Lekker druivenbrood

Illustratie Martien ter Veen

We hadden geluncht en gepraat en het ouderschapsplan voor komend schooljaar aangescherpt en op een enkel moment van irritatie na was het heel goed gegaan. Sinds we gescheiden zijn en ik verhuisd ben, spreken mijn ex en ik elkaar nog zelden onder vier ogen. Tja, hij heeft een baby en dan heb je natuurlijk nergens tijd voor. Bovendien vindt hij het volgens mij nog steeds een beetje ongemakkelijk. Maar nu voelde het bijna als vroeger tussen ons. We hadden zelfs ouderwets gelachen en hij had oprecht geïnteresseerd gevraagd hoe het met mij ging.

In deze nostalgische stemming liep ik nog even mee naar zijn huis om een lamp op te halen. Mijn oude huis. Nu kom ik daar elke week wel een keer, om mijn kinderen te brengen of op te halen, maar dit was de eerste keer dat hij en ik er alleen waren. Ik ging zitten op de bank in de keuken. Mijn oude keuken. Maar wel een nieuwe bank, uitgezocht door hem en ongetwijfeld ook door zijn vriendin. Nooit gedacht dat er in dit hoekje behalve een bank ook nog een box zou passen trouwens.

Hij maakte een espresso en gaf het me in een kopje. Mijn oude espressoapparaat, nieuw kopje. Toen de koffie op was en nadat we samen de lamp hadden ontkoppeld, deden we nog een rondje door het hele huis om te zien of er nog iets van mij stond – hij had liever niet dat ik elke maand nog iets zou komen ophalen, en ik al evenmin. En toen we weer beneden kwamen zei hij: „Wil je wat druiven meenemen?”

Oh ja, de druiven. Tegen de achtermuur van ons huis groeide drie verdiepingen hoog een reusachtige druivenstruik die ieder najaar bijkans bezweek onder het gewicht van haar eigen voortbrengselen. Nu het mijn druivenstruik niet meer was, was het niet anders. Ik herinner me maar al te goed hoe we rond deze tijd altijd liepen te leuren met die vruchtjes. Iedereen die het waagde ons huis te betreden kreeg een stuk of 10 trossen in handen geduwd. Ze waren heerlijk hoor, daar niet van. Kleine, ronde, blauwe druiven met aangenaam zoet vruchtvlees en per druif slechts een enkel bitter zaadje. Maar het waren er zo onuitstaanbaar veel. En als je ze liet verrotten, voelde je je zo schuldig.

Terwijl mijn ex druiven voor me knipte, glimlachte er iets diep binnen in mij. Ik was dan wel dit fijne huis kwijt, maar ik was ook maar mooi verlost van dit jaarlijkse druiveninfarct.

Druivenbrood met boekweit, hazelnoten, komijn en venkel

Het oorspronkelijke idee voor dit druivenbrood – meer een kruidkoek eigenlijk – komt uit het boek Niven 80/20 van Niven Kunz. Ik heb er behoorlijk wat aan versleuteld, waardoor het eigenlijk een heel ander baksel is geworden. Vervang voor een glutenvrije versie de bloem door glutenvrij meel; dat werkt perfect.

300 g blauwe druiven; 150 g bloem; 100 g boekweitmeel; 1 tl bakpoeder; 225 g bruine basterdsuiker; 100 g hazelnoten, geroosterd en grof gehakt; ¾ tl komijnzaad, gekneusd in een vijzel; ¾ tl venkelzaad; 250 ml karnemelk

Verwarm de oven voor tot 100 graden.

Leg de losse druiven op een bakplaat en droog ze in de oven tot ze half ingedroogd zijn. (Dat kan, afhankelijk van uw oven, wel 3 – 4 uur duren.)

Verwarm de oven nu tot 160 graden.

Meng de bloem en het boekweitmeel met de suiker, hazelnoten, het komijn- en venkelzaad, de gedroogde druiven en de karnemelk tot een beslag.

Bekleed een cakevorm met bakpapier en schep het beslag erin.

Bak het brood in ongeveer 45 minuten gaar. Laat het afkoelen, maar probeer vooral ook een plak ervan als het nog lauwwarm is, dik besmeerd met boter.