Opinie

‘Waar kom je écht vandaan’ mogen Sheila Sitalsings kinderen niet langer horen

Lamyae Aharouay zoekt de Gewone Nederlander. In Delft vindt ze een columniste.

De Gewone Nederlander drinkt geen koffie en weet ook niet hoe ze koffie moet zetten. Dat doet haar echtgenoot altijd. Ze rommelt in lades, giet bonen in een maler. „Zoveel?” Er komt een percolator tevoorschijn. Ik vraag voor de zekerheid of er wel water in zit.

De open keuken kijkt uit op de woonkamer die opgeruimd rommelig is. De Gewone Nederlander geeft toe dat ze heeft opgeruimd. Haar dochter had haar nog gevraagd of ze aan het dweilen was omdat ik langs zou komen.

De woonkamer kijkt uit op een dakterras, een waterig zonnetje schijnt naar binnen. De Gewone Nederlander vraagt of ik iets wil eten. Ik hoef niks. De koffie pruttelt. Op de tafel staat een open geklapte laptop. Ze heeft boven een werkkamer, maar de Gewone Nederlander is hier het liefst aan het werk. Met op de achtergrond het rumoer van haar kinderen, haar man die aan het koken is. Nu is het nog rustig. De Gewone Nederlander dwingt me iets te eten. Ik pel dus maar een mandarijntje.

Ik vertel de Gewone Nederlander dat ze door mijn omgeving al ongewoon is verklaard, nog voordat ik haar heb gesproken. Columniste voor een landelijke krant, een gevestigde naam, hoogopgeleid. Dat is het hele punt van gewoon, iedereen beleeft het anders. Voor haar is het gewoon werk.

De Gewone Nederlander vertelt dat ze in 1986 vanuit Curaçao naar Amsterdam kwam om te studeren. Ze viel op, door haar huidskleur, haar accent, haar zwarte haren. Op straat en op school kreeg ze de vraag waar ze vandaan kwam. Ze vond het maar ongemakkelijk, probeerde zich aan te passen, bijvoorbeeld in manier van kleden. De Gewone Nederlander is geboren in Suriname, nog voor de onafhankelijkheid. Later verhuisde het gezin naar Curaçao. Daar leerde ze alles over de Nederlandse geschiedenis en cultuur. Ze heeft zich altijd Nederlander gevoeld. De Gewone Nederlander ging er daarom vanuit dat dat gevoel wederzijds zou zijn, dat Nederlanders hier ook alles zouden weten over andere delen van het Koninkrijk. „We horen bij elkaar, dacht ik, we delen een geschiedenis.” Dat bleek niet zo te zijn. Na een tijd accepteerde de Gewone Nederlander dat ze anders is dan anderen.

We horen bij elkaar, we delen een geschiedenis. Dat bleek niet zo te zijn

Wat zij meemaakte, wil ze haar dochters besparen. Zij voelen zich Nederlands, Suriname is voor hen niet meer dan een land hier ver vandaan. Voor hen is het Nederlanderschap vanzelfsprekend en gewoon, voor de buitenwereld niet altijd. De Gewone Nederlander wil niet dat zij de vraag „maar waar kom je écht vandaan?” nog moeten beantwoorden.

Het baart de Gewone Nederlander zorgen als ze premier Rutte migranten(kinderen) hoort adviseren dat ze zich moeten ‘invechten’ als ze gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Ze wil dat haar kinderen onvoorwaardelijk Nederlander zijn, dat ze daar niet alleen aanspraak op kunnen maken als ze het goed doen en succesvol zijn. Niet alleen bij tienen, maar ook bij drieën.

Het is tijd om de kinderen op te halen. We wachten in de motregen op het schoolplein. Natuurlijk hebben we geen paraplu mee. Een klasgenootje komt vragen of hij binnenkort mag komen spelen. Een boom wordt omgezaagd, een juf die met pensioen gaat komt een nieuwe boom planten. De oudste dochter komt naar buiten. Roze jas, knotje. Ze vertelt over een leeswedstrijd waar ze aan meedoet. Het duurt even voordat de jongste naar buiten komt, in alles een tegenpool van haar zus. We gaan door naar het moestuintje van de oudste, dat leeggehaald moet worden omdat het seizoen is geëindigd. Naambordjes moeten weg, planten en onkruid verdeeld over kruiwagens, bloembollen uit de grond gehaald. Een licht hysterische vrijwilligster valt af en toe uit tegen de kinderen en maakt dan weer excuses. De regen maakt het er niet makkelijker op. Vieze handen, vieze schoenen. Wie klaar is, krijgt pastinaakchips. Alles wordt gerund door vrijwilligers. Terug naar huis. Warme tomatensoep uit een zak, de echtgenoot komt binnen met boodschappen. Hij kookt, altijd. De kinderen zitten voor de tv, met een koptelefoon op. De middagkrant valt door de bus. Een huiselijk tafereel, zoals dat in veel huizen op maandagmiddag zal gaan. Eigenlijk heel gewoon.

Lees ook het vorige deel van de zoektocht naar de Gewone Nederlander: In deel 2 vond Lamyae in Arnhem een zzp’er.