Opgevoed: Hoe praat ik met mijn kinderen over sterven?

Elke week legt een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen.

Illustratie Martien ter Veen

Moeder: „Wij hebben een huis vol dieren en de meeste zijn oud. Eén van de katten is 14 en ziek, onze hond is 14, ons paard is 23. Geen van die dieren zal nog lang te leven hebben. Dat geldt, ben ik bang, ook voor de grootouders, die al richting de negentig gaan. Kan ik mijn dochters van 11 en 13 voorbereiden op dit doodgaan, zodat die klappen straks minder hard aankomen? En hoe doe ik dat?

„Gisteren kwam de jongste huilend en ontroostbaar beneden; de kater, waarmee zij de dikste vrienden is, had overgegeven in haar kamer en zou hij nu niet doodgaan? Ik kan het dan ook niet droog houden, het is zo hartverscheurend, een dier dat ziek is en dan het verdriet van mijn kind. Maar is het verstandig om ook je eigen emoties te tonen, of moet je je als moeder dan juist vermannen?

„Twee jaar geleden is een van de opa’s plotseling overleden. De oudste dochter lijkt de nuchterheid zelve en maakt er geen punt van, de jongste was ontroostbaar.

„We praten er wel heel reëel over thuis, we doen er niet geheimzinnig over; we gaan allemaal een keer. Waar opa is, laat ik dan in het midden, of hij een sterretje is geworden of in een potje bij oma op het dressoir staat. Maar het is ook wel lastig, zonder een groot verhaal dat nog enige troost biedt.”

Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag naar opgevoed@nrc.nl.

Verdriet hoort erbij

Tischa Neve: „Op een behapbare manier eerlijk zijn, dat is het allerbelangrijkst. Op het moment dat het gesprek er aanleiding toe geeft kun je, zonder het beladen te maken, noemen dat mens en dier nu eenmaal niet het eeuwige leven hebben.

„Ouders willen niet dat hun kinderen verdrietig zijn, maar juist daardoor ontstaat er een scheve relatie met verdriet en rouw. Ik zie op dit gebied veel misgaan. Verdriet is niet erg, verdriet hoort erbij. Kinderen zijn heel goed in staat met verlies om te gaan, omdat ze het verdriet het ene moment helemaal voelen en het volgende moment ook weer opgewekt gaan spelen.

„Je mag als ouder best je eigen verdriet laten zien. Het is voor kinderen verwarrend als ze gevoelens van ouders wel opmerken, maar er niks over wordt gezegd. Maar doe het met mate. Je moet ze wel het vertrouwen geven dat jij het aankan, anders gaan ze voor jóú zorgen. En wat die troost betreft: vraag kinderen wat ze zelf denken dat er gebeurt met mens en dier na de dood. Daar kunnen ze soms heel mooi op antwoorden. Jij hoeft dat idee niet te bevestigen of te ontkennen; zeggen dat je het niet weet is voldoende.”

Moeilijker dan vroeger

Bas Levering: „Omgaan met de dood is voor kinderen ingewikkelder dan vroeger. We staan verder van de natuur af, de meeste ouders hebben geen religieuze verhalen meer in de aanbieding en vaste rouwrituelen ontbreken. Dan is de dood helemáál een niet te bevatten mysterie. Het overlijden van opa en oma komt tegenwoordig harder aan, omdat de relatie met de kleinkinderen inniger is dan vroeger.

„Dat de dood bij het leven hoort en een groot gemis niet zonder rouwen kan, daar moeten ouders kinderen aan helpen wennen. Het klinkt cru, maar met huisdieren is het goed oefenen. Huisdieren leven zo kort dat de kinderen wel de dood van zo’n geliefd dier moeten meemaken. Bespreek de eindigheid van het leven zodra zich een goede gelegenheid voordoet. Pas wel op dat je je eigen gevoelens niet op je kind projecteert. Bij kinderen kunnen verdriet en blijdschap snel wisselen.

„Toon je begaan met de manier waarop je kind rouwt, maar zeg ook: de poes heeft geen pijn meer, verdriet gaat ooit weer over.”