Cultuur

Interview

Interview

Sebe Emmelot

Wie deed wat voor Laura H.?

IS-reizigers

Om familie van Nederlandse jihadisten te begeleiden, kwam er een ‘Familiesteunpunt Radicalisering’. Deze instelling hielp de vader van de van terrorisme verdachte Laura H. zijn dochter terug te halen uit het kalifaat. Maar daarvoor was het steunpunt juist níet bedoeld.

Praat met haar zoals een vader met zijn dochter praat. Gewoon, neutraal, kalm. Dat ze niet het gevoel heeft dat ze een verhoor aan het afleggen is.

Maar vraag wel door, krijgt de vader van de van terrorisme verdachte Laura H. te horen: „Het is heel belangrijk dat we precies weten wat er die dinsdag is gebeurd.”

Het is zondagmiddag 17 juli 2016. Eugène, de vader van Laura H., wacht al dagen op een telefoontje van zijn dochter. Zij is de dinsdag ervoor ontsnapt uit het kalifaat van Islamitische Staat (IS), waar ze eerder met haar man en kinderen naartoe was vertrokken. Laura wordt vastgehouden door de Koerden in Irak, die haar hebben gered. Niemand heeft haar nog gesproken.

Op dat eerste gesprek met zijn dochter wordt Eugène voorbereid door het ‘Familiesteunpunt Radicalisering’, een zorginstelling die familieleden van jihadisten begeleidt. Hij moet erachter zien te komen, zegt de medewerker met wie hij dan al maanden contact heeft, of Laura misschien „slechte intenties” heeft.

Vorige week stond Laura H. (21) als eerste vrouwelijke IS-ganger voor de rechter. Ze hoorde drie jaar cel tegen zich eisen, waarvan twee voorwaardelijk, wegens deelname aan een terroristische organisatie.

De advocaat van Laura H,
fragment 4

Haar advocaat Michiel Pestman vroeg vrijspraak, of niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM), onder meer wegens de onzuivere rol die het Familiesteunpunt in haar zaak zou hebben gespeeld. De stichting, in naam onafhankelijk, zou zijn opgetreden als een verlengstuk van de Nederlandse terreurbestrijding. Vrijdag diende Pestman een formele klacht in bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Hoe kan het dat een – uiteindelijk veilig teruggekeerde – IS-ganger zo tegenover een organisatie is komen te staan die alleen maar is bedoeld om families te helpen?

Geheime overeenkomst

Terug naar het begin. In het najaar van 2015 reist Laura H., samen met haar man Ibrahim I. en twee kleine kinderen, naar het kalifaat. Eerst naar Syrië, dan naar Irak. Al gauw krijgt ze spijt. „Dit is een grote fout geweest van mij”, appt ze aan haar vader. „Vergeef me.” Ze wil weg, liefst zonder haar man die haar dagelijks mishandelt.

Sebe Emmelot

Nederland werkt niet mee aan de terugkeerplannen van IS-gangers. Dat is beleid. Sterker, in de woorden van premier Rutte in 2015: „Het is beter dat je daar omkomt, dan terugkeert.”

Eugène H. is wanhopig. Moet hij haar zelf zien te redden? Wat weet hij nou helemaal van Islamitische Staat?

Een ander gezin met een ‘uitgereisde’ dochter wijst hem op het Familiesteunpunt Radicalisering, eind 2015 opgericht om familieleden die te maken hebben met een kind dat radicaliseert of geradicaliseerd is ondersteuning te bieden. Als je kind radicaliseert en mogelijk strafbaar gedrag vertoont, stap je immers niet zo snel naar de politie.

De stichting biedt officieel geen hulp bij de mogelijke terugkeer van een uitgereisd gezinslid – dat zou indruisen tegen het Nederlandse beleid. Maar als Eugène er aanklopt, blijkt er toch iets mogelijk te zijn.

