Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

Regisseur Dana Nechushtan: ‘Ik bemoei me er niet mee, ik stuur aan’

Regisseur Dana Nechushtan – de ‘kleine generaal’ – won grote prijzen met haar serie Hollands Hoop. Seizoen twee is bijna af. „Doodeng.”

Dat Dana Nechushtan (46) tot haar veertiende geen televisie mocht kijken, staat zelfs in haar lemma op Wikipedia. Het is ook een grappig weetje. Want iedereen die televisie kijkt, kent wel iets dat zij heeft gemaakt. Ze is regisseur van series als Dunya en Desie, Annie M.G., Overspel. De serie Hollands Hoop uit 2014 leverde haar een Gouden Kalf op (beste televisiedrama), twee nominaties voor beste actrice en acteur (Kim van Kooten en Marcel Hensema), én prijzen voor het scenario van Franky Ribbens, haar vriend en vader van hun twee kinderen.

Vanaf 4 november wordt het tweede seizoen van Hollands Hoop uitgezonden. Forensisch psychiater Fokke runt een wietplantage op de Groningse boerderij die hij van zijn vader erfde. De drugsopbrengsten moet hij nu, in familieverband, zien wit te wassen. Dana Nechushtan is „seriefanaat”. Fargo en Breaking Bad inspireerden haar, maar ook de film American Beauty. „Het is een verslavende combinatie van thriller en familiedrama, geweld en absurdisme, humor en een beetje horror.”

Al met al heeft het een klein jaar geduurd voor het lukte met haar af te spreken. Eerst had ze acht maanden opnames, waarvan twee in het Groningse Overschild, met lunchpauzes van hooguit een half uur. Vervolgens zat ze „120 dagen met de editor in een kamertje”. Nu is ze bijna klaar en ontmoeten we elkaar vlakbij de montagestudio, op het dak van het oude Volkskrant-gebouw met uitzicht over Amsterdam. Ze bekijkt de menukaart kort. „Ik ben vegetariër, dus de keus is makkelijk.” Bonensoep en linzensalade.

Geen vlees, geen vis én geen televisie. Heeft dat te maken met de kibboets in Noord-Israël waar ze opgroeide? „Tot m’n zesde hè”, relativeert ze. Maar inderdaad, toen at ze ook nauwelijks vlees. „En als, dan moest het biologisch zijn.” Biodynamisch zelfs. „Onze broden waren van die bakstenen.” Op haar zesde kwam ze met haar ouders en oudere zus naar Nederland. „Mijn moeder hield het niet uit in de kibboets.” Haar moeder, een Nederlands fysiotherapeute ontmoette haar vader, een socioloog met hernia, in een Israëlisch ziekenhuis. „Een kibboets is het toppunt van communisme. Alles, echt alles wordt gedeeld, en iedereen werkt mee, vrouwen net zo hard als mannen. Voor mij was het een paradijs, voor mijn moeder een gevangenis.”

En dat televisieverbod? „Mijn moeder is antroposofisch. Zij vond dat televisie de fantasie belemmert.” Dana Nechushtan ging naar de Vrije School, eerst in Wageningen, toen in Nijmegen en ten slotte in Amsterdam, waar ze wegens „extreem puberaal gedrag” bij een pleeggezin woonde. „Toen heb ik alles ingehaald. Dallas, Dynasty, Medisch Centrum West. Op mijn vijftiende wist ik: ik word regisseur.”

De boerencoöperatie in seizoen 2 van Hollands Hoop is gebaseerd op de kibboets uit haar jeugd, zegt ze. Psychiater Fokke zoekt een afzetmarkt voor zijn wiet. „In seizoen 1 was hij aan het polderen. Zoeken naar compromissen binnen zijn gezin én het criminele milieu. Dat lukt dus niet. Nu probeert hij het democratische model, samen met andere landbouwers. Iedereen heeft baat bij de afspraken, maar de boeren willen meer. Meer welvaart, meer geld, meer alles. De roep om een sterke man zwelt aan. En dat geeft ruimte voor een dictator.” Net als in het echt? „Ja. Wat ik maak, moet altijd iets zeggen over de tijd en plaats waarin we leven.”

„Mensen vinden mijn series vaak zo echt lijken. De emoties, die zijn echt. Verder is alles bedacht en gestileerd.” Groningers, „sommige Groningers” verbetert ze zichzelf, waren boos dat de personages hun mobieltje in de lucht houden als ze willen bellen. Ze lacht. „Dat er drugs, criminelen en explosies in hun provincie gesitueerd worden, is prima. Maar we moesten niet doen alsof ze daar geen bereik hebben. Die gebrekkige telefonie was voor ons een dramatische element; het levert spanning op als mensen elkaar niet kunnen bereiken.” Ze lacht, geheimzinnig. „Nu hebben we iets anders verzonnen. Nee, ik zeg niks.”

Wolkjes uit monden

Seizoen 2 is opgenomen in de winter. „De kijker ziet meteen dat er een nieuw verhaal begint. Er komen wolkjes uit monden, de handen zijn wit, de wangen rood. Het winterseizoen vergde voor onze … ehm … gewassen ook een andere aanpak. Wiet blijft een natuurproduct.” Ze strijkt met haar handen over de houten picknicktafel waaraan we zitten. „Moet het hout groen zijn, of liever rood?” Ze voelt aan haar zwart katoenen jurkje. „Wat spelers aanhebben zegt álles over het karakter.” Ze wijst op de drukke weg beneden ons. „Hoor je het verkeer? Hier kun je geen dialoog opnemen.” Bemoeit ze zich met al die details? „Ik bemoei me er niet mee, ik stuur aan. Ik kies de beste vakmensen, van cameraman tot setdresser. Als iemand niet presteert binnen mijn normen, stuur ik hem weg.” Ineens snap ik waarom zij – vrolijk en vriendelijk – ‘de kleine generaal’ wordt genoemd. Echt niet alleen omdat ze 1 meter 58 is.

