Veganisten moeten niet zo moralistisch zijn, vindt deze veganist

De bio-industrie behandelt dieren slecht, en toch blijven we vlees eten. Dat kan anders, denkt schrijver Tobias Leenaert. „Als je echt iets wilt veranderen, kun je niet blijven vasthouden aan het opgeheven vingertje.”

Illustratie MAT

We kunnen niet meer zeggen dat we het niet weten. Dieren worden in te kleine hokjes gehouden en volgepompt met hormonen en antibiotica. Undercoverbeelden bewijzen dat varkens, kippen en runderen op gruwelijke manieren worden geslacht. Kalfjes worden direct na hun geboorte bij de moeder weggehaald, mannetjeskuikentjes gaan door de versnipperaar zodat jij een ei bij je ontbijt hebt.

Foto Daisy Dirickx

Je zou zeggen dat de omstandigheden ernaar zijn om veganisme te promoten, dacht schrijver en veganist Tobias Leenaert (44). Toch blijven we dieren en dierlijke producten consumeren. De vleesconsumptie neemt wereldwijd zelfs toe. Tijd voor een nieuwe tactiek om vleeseters om te krijgen, zegt hij in zijn onlangs gepubliceerde boek How to Create a Vegan World.

Tijdens zijn studie vergelijkende cultuurwetenschappen besloot Leenaert om geen vlees, vis, zuivel en eieren meer te eten. In de twintig jaar daarna werkte hij in de VS voor dierenrechtenorganisatie PETA, richtte hij in vaderland België het Ethisch Vegetarisch Alternatief (EVA) op en lanceerde hij Donderdag Veggiedag. Een leven in het teken van het zoveel mogelijk vermijden van dierenleed.

In zijn boek richt hij zich niet tot vleeseters, maar tot medevegetariërs en -veganisten. Zijn boodschap: de beweging zou meer bereiken met een minder starre houding.

De manier van communiceren van veganisten kan beter, schrijft u. Hoe zit dat?

„Veel veganisten proberen vleeseters met morele redenen te overtuigen om geen dierlijke producten meer te eten. Ze denken dat het het beste werkt om mensen heel duidelijk te zeggen dat het fout is om dieren te eten, omdat ze lijden. De Nederlandse filosoof Floris van den Berg zegt bijvoorbeeld dat mensen die dierlijke producten eten immorele monsters zijn. Het is logisch dat vegetariërs en veganisten dat doen omdat de zaak ze zo na aan het hart ligt, maar ik denk dat het niet goed werkt. Morele argumenten veroorzaken vaak weerstand. We zouden veel meer impact kunnen hebben als we het anders aanpakken.”

Wat kunnen vegetariërs, veganisten en dierenactivisten dan anders doen?

„Je hoeft niet altijd over het dier te praten. Als ik jou zeg: ik ben vegan omdat er vreselijke dingen gebeuren met dieren, dan voel jij je als niet-vegan meteen een slecht mens en door mij veroordeeld, en schiet je in een defensieve houding. Maar als ik zeg: het is goed voor je gezondheid om minder vlees en zuivel te eten, en daardoor wordt ook minder CO2 uitgestoten, dan zul je dat gevoel minder of zelfs niet hebben. Dus: geef mensen geen schuldgevoel, maar voer een open gesprek.

„Vertel ze ook niet alleen waarom ze minder dierlijke producten moeten eten maar ook hoe dat dan moet. Kook voor ze, neem ze mee naar een vegetarisch restaurant en laat zien dat het lekker, haalbaar, goedkoop en smakelijk kan zijn. Daarnaast kunnen we ons minder rigide opstellen. Eis niet van mensen dat ze direct volledig veganistisch worden, de drempel wordt dan te hoog. Minderen is ook al goed, of het een weekje proberen. Moedig mensen aan: als iemand moeite heeft gedaan om veganistisch te koken maar er zit toch ei in de lasagnevellen, eet ik het wel op.”

Weg met het idealisme?

„We moeten inderdaad wat pragmatischer zijn. Onze afhankelijkheid van dierlijke producten is nu nog enorm. Mensen eten in de meeste landen drie keer per dag vlees, het is een miljardenindustrie. Als je echt iets wilt veranderen en het gigantisch moeilijke doel wil bereiken dat wij voor ogen hebben – een veganistische wereld – dan kun je niet blijven vasthouden aan het opgeheven vingertje. Niet jouw waarheid, maar de impact die je hebt is het belangrijkste.”

Sommige veganisten gaan tot het uiterste om hun vleesetende medemens te bekeren. Wat als vleeseters hetzelfde deden?

Waarom zijn morele redenen voor veel mensen niet voldoende?

„Mensen vinden ook dat ze meer zouden moeten sporten, en toch doen ze het vaak niet. Heel veel mensen zijn er denk ik wel van overtuigd dat veganisten ergens gelijk hebben en dat dieren slecht behandeld worden. Maar ze blijven gewoon vlees van de supermarkt eten en gaan nog steeds naar de McDonald’s. De scheiding tussen wat mensen geloven en hoe ze handelen, het idee van ‘ik zou wel willen stoppen, maar ik begin morgen want dit is lekker en makkelijk’, zit heel diep bij mensen.

„En het is voor veel mensen ook niet simpel. Veganisten praten er weleens makkelijk over omdat het snel de natuurlijkste zaak van de wereld wordt, maar overal zitten dierlijke producten in. Ook daarom denk ik dat kleinere stappen goed werken. Probeer het een week. Vervang melk door sojamelk, maak eens vegetarisch gehakt. Zelf ben ik ook pas na tien jaar echt gestopt, door een weddenschap om een maand geen vlees te eten.”

Ligt de sleutel tot een veganistische wereld dan helemaal bij veganisten die anderen moeten aanmoedigen?

„Nee, juist als het gaat om die praktische kant hebben ook bedrijven en overheden een steeds grotere rol. Veel mensen eten vlees omdat het zo goedkoop en beschikbaar is. We moeten als maatschappij werken aan goede, beschikbare, goedkope en gezonde alternatieven. Dat sojamelk niet meer duurder is dan de goedkoopste melk, restaurants veganistische opties op de kaart hebben staan en dat in elke supermarkt genoeg plantaardige vervangers te vinden zijn. Dan zullen mensen minder excuses hebben en zal het makkelijker worden.”

De introductie van de McVegan zorgt voor veganistisch ongemak. Moet je als idealist een hyperkapitalistisch bedrijf als McDonald’s wel ondersteunen?

Gelooft u als pragmaticus wel nog altijd in de haalbaarheid van een veganistische wereld?

„We eten meer vlees dan ooit. Tegen 2040 zal de vleesconsumptie verdubbeld zijn, als we zo doorgaan. Tegelijkertijd kan binnen een paar jaar al kweekvlees, vlees dat in een laboratorium gekweekt wordt uit stamcellen van dieren, in de schappen liggen. Dat zou ‘game over’ kunnen betekenen voor de vleesindustrie. Met de goede aanpak kan een hoofdzakelijk veganistische wereld er tegen eind deze eeuw of zelfs eerder al zijn. Wat we vandaag doen zal dan een verre nachtmerrie zijn waarvan we zullen zeggen: waar waren we in godsnaam mee bezig?”