De laatste kermis op de Dam – Hofland zou tevreden zijn

Talk of the Town

De kermis staat voor de laatste keer op de Dam. Voor sommigen het einde van een jarenlange strijd, voor anderen een treurig einde van een „unieke” kermis.

De kermis op de Dam, afgelopen woensdag. De kermis staat hier voor het laatst. Foto Remco Koers

In 1991 schreef Henk Hofland onder zijn pseudoniem S. Montag er in deze krant al geïrriteerd over: de kermis op de Dam. Hij zou hier in de jaren die volgden nog vaker over schrijven. Het waren niet per se de kermisattracties zelf die hem ergerden. Nee, het was vooral de locatie. Een kermis paste goed bij „plattelandsgemeenten, dorpen waar boerenzoons met de klomp een ruzie beslechten.” Niet midden in het centrum waar „het iedere dag al kermis is. Wie lol wil trappen, kan hier alle etmalen van het jaar aan zijn trekken komen.” De kermis maakte volgens hem lawaai, was gevaarlijk, stonk en liet een onbeschrijflijke rotzooi achter.

Hofland zou tevreden zijn: zondag 29 oktober staat de kermis voor het laatst op de Dam. Eigenlijk zou hun contract pas in 2019 niet verlengd worden, maar eind vorig jaar besloot de gemeente dat de kermis al in 2018 niet meer welkom is.

Daar is op de kermis woensdagochtend nog niets van te merken. Een Poolse medewerker boent fluitend de zilveren standaard van de ‘Disco Jumper XL’ schoon. Een verkoper van de zoetigheidskraam twijfelt zelfs of dit wel écht de laatste keer is: hij heeft nog geen officieel bericht ontvangen van de organisator. Even verderop in een kassahokje zit Fons Speelman (53), de bedrijfsleider van het reuzenrad. Vanuit zijn aangenaam ruime werkplek kijkt hij uit op de Bijenkorf, het Paleis, Madame Tussauds en het monument. Een zacht zonnetje schijnt naar binnen, op de achtergrond klinkt typische kermismuziek; veel accordeon. „Uniek” noemt hij deze locatie. De meeste steden hebben een kermis, maar nergens op zo’n bijzondere plek als in Amsterdam. Speelman staat hier sinds acht jaar met het reuzenrad, maar komt uit een echte kermisfamilie; zijn ouders hadden vroeger botsautootjes. „Die zie je tegenwoordig alleen nog maar in dorpjes.” Zijn ouders, beiden 77 jaar, hebben inmiddels een touwtrekkraam. Voor de kermis zijn de tijden veranderd: de mensen hebben andere dingen te doen. En dus gaan de zaken over het algemeen slechter. Maar hier op de Dam, vertelt Speelman terwijl hij ondertussen tickets verkoopt aan twee zwaar opgemaakte Engelse tienermeisjes, ging het de laatste jaren juist in een stijgende lijn. „Door de groei van toeristen natuurlijk.” Want hij weet zelf ook wel dat deze kermis er niet voor de Amsterdammers staat. Maar je moet de toeristen ook iets bieden. Hij begrijpt de keuze van de gemeente om te stoppen met de Damkermis niet helemaal: „Zonder kermis wordt het toch niet minder druk? De toeristen blijven toch wel komen.”

Het einde van de kermis op de Dam – in het Westerpark zijn ze nog wel welkom – is onderdeel van het nieuwe evenementenbeleid dat Van der Laan vorig jaar presenteerde en het gevolg was van drukte en overlast in de binnenstad. Ook de ondernemersvereniging op de Dam was niet blij met het halfjaarlijkse evenement: ze zouden tijdens de kermis minder klanten hebben.

Volgens Speelman niet waar. Als hij het voor het zeggen had, bleef de kermis – maar met meer ruimte tussen de attracties. Of nog beter: het reuzenrad voor langere tijd op de Dam. „In Antwerpen staan we ook drie maanden.” Maar dat blijft waarschijnlijk een droom. „Als je weg moet, dan kom je niet terug.” Hofland heeft de strijd gewonnen.