Column

Rutte III, zet u schrap voor de klap

Ja, we hebben een ploeg! Nog een paar nachtjes slapen en ze staan op het bordes naast de koning, na de langste formatie ooit: de zestien ministers van Rutte III. In hun mooiste pak of jurk, glimmend, trots en met een bak extra geld in de schatkist. Een ploeg die mag uitdelen. Er zijn vele kabinetten slechter begonnen.

Ik ben geen somberaar, maar ik zou toch tegen die zestien vrolijke mannen en vrouwen willen zeggen: zet u schrap voor de klap. Die volle Nederlandse schatkisten (preciezer: begrotingsoverschotten) hebben de neiging razendsnel leeg te raken (preciezer: om te slaan in begrotingstekorten). We weten uit het recente verleden dat de Nederlandse overheidsfinanciën én de Nederlandse economie uitzonderlijk grillig zijn. Noem het de nieuwe Hollandse ziekte: het is hier of één groot zomernacht feest of een zeldzaam strenge winter. We zijn supergevoelig voor economische problemen in andere westerse landen.

Laat die wereld om ons heen nou net op een verontrustende manier in de knoop zitten met zichzelf. Wat is er aan de hand? Als ik het in één zin moet samenvatten: groeiend ongemak. Of: een slecht voorgevoel. De beurzen stijgen en stijgen, maar niemand is euforisch.

De beurzen staan in allerlei opzichten weer dichtbij de hoogtes die we kennen van periodes van gekte in het verleden: de jaren twintig en negentig van de vorige eeuw. De jaren voor 2008. We weten allemaal wat er vervolgens gebeurde: de zaak stortte nogal spectaculair in.

Het gekke is: toen stegen de beurzen vanuit een gevoel van euforie. Dit was een nieuwe tijd, van nieuwe vindingen en ongekende voorspoed! Alles zou anders worden.

Nu is er van euforie geen sprake. Sterker nog, er is al jaren een uitgesproken zorgelijkheid. Ik heb de afgelopen jaren hier al een paar keer eerder beschreven hoe somber economen, analisten, professionele beleggers waren. Dat ze bang waren voor een harde klap. Het gevoel: dit kan niet goed blijven gaan. Maar bleef wel goed gaan.

De afgelopen weken is de somberte opnieuw terug. Lees het financiële en het economische nieuws en overal kom je sombermansen tegen. Analisten, economen, professionele beleggers die wachten totdat de zeepbel wordt doorgeprikt en de beurzen als een kaartenhuis inzakken. Het gevoel: dit kan niet goed blijven gaan.

Ja, ze zien ook wel dat economieën groeien, dat de werkloosheid daalt, dat het optimisme onder consumenten toeneemt. Maar het valt tegen, zeker als je weet dat centrale banken ongekende hoeveelheden geld in de economie pompten, klinkt het. Dat geld is te veel blijven plakken op beurzen en bij grote bedrijven die lekker in de centen zitten. Het is precies dat uitzonderlijke monetaire beleid dat het zicht belemmert op hoe we ervoor staan. Het kan allemaal meevallen uiteindelijk, maar er kunnen ook weer absurde risico’s zijn genomen. We weten het niet.

Het kabinet-Rutte III treedt aan in een tijd van gebrekkig zicht en het trekt royaal de portemonnee. Dat kan goed uitpakken, – doordat de overheid per ongeluk stimuleert terwijl de economie dipt. Maar evengoed kan er druk op dit kabinet komen te staan. Een voorbeeld: gaat de beperking van de hypotheekrenteaftrek gewoon door als gewone burgers, aangestoken door paniek op de beurzen, weer in de zorgen schieten?

Als ik minister was op dat bordes donderdag zou ik alvast bedenken wat te doen als de zeldzaam strenge winter sneller dan gedacht aanbreekt.

Marike Stellinga is politiek verslaggever en econoom en schrijft elke zaterdag op deze plek over politiek en economie.