Onvoldoende voor duurzaamheid

Nationale Energieverkenning

Er gebeurt veel op het vlak van duurzaamheid. Toch lijken verschillende doelen op de kortere termijn niet te worden gehaald.

Isolatie van een woning in Rijswijk. Nieuwe maatregelen in de woningbouw leiden tot meer besparing dan verwacht, maar dat wordt deels teniet gedaan door problemen met de handhaving van milieuwetten. Foto Koen van Weel/ANP VAN WEEL

Zijn we op de goede weg naar een duurzame, schone toekomst? Dat is de vraag die door de jaarlijkse Nationale Energieverkenning moet worden beantwoord. In 2016 haalden we drie van de vijf milieudoelen die het Energieakkoord uit 2013 stelde, bij de presentatie op donderdag bleek dat aantal teruggelopen tot twee.

Conclusie? „Energieakkoord succesvol, maar niet voldoende”, oordeelde de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. „Rutte III heeft geen excuus om kolencentrales open te houden”, verklaarde GroenLinks. En de Sociaal Economische Raad, de kraamkamer van het Energieakkoord, oordeelde in deze praktisch kabinetsloze periode genuanceerd over de energietransitie. „Soms gaat het sneller dan gedacht. Op andere terreinen gaat het niet altijd soepel.” De twee plussen en drie minnen op een rij.

Niet genoeg duurzame energie in 2020

Nederland gaat de doelstelling om in 2020 14 procent van zijn energieproductie duurzaam op te wekken zonder nieuw beleid niet halen. De verkenning gaat ervan uit dat het aandeel duurzame energie over drie jaar op 12,4 procent ligt. Die energie komt vooral van het stoken van hout (zoals in elektriciteitscentrales) en van windparken, maar ook van biobrandstof voor de auto en zonnepanelen.

Helemaal verrassend is het missen van de doelstelling niet. Vorig jaar was de conclusie al dat de 14 procent „waarschijnlijk” niet werd gehaald. Nederland moet van ver komen, want in 2016 was het aandeel duurzame energie nog 5,9 procent, nu is dat 7,5 procent. Het tempo is wel hoger dan verwacht. Eerder was de raming dat het aandeel duurzame energie de komende jaren steeds met 1,2 procentpunt zou groeien. In het afgelopen jaar ging het dus sneller.

Ook de nagestreefde reductie van de uitstoot van broeikasgassen wordt met het huidige milieubeleid niet gehaald, maar dat is geen doel uit het Energieakkoord. Daarvoor werd al langer gevreesd. In de zogeheten Urgenda-zaak bepaalde de rechter in 2015 dat de reductie op 25 procent moet liggen.

Wel genoeg duurzame energie in 2023

Voor de langere termijn is er reden voor meer optimisme, constateren de onderzoekers van de verkenning die op verzoek van het ministerie van Economische Zaken wordt gemaakt. De bepaling om in 2023 voor 16 procent duurzaam te produceren wordt naar verwachting wel gehaald. Over zes jaar zou dit percentage zelfs op 16,7 liggen. En als de huidige subsidiemaatregelen blijven bestaan wekken we in 2030 naar verwachting een kwart van de energie duurzaam op.

Onduidelijk is nog of het niet halen van de doelstellingen gevolgen heeft. De normen van 14 en 16 procent zijn in Europese wetgeving vastgelegd en mogelijk volgen er sancties als de doelen niet worden gehaald. Voor de Europese Unie als geheel zijn in Brussel zogeheten Hoofddoelen 2020 gesteld: streven is om in dat jaar gemiddeld op het continent 20 procent duurzaam te produceren.

We gebruiken steeds minder energie

Het totale energieverbruik in Nederland gaat sneller omlaag dan in 2013 is afgesproken. Dat is het goede nieuws. Tot 2020 blijkt de besparing jaarlijks zo’n 1,7 procent te zijn en dat is meer dan de 1,5 procent die het Energieakkoord verlangt. Het komt door allerlei besparingen in gebouwen, industrie, landbouw en verkeer. Ook zijn vanwege het Energieakkoord in 2016 en 2017 vijf oude, inefficiënte kolencentrales gesloten.

Behaalde resultaten in het verleden bieden hier geen garantie voor de toekomst. Het besparingsbeleid van het Energieakkoord loopt tot 2020. Als er dan geen nieuw beleid komt, zakt het tempo na 2020 terug tot 0,9 procent.

We besparen toch te weinig energie

Het vierde hoofddoel is dat maatregelen uit het Energieakkoord moeten leiden tot een energiebesparing van 100 PJ tot 2020 (PJ staat voor de energie-eenheid petajoule). In heel Nederland wordt dan zo’n 2000 PJ per jaar verbruikt door de industrie, de landbouw en huishoudens. Elektriciteitscentrales tellen in deze berekening niet mee.

Die 100 PJ gaan we niet halen, zo is al drie jaar voor de deadline duidelijk. Alle maatregelen tellen nu op tot zo’n 75 PJ. Het is wel meer dan vorig jaar werd verwacht. Nieuwe maatregelen in de zware industrie en in de woningbouw zorgen voor meer besparing (22 PJ) dan verwacht, maar dat effect wordt deels teniet gedaan (15 PJ) door tegenvallers in de glastuinbouw en door problemen met de handhaving van milieuwetten.

Het levert te weinig nieuwe banen op

Duurzamer leven kost wat, maar levert structureel ook nieuwe banen op. De werkgelegenheid „uit duurzame energieactiviteiten” steeg de afgelopen twee jaren met 6.000 tot 52.000. In 2020 ligt dat op 64.000 banen en dat is minder dan de 90.000 waar in 2013 vanuit werd gegaan. Positief is wel dat aantal ‘nieuwe’ duurzame banen de krimp van de werkgelegenheid in de conventionele energie overtreft.