Opinie

Probeer de onschuld van Weinstein te zien

Wie macht heeft, danst blind op de grens tussen gebruik en misbruik, schrijft . Mogelijk was dat het geval bij het seksueel misbruik door Harvey Weinstein.

Wat leert het geval Weinstein ons? Dat mannen slecht zijn? Wisten we al. Dat ze maar één ding willen? Wisten we ook. Dat macht corrumpeert? Zelfs dat.

De zaak Weinstein leert ons niets nieuws. Het bevestigt alleen wat we al wisten.

Combineer de menselijke wens om de eigen ideeën bevestigd te zien met het plezier een machtswellusteling te zien struikelen, en je hebt een aardig deel van de mediaophef rondom Weinstein verklaard.

Waarmee ik niet beweer dat die ophef onterecht is. Het lijkt alleen steeds rond dezelfde vraag te cirkelen. Wie heeft zich vandaag tegen Weinstein uitgesproken? En, de vervolgvraag: waarom niet eerder?

Verklaringen voor zijn gedrag tref je genoeg aan in kranten en op sociale media, maar zijn het echte verklaringen? Nee. Naar echte verklaringen wordt niet gezocht. We weten immers precies hoe het in elkaar zit. Weinstein is een man, hij is machtig, macht corrumpeert.

Laten we voorzichtig proberen Weinstein te begrijpen. Voorzichtig, omdat er iets immoreels in schuilt. Maar als we ter voorkoming van misdaad terroristen moeten proberen te begrijpen, kunnen we ook wel proberen ons in Weinstein te verplaatsen.

Full disclosure: ik heb Weinstein tweemaal ontmoet in 2010, beide keren op een feestje rond een filmpremière in New York, waar ik werkte als model.

Een man als Weinstein is een belangrijke socialite, hij is beroemd en invloedrijk en staat voortdurend in de belangstelling van talloze bekenden en onbekenden die iets van hem moeten. En ze doen alles om het te krijgen. Dat leidt tot vreemde situaties – soms tot zelfvernedering. Ik weet het, want ik heb het van dichtbij gezien. Niet bij Weinstein maar in dezelfde kringen. (En ik gebruik hier het grammaticale mannelijk, alsof alleen mannen vatbaar zijn voor de corrumperende werking van macht, maar het moreel kompas van vrouwen kan evengoed door macht verstoord raken.)

Als de meeste mensen in jouw wereld zichzelf beneden je opstellen, door voor je te kruipen, zelfs als je er niet om vraagt, oogt dat gedrag voor jou op den duur misschien niet meer vernederend. Het is gewoon hoe mensen zich gedragen. Of je zelf aan die vernedering bijdraagt, wordt steeds moeilijker vast te stellen. Niemand klaagt, niemand zegt iets. Jij gaat je gang.

Een vriendin liet fans haar sigaretten halen en vond het doodnormaal

Ik was in New York bevriend met een rockzangeres die op straat voortdurend werd aangesproken door mensen die met haar op de foto wilden. Ze bewogen zich onrustig om haar heen, putten zich uit in excuses voor ze hun vraag stelden, gingen dan met haar op de foto en verdwenen, al excuserend, in tegengestelde richting. Voor mij als niet-beroemdheid was het een ongemakkelijk gezicht. De vriendin vond er niet veel van, leek het, zij was eraan gewend. En maakte er soms misbruik van. Terwijl ze wachtte op een taxi zei ze tegen een fan dat deze alleen met haar op de foto mocht als ze een pakje sigaretten voor haar haalde. „Daarachter”, wees ze. „Maar snel, want ik wacht niet.” Zo’n meisje (het waren altijd meisjes) sprintte dan weg en kwam een minuut later met een pakje sigaretten terug – hijgend, rood, glimmend van het zweet. Na de foto volgden de excuses en dankbetuigingen. Voor alle duidelijkheid: van het meisje. Soms was er eentje niet op tijd terug of passeerde onverwacht snel een taxi. „Jammer dan”, zei de vriendin en stapte in.

Slechts één keer heb ik gezegd: „You can’t do that.” En op haar gemeende: „Why not? They want to”, had ik geen antwoord klaar, althans niet een dat overtuigde. Het is een deal, zei de vriendin: áls ze zich al vernederen, kiezen ze daar zelf voor. Helemaal overtuigend was het niet, maar ik liet het erbij. Hoe kon ik verwoorden dat het verlangen van een tegenprestatie, een pakje sigaretten, misschien nog acceptabel was, maar dat ze haar positie misbruikte door zo’n meisje onder druk te zetten?

Daarbij was ik getuige van een fenomeen dat me verwarde: haar onvermogen om het verschil te zien tussen gebruik en misbruik, tussen zelfvernedering en toegebrachte vernedering, maakte haar bijna onschuldig. Ze leek niets door te hebben. Moreel was ze schuldig, jazeker, maar ze was ook onschuldig, in de zin van onwetend.

Wie Weinstein wil begrijpen, moet proberen zijn onschuld te zien. Wie macht heeft, danst blind op de grens tussen gebruik en misbruik.

Dit is geen apologie, en aanranding is een andere vorm van vernedering dan iemand laten rennen voor een pakje sigaretten. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar als we iets van de zaak Weinstein willen leren, doen we er goed aan om het debat over zijn vermeende misbruik breder te trekken, naar alle gevallen waar macht in het spel is. En daarmee naar alle gevallen waar gebruik en misbruik aan elkaar grenzen of in elkaar overvloeien.