Column

Scepsis over Jan Wolkers

Het toeval wil dat de biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood door Onno Blom, verschijnt in een week dat er veel te doen is over seksueel overschrijdend gedrag door mannen. „Voltrekt zich een nieuwe seksuele revolutie? – Vrouwen delen ervaringen met seksueel geweld en seksuele intimidatie”, kopte NRC. De afkeer balde zich samen in twee woorden: Me too.

Ook Jan Wolkers is als schrijver vaak beticht van seksueel overschrijdend gedrag; weliswaar van een andere aard dan dat van Harvey Weinstein cum suis, maar toch ook zwaar omstreden. Leraren en ouders moesten vaak niets van zijn boeken hebben. Ik weet niet meer hoe feministen destijds op zijn werk hebben gereageerd, maar mijn indruk is dat ze er inmiddels nogal gereserveerd tegenover staan. De seksuele revolutie die zich nu zou voltrekken, lijkt in ieder geval haaks te staan op de seksuele moraal van Wolkers.

Als illustratie kan het interview dienen dat Wilma de Rek, chef boeken van de Volkskrant, deze week met biograaf Blom maakte. Ik telde liefst zes sceptische vragen.

„Is Wolkers voor jou niet van een voetstuk gevallen?”

„Vlak voor hij stierf, zei hij tegen Karina dat hij hoopte dat ze niet in hem teleurgesteld zou zijn als ze na zijn dood zijn dagboeken zou lezen. Jij had dat niet?”

„En met die dubbele moraal van hem heb je ook geen moeite?”

„Maar wel vrij eenzijdig: zijn vrouwen mochten niets en hij mocht alles.”

„Maar los daarvan had hij ook een vrouwenprobleem.”

„Nou ja, als je voortdurend met minderjarige meisjes naar bed wil, en met je zus en het liefst ook met je moeder, heb je dan niet een beetje een vrouwenprobleem?”

Ik heb de biografie nog niet gelezen – alleen doorgebladerd – maar ik neem aan dat De Rek haar vragen keurig baseert op bepaalde passages uit het boek. Een van die passages vond ik op pagina 442: „Nadat ze Bali hadden verlaten, en zij samen op straat stonden, gaf Wolkers haar een klap. „Dat is mild uitgedrukt”, zegt Annemarie Nauta (de tweede echtgenote van Wolkers, FA), „mijn hele gezicht was blauw, ik zag er niet meer uit en moest naar de oogarts om te kijken of mijn oogkas niet was gebroken.”

Wolkers was ook „een agressieve testosteronbom”, constateert De Rek. Dat kan waar zijn, en elke mishandeling is er een te veel, maar het maakt Wolkers nog niet tot een Harvey Weinstein, wat De Rek overigens ook niet beweert. Wolkers was vooral een zeer jaloerse minnaar die zijn vrouwen minder seksuele vrijheid toestond dan hij voor zichzelf opeiste. Karina, zijn derde vrouw, mocht wel pleziertjes hebben, vooral met vrouwen, maar het valt me op dat hij er, ook voor het eigen genot, zoveel mogelijk zelf bij wilde zijn.

„Maar ik heb daar geen oordeel over”, zegt Blom over de jaloezie van Wolkers. Ik ook niet – als Karina er goed, en zelfs gelukkig, mee kon leven, wie zijn wij dan om te oordelen?

Ik heb meer moeite met die andere gewoonte van Wolkers: het stiekem opnemen van gesprekken met intimi om ze te gebruiken als materiaal voor zijn romans. Ik heb veel over andere schrijvers gelezen, maar deze eigenaardigheid ben ik nooit eerder tegengekomen.

Jan Wolkers als stiekemerd – dat wil je liever niet weten.