Haar perfectionisme levert veel op. „Acteurs winnen vaak prijzen bij me.” Hollands Hoop is, in het Nederlandse origineel, verkocht van Australië tot Argentinië en er wordt onderhandeld over een Amerikaanse én een Europese remake. De eerste afleveringen van seizoen 2 werden vorige maand vertoond op het filmfestival in Utrecht en hup, twee Gouden Kalf-nominaties binnen. Haar zoon van 11 was mee naar de première. „Dat wilde hij graag. Vooraf had ik alle geweldscènes met hem doorgenomen. ‘Alles is nep’, had ik gezegd. Ja, dat begreep hij. Pas toen ik in de zaal zat, realiseerde ik me dat ik vergeten was hem voor te bereiden op de ongemakkelijke seksdingen.”

De trailer van Hollands Hoop.

Het publiek klapte en lachte veel. Hoopgevend, dat zeker, maar toch is ze bloednerveus wat de tv-kijker er straks van zal vinden. „Het voelt alsof ik met weinig kleren de straat op moet.” En na een denkpauze: „Weet je wat het is: het eerste seizoen was zó succesvol. Ik voel me meer een bokser die z’n titel moet verdedigen.”

Is haar man, de schrijver van het script, ook zo nerveus? „Jawel, maar ik maak er een groter drama van.” De relatie tussen schrijver en regisseur is altijd een lastige, zegt zij. „De regisseur vult de woorden in met beelden, dat kan wrijving geven.” Zij zijn al „22 of 23” jaar samen, ze kennen elkaar van toen hij nog acteur was en zij beginnend regisseur. „Hij bleek een schrijftalent, niemand verzint dialogen zoals hij. Zo onverwacht, zo geestig.” Dat ze de serie samen maken, is leuk, maar maakt haar ook „extra kwetsbaar”. En dan, ineens fel: „Maar ik wil bang zijn en onzeker. Dat moet. Anders kun je geen kunst maken.”

Dramatisch dieptepunt

Nog even terug naar die puberjaren van haar. Niet elke puber belandt in een pleeggezin, was ze zo onhandelbaar? „Mijn ouders scheidden toen ik 12 was,” zegt ze. „Dat maakte me erg boos.” Haar vader ging terug naar Israël, hij woont sindsdien weer in de kibboets. „Ik ben blij dat hij me in Nederland heeft gelaten.” Omdat? „Als ik in Israël was opgegroeid… als ik het leger in had gemoeten? Dat had veel kapot gemaakt.” Maar goed, ze was dus erg boos, por ik. Zij, afgemeten: „Ja, maar toen werd ik 16 en ging ik in de stad wonen, bij dat pleeggezin, toen was het over.”

Foto Frank Ruiter

Ze denkt, zegt ze, nauwelijks meer aan die lastige periode. Een ander dramatisch dieptepunt houdt haar veel meer bezig. „Ik ben ziek geweest.” Al jaren voelde ze iets in haar borst. Zeven keer was ze ermee bij de huisarts geweest, en zeven keer stuurde zij haar weg met een geruststelling. „Maar het zat me niet lekker. Ik beloofde mezelf: ná de laatste montagedag van Hollands Hoop [seizoen 1] laat ik het weghalen. Hoe dan ook.” En toen bleek het toch kanker te zijn. „Ik kreeg het slechte nieuws. En exact op dat moment, in het ziekenhuis, in de spreekkamer van de arts, kreeg ik een sms waarin stond dat seizoen 2 gemaakt kon worden.” Dat was december 2014.

Ze is een jaar ziek geweest. „47 kilo, kaal en meer in het ziekenhuis dan thuis.” Ze was ervan overtuigd dat haar ambitie was „weg gechemood”, haar geheugen kapot, dat ze nooit meer zou kunnen werken. „Regisseren kost zo veel kracht.” Toen ze zich beter voelde, heeft ze eerst een film van vier minuten gemaakt voor Anouk, de zangeres. Daarna een televisiecommercial. Dat lukte ook. En ze heeft een rechtszaak aangespannen tegen de huisarts. „Ik hoef geen genoegdoening, het gaat erom dat dit niet weer mag gebeuren.” Een goede huisarts, zegt ze, observeert z’n patiënten „Dat doe ik ook met acteurs. Ik scan ze van onder tot boven en dan weet ik wel zo ongeveer: zij is verlegen, die is bescheiden, hij hysterisch. Als deze huisarts niet alleen op haar computerscherm had gekeken, maar ook naar mij, had ze geweten: Dit is geen hysterica, deze vrouw is ongerust.” Ze had niet gerustgesteld moeten worden, maar onderzocht.

Ze is niet minder ambitieus of toegewijd geworden en ook niet beter bestand tegen kritiek. „Hooguit heb ik ietsje meer afstand.” Ze heeft nu bijna afgerond wat ze vreesde niet meer te kunnen maken. Wat ze jammer vindt, is dat ze niet veel eerder wist dat er nog een seizoen zou komen. „Dan hadden we veel minder karakters dood gemaakt.”