Cultuur

Interview

Filming Red swamp crayfish or crawfish (Procambarus clarkii). Amstel Hotel, Amsterdam, The Netherlands

Al het beeld door Frans Lemmens

Stiekem zit Amsterdam vol met dieren

Fotoboek

Wie goed kijkt en luistert, ontdekt dat Amsterdam vol zit met beesten. De ongeziene natuur moet gezien worden, vinden de makers van De wilde stad.

Natuur, we kunnen er maar geen genoeg van krijgen. De afgelopen jaren vliegen de boeken, films en tv-series je om de oren – met dank aan de technische vooruitgang, waardoor flora en fauna steeds subliemer in beeld gebracht worden. Nu is daar het fotoboek De wilde stad bijgekomen, dat vanaf woensdag in de boekhandel ligt – het behoort bij de gelijknamige film die volgend jaar februari uitkomt, van de makers van De Nieuwe Wildernis. Dit boek laat nog maar eens zien dat dieren óók met een drukke stad als Amsterdam wel raad weten. Sterker: waar ze het soms bijzonder goed doen, beter nog dan in de buitengebieden.

De wilde stad bestaat uit foto’s, véél foto’s, en wie denkt alles op dit vlak nu wel gezien te hebben, zal door de beelden van fotograaf Frans Lemmens toch verrast worden. Dat zit hem niet alleen in de fotogenieke onderwerpen zelf, maar ook in de uitvoering. Een close-up van een rat met op de achtergrond de Magere Brug, opvliegende duiven op de Dam van onderaf gefotografeerd, prachtig uitgelichte padden tijdens de trek in het Vondelpark, spreeuwen op het perron van Amsterdam Centraal – Lemmens moet vaak op zijn buik gelegen hebben in de twee jaar dat hij de dieren in de hoofdstad fotografeerde.

Frans Lemmens
Frans Lemmens


Frans Lemmens

Maar dan heb je ook wat. We zien ook adembenemende foto’s van een avondlucht vol spreeuwen, of een wolk grutto’s bij het Landje van Geijsel, grenzend aan Zuidoost, pal langs de snelweg. Veel – heerlijk grote – foto’s zou je zo aan de muur willen hangen.

Informatief is De wilde stad ook, en niet alleen als het gaat over bijzondere verschijningen die in Amsterdam aan een gestage opmars bezig zijn, zoals de vos en de Amerikaanse rivierkreeft. Ook alledaagse dieren waar we doorgaans achteloos aan voorbijlopen, bekijk je voortaan vermoedelijk net even beter. Dat „natuurreservaat Amsterdam” vol zit met beesten – ongeziene natuur die volgens de makers gezien moet worden – is te danken aan de „diervriendelijke mensen” die hier wonen, de landschappelijke variatie en de „warme, gerieflijke snackbar” die de stad is (met dank aan ons afval).




Een grote pre is de toon. Geen ontoegankelijke biologentaal, maar vlot leesbare teksten. Daarvoor tekenden Geert Timmermans en (vooral) Remco Daalder, beiden stadsecoloog van de gemeente Amsterdam. Het komt niet vaak voor dat je bij het lezen van een natuurboek in de lach schiet, maar De wilde stad is een uitzondering. Over de – duizenden – halsbandparkieten: „De parkieten broeden in holen in oude, wat wrakke bomen en die heb je niet veel in Amsterdam. Ze worden daardoor steeds afhankelijker van de grote bonte specht, een gediplomeerde holenhakker die best eens een extra gat wil maken, maar die ook niet aan de gang blijft.” Een sperwer die een spreeuw greep: „De spreeuw lag op zijn rug, zijn vleugels pathetisch op de grond gespreid. (…) Met zijn nagels kneedde hij het leven uit de spreeuw. Prooi en jager keken elkaar recht in de ogen. De spreeuw had geen rustig sterfbed.”

Zulk proza naast foto’s waar je toch al naar bleef kijken, dat voelt niet minder dan als een cadeautje.