Op 8 januari 2016 tekent Eugène H. in het geheim een overeenkomst. De strekking: het Familiesteunpunt Radicalisering gaat hem adviseren over de mogelijke terugkeer van zijn dochter. Maar, zo staat in het contract, er is „geen enkele garantie op een veilige terugkeer”. De bijbehorende geheimhoudingsclausule tekent hij ook.

Zo’n zeventig families zijn sinds de oprichting bijgestaan door het Familiesteunpunt Radicalisering. Volgens het Steunpunt hebben twee eenzelfde document ondertekend. De stichting wordt gesubsidieerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTV), maar is onafhankelijk. Op de website staat: „Alle informatie die u met ons bespreekt is vertrouwelijk en wordt zonder uw toestemming niet zomaar met anderen gedeeld.”

Maar in de zaak-Laura H. nam het Familiesteunpunt het niet zo nauw met de eigen richtlijnen rond terugkeer. Dat blijkt uit tientallen pagina’s aan telefoontaps, politieverhoren, sms-, app- en e-mailverkeer, ingezien door NRC.

Team on the ground

Eugène H. krijgt van het Familiesteunpunt een zogeheten ‘casemanager’ toegewezen: S. (haar volledige naam is bij de redactie bekend, zij wil die om veiligheidsredenen niet in de krant). S. brengt hem in contact met een Duitse „deradicaliseringsexpert”, Daniel Köhler. Die kent ze: Köhler was betrokken bij de oprichting van het Familiesteunpunt en werd ingehuurd door de NCTV om de medewerkers op te leiden. Ook S. is door hem getraind.

Op voorspraak van S. vraagt Eugène Köhler om hulp om zijn dochter uit het kalifaat te krijgen. De Duitser antwoordt: „I will contact my team on the ground. Stuur alsjeblieft een e-mail met alle details die je kunt geven over je dochter.” Köhler belooft een operatie op te zetten in Irak. Die zal zo’n 10.000 euro gaan kosten.

Vanaf april 2016 overleggen Eugène en Daniel Köhler bijna dagelijks: hoe gaan ze Laura en de kinderen ontzetten uit Mosul, de Noord-Irakese stad waar het gezin is neergestreken? Maanden gaan vruchteloos voorbij. Eugène houdt zijn casemanager van elke ontwikkeling op de hoogte.

Eind juni is het show time. „Om de boel in gang te zetten”, appt Köhler, „moet je het geld vandaag overmaken”. Dat doet Eugène. Hij leent er geld voor van zijn buurman.

Het plan: Laura moet zelf IS-gebied zien te verlaten en naar een afgesproken plek rijden. Daar zal volgens Köhler zijn team klaarstaan. De casemanager is op de hoogte.

Op 12 juli 2016 vertrekt Laura in de vroege ochtend van huis. Uren blijft het stil. Tot ze door een eenheid van de Koerdische Peshmerga wordt aangetroffen, rennend door de woestijn – met de kinderen, maar zonder echtgenoot. Köhlers team is ze nooit tegengekomen, dat had dus geen aandeel in haar ontsnapping. Dat verklaart zowel Laura als Daniel Köhler later tegen de politie.

Die avond wordt Laura geïnterviewd op de Koerdische televisie. Ibrahim, zo verklaart ze, is tijdens de vlucht gewond achtergebleven.

Dubbele agenda

Bij Daniel Köhler ontstaan na Laura’s ontsnapping twijfels over haar intenties. Hij vindt haar vluchtverhaal ongeloofwaardig, blijkt uit getranscribeerde taps van telefoongesprekken van Eugène. Hij werd destijds afgeluisterd door de politie. Ook deze taps zijn in het bezit van NRC.

Dat Laura haar man voor dood heeft achtergelaten, zoals ze op de Koerdische tv beweert? „Belachelijke leugens”, zegt Köhler tegen Eugène. „Ze beschermt hem.” Eugène moet rekening houden met de mogelijkheid dat zijn dochter misschien helemaal niet zo gederadicaliseerd is als hij dacht. Dat ze mogelijk met IS onder één hoedje speelt.

