.”

„Wat voel je als je je snijdt?”

„Ik word emotieloos. Dan denk ik minder na.”

„Je kunt dan focussen op de pijn in plaats van op je gedachten?”

„Ja.”

„Heb je er spijt van, als je het gedaan hebt?”

„Niet echt. De volgende dag heb ik weer aandrang om het te doen.”

„En nu heb je het drie weken niet gedaan?”

„Ja.”

„Dat is knap.”

Wetsteijn schrijft medicatie voor. Ze vertelt uitgebreid over de werking van het middel: dat het vier tot zes weken duurt voordat het begint te werken, dat ze zich er de eerste twee weken juist wat labieler door kan voelen, en dat ze altijd contact kan opnemen met Lucertis of de huisarts. Volgende zaterdag mag ze met het middel beginnen.

„Ik ben blij. Eindelijk”, zegt het meisje. Met haar moeder verlaat ze de kamer.

Op de vraag waarom het meisje meerdere maanden op het voorschrijven heeft moeten wachten, zegt Fleur Wetsteijn dat het komt door „de wachtlijst bij mij”. „Mijn agenda is gewoon elke dag te vol.”

Vindt ze het verantwoord dat een meisje dat zich snijdt zolang moet wachten op medicatie?

„Het is onwenselijk”, zegt ze. „Maar het is belangrijk om voor zo’n medicatieconsult de tijd te nemen. Dat je rustig uitleg geeft aan zo’n meisje en haar moeder, zodat ze weten hoe dit middel werkt en wat ze moeten doen bij bijwerkingen. Die tijd wil ik nemen, daar voel ik me verantwoordelijk voor. En ja, als je de tijd neemt, dan wordt de afstand tussen afspraken groter.”

Nog één consult, en dan eindigt Wetsteijns werkdag. Een vrije avond wacht, en morgen een vrije dag – op wat werk na.