Column

Mooi, die screening op darmkanker

Gezondheidszorg

De screening op darmkanker in Nederland voorkomt op de lange termijn 2.400 sterfgevallen per jaar aan de ziekte. Het laat zien wat preventie-onderzoek kan doen.

Twee jaar geleden rond deze tijd bezweek mijn zwager Davio aan de gevolgen van darmkanker. Hij was 31 jaar. Iets meer dan twee jaar sinds de fatale diagnose en na verschillende operaties, chemo-, immuno- en alternatieve therapieën waren er geen opties meer over. Zijn laatste week bracht ik 24/7 met hem, zijn ouders en mijn dappere zusje door, terwijl hij thuis op de bank lag, versuft van de morfine, geel van het leverfalen, infusen en pompen aan zijn sterk vermagerde lijf. Deze held, zijn lot en deze vreselijke ziekte hebben voor altijd een verpletterende indruk op me gemaakt.

Darmkanker is een ernstige ziekte en komt veel voor. Volgens cijfersoverkanker.nl kregen vorig jaar meer dan 15.000 mensen net als Davio (dikke) darmkanker en in 2015 stierven er meer dan 5.000 patiënten. Leeftijd is een belangrijke factor. Met het stijgen der jaren ontstaan er darmpoliepen die kunnen uitgroeien tot kwaadaardige tumoren als ze niet op tijd worden ontdekt. Mijn zwager was erg jong toen hij ziek werd; hij bleek erfelijk belast. Dat is bij 5-10 procent van alle patiënten het geval. Door die tijdbom in zijn genen was hij bij zijn geboorte al voorbestemd.

Tijdens zijn ziekbed werd in Nederland net een screeningsprogramma voor darmkanker gelanceerd. Tweejaarlijks worden alle mannen en vrouwen tussen de 55 en 75 jaar uitgenodigd om een klein beetje ontlasting in te sturen. Als er een tumor in de dikke darm zit dan bloedt deze vaak in microscopische hoeveelheden, niet zichtbaar voor het blote oog. Na de eerste screeningsstap volgt bij ongeveer 6 procent van de proefpersonen nader onderzoek. Bij een klein deel wordt er darmkanker gevonden en bij een veel groter deel van de populatie worden (gevorderde) poliepen gevonden die nog op tijd kunnen worden weggehaald, waarmee de kans op het ontstaan van darmkanker sterk afneemt. De Gezondheidsraad schat in dat de Nederlandse darmkankerscreening op lange termijn gemiddeld 2.400 sterfgevallen per jaar aan darmkanker kan voorkómen.

Het succesverhaal van de darmkankerscreening getuigt van de uitzonderlijke status van het Nederlandse gezondheidsonderzoek.

Pas toen ik begin dit jaar als bestuursvoorzitter bij de Haagse financier voor medisch en zorgonderzoek ZonMw aantrad, leerde ik over het verhaal achter de totstandkoming van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Dat is echt een mooi verhaal van brede samenwerking, uitstekende wetenschap en vakkundige kennisimplementatie. Signalen van artsen dat darmkanker veel te vaak te laat werd ontdekt, werden opgevolgd door een efficiënte serie onderzoeken naar geschikte screeningsmethoden voor vroegdetectie. ZonMw vond vervolgens dat er ook snel consensus moest komen over de manier van screening.

Met vereende krachten werkten medisch specialisten, huisartsen, KWF Kankerbestrijding en patiëntenorganisaties, het ministerie van VWS, wetenschappers, verzekeraars, het RIVM, screeningsmethodologen, de Gezondheidsraad en vele andere partijen samen totdat er begin 2010 een breed gedragen plan was. Het traject was niet eenvoudig. De urgentie werd gevoeld maar er was ook onduidelijkheid. Zo wil je bij een bevolkingsonderzoek enerzijds dat er zoveel mogelijk mensen meedoen; de test mag dus niet al te ingewikkeld of vervelend zijn. Anderzijds moet de test natuurlijk wel goed genoeg zijn. Als te veel tumoren worden gemist dan schiet de hele screening zijn doel voorbij en kost het project alleen maar geld. Daarnaast pikt de gekozen screeningsmethode uitsluitend bloedende tumoren op, terwijl er ook niet-bloedende tumoren kunnen zijn. En wat doen we met genetische informatie, moet die wel of niet in het onderzoek? In veel opzichten is het bevolkingsonderzoek een typisch Nederlands poldermodel met keuzen en compromissen. Maar wel eentje dat nu jaarlijks vele levens redt.

Het afgelopen jaar sprak ik wel eens onderzoekers die bezorgd waren over de toekomst van preventie-onderzoek in Nederland. De politiek twijfelt vaak over wat preventie nou precies oplevert. De effecten van preventieve maatregelen zijn meestal pas over vele (tientallen) jaren meetbaar, dus je weet niet of het geld dat je erin steekt wel een goede investering gaat zijn. En ook wetenschappers zijn niet onverdeeld enthousiast. Wat doe je bijvoorbeeld met zogeheten vals-positieven? En als je maar hard genoeg dóórmeet, dan vind je altijd wel iets wat niet ‘normaal’ is. Zo belanden mensen onterecht in de gezondheidszorg, met alle gevolgen en kosten van dien. Het zijn terechte twijfels die alleen maar met verder gedegen onderzoek kunnen worden weggenomen. Het nieuwe regeerakkoord spreekt enthousiast over preventie in de zorg en maakt er extra geld voor vrij. Dat is goed. Het succesverhaal van de darmkankerscreening getuigt van de uitzonderlijke status van het Nederlandse gezondheidsonderzoek.

Voor Davio had dit allemaal niets uitgemaakt. Hij was sowieso te jong voor het bevolkingsonderzoek. Het is intens verdrietig. Ik had veel meer voor hem willen betekenen. Nu betekent zijn verhaal vooral iets voor mij en voor de vele anderen voor wie het nog niet te laat is.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.