Köhler deelt die vermoedens met casemanager S., en schakelt haar in om Laura via haar vader te verhoren. De zorgverlener van het Familiesteunpunt gaat hierin mee. Zo begeeft ze zich op een terrein – waarheidsvinding – dat eigenlijk is voorbehouden aan veiligheidsdiensten.

„Ik ben gebeld door Daniel”, zegt S. over de telefoon tegen Eugène, vijf dagen nadat Laura uit het kalifaat is ontsnapt. Ze wachten op haar eerste telefoontje. Voor Köhlers gevoel heeft Laura „een soort dubbele agenda”, zegt S., en ze moeten „zeker weten wat per detail is gebeurd” rond Laura’s ontsnapping.

Ze vraagt Eugène het gesprek op te nemen. Als S. hem vragen gaat doorgeven om Laura te stellen „is het niet de bedoeling dat je die vraag dan zo even opleest”, zegt ze, maar dat hij die „op een natuurlijke manier in het gesprek probeert te incorporeren”.

S. belooft Eugène een lijst met vragen te sturen. Die dient hij aan zijn dochter te stellen. En even later krijgt Eugène inderdaad een document opgestuurd, van Daniel Köhler, met vragen als ‘Heb je hulp van anderen gehad?’ en ‘Wie weet dat jullie zijn vertrokken?’.

Eugène moet zich vooral niet te veel zorgen maken, besluit S. het telefoongesprek. „Ook al heeft ze slechte intenties, zij is gewoon de lieve dochter die je hebt opgevoed, blijf dat zo houden en laat over aan de autoriteiten wat er met haar gaat gebeuren.”

Zwartste scenario

Direct na aankomst op Schiphol, op 1 augustus 2016, wordt Laura H. gearresteerd – zoals alle Nederlanders die terugkeren uit het kalifaat. Ze wordt vastgezet op de ‘TA’, de terroristenafdeling van de gevangenis in Vught. Haar voorarrest wordt verlengd, en nog eens. „Vooralsnog houden we vast aan het zwartste scenario”, zegt de officier van justitie herhaaldelijk. Dat is dat Laura H. is „geïnspireerd en aangestuurd door IS en met een opdracht naar Europa is gestuurd”.

Toen Eugène uiteindelijk het eerste telefoontje van zijn dochter ontving, was hij niet in de gelegenheid het gesprek op te nemen. S. was er ook niet bij. Achteraf heeft Eugène wel verslag gedaan aan Köhler. Laura had het verhaal dat ze eerder aan de Koerden vertelde tegenover hem herhaald. Het overtuigde Köhler niet. „Ze heeft gelogen”, zei hij.

Advocaat Pestman stelde vorige week in de rechtbank dat het optreden van Köhler, en dat van casemanager S., de zware verdenkingen tegen Laura hebben veroorzaakt.

Laura H. voor de rechter. Ze zit met haar advocaat Michiel Pestman in een grijs hokje en is niet zichtbaar voor het publiek. Aloys Oosterwijk / ANP

Daniel Köhler is de ‘director’ van GIRDS, een organisatie die zich op de eigen website omschrijft als een internationaal netwerk van specialisten op het gebied van deradicalisering. Sinds NRC in een eerder artikel berichtte over zijn rol in deze zaak, ligt Köhler in Duitsland onder vuur. Weekblad Der Spiegel schrijft dat Köhler tevens werkzaam is als ambtenaar van een Duitse deelstaat, en helemaal niet bevoegd is om zich te mengen in reddingsoperaties. GIRDS blijkt een eenmanszaak, ingeschreven op zijn thuisadres.

In Nederland is hij een bekende van de NCTV, die hem niet alleen inhuurde om medewerkers van het Familiesteunpunt te trainen, maar die volgens een woordvoerder ook contact met hem onderhield „over algemene beleidszaken”. Het contact over de zaak-Laura H. gaat nog verder, blijkt uit de taps en een politieverhoor dat Köhler aflegde. Casemanager S. heeft, zo vertelt ze Eugène telefonisch, „Daniel gevraagd om in Nederland de NCTV te benaderen” over terugkeer van Laura.

De NCTV bevestigt dat dit is gebeurd: „Er is, voor zover wij kunnen nagaan, in deze casus alleen contact geweest met de NCTV op initiatief van Köhler.” Met hem is geen informatie gedeeld, zegt de woordvoerder. Köhler zou zijn doorverwezen naar het Nederlandse consulaat in Erbil, de hoofdstad van Iraaks-Koerdistan.

Köhler wil niet op dit artikel reageren, omdat de zaak „te gevoelig” ligt.

In de gesprekken die S. voert met Eugène zegt zij zelf ook met de terreurbestrijder in contact te staan. De NCTV bevestigt aan NRC dat er ook met haar „contact geweest” is over deze zaak „op initiatief van de casemanager”. De NCTV zegt ook daar niet op in te zijn gegaan.

De officier van justitie in de zaak Laura H, fragment 1

Het is om deze contacten dat de advocaat van Laura H. de afstand tussen het Familiesteunpunt en de NCTV vorige week in de rechtszaal „een valse voorstelling van zaken” noemde. De officier van justitie wierp tegen dat S. in deze zaak de regels overtrad en „dus niet namens het Familiesteunpunt heeft gehandeld”.

Eigen houtje

Is dat zo? Geconfronteerd met de documentatie van NRC stelt het Familiesteunpunt dat casemanager S. „inschattingen [heeft] gemaakt die niet bij haar werk horen”. De woordvoerder: „In contact staan en uitgebreid discussiëren over de vluchtpoging en de betrouwbaarheid van vluchtverhalen gaat geheel in tegen de richtlijn van het Familiesteunpunt.”

S. zou op eigen houtje hebben gehandeld. Zoiets zou „reden tot het nemen van disciplinaire maatregelen” zijn, maar S. zou haar leidinggevenden niet hebben gemeld dat zij intensief contact onderhield met Daniel Köhler. „Als dat bekend was geweest in het team dan was er door de manager meteen actie ondernomen”, aldus de woordvoerder.

In haar telefoongesprekken met Eugène zegt S. juist dat haar manager van alles „op de hoogte is”. Reageren op dit verhaal wil ze niet, laat S. weten. „Ik heb geen commentaar, omdat ik een geheimhoudingsplicht heb.”

Inmiddels werkt casemagenager S. niet meer bij het Familiesteunpunt. In de zomer van 2016, vlak na de terugkeer van Laura H., werd haar contract ontbonden. Met de zaak-Laura H. had dat volgens de woordvoerder niets te maken. Wel met vermoedens van al te nauwe banden met het regime van de Turkse president Erdogan.

Enkelband

De officier van justitie in de zaak Laura H, fragment 2

Uiteindelijk heeft het OM een jaar nodig om uit te sluiten dat Laura H. ‘duistere intenties’ had. Die verdenking is volgens het OM niet ontstaan door Köhler of S.. Of een terugkeerder slechte bedoelingen heeft, moet altijd worden uitgesloten, stelde de officier tijdens de zitting.

Begin augustus mag Laura H. met een enkelband naar huis. Haar vluchtverhaal blijkt te kunnen worden bevestigd door twee Koerdische getuigen, onder wie de generaal Bahram Arif Yassin. Ja, verklaarde hij tegen NRC, Laura’s man Ibrahim I. is bij die ontsnapping inderdáád verwond en achtergebleven. Een mortier kwam vlak naast hem neer. Bahram had het door zijn verrekijker zelf gezien.

Reageren? Mail onderzoek@nrc.nl