Kindersterfte in kwart eeuw met de helft teruggedrongen

VN-rapport

Sinds 1990 is het aantal kinderen dat overlijdt voor het 5de levensjaar met ruim de helft gedaald. Een ‘substantiële vooruitgang’.

De meeste pasgeboren kinderen overlijden in Zuid-Azië (39 procent) en in Afrika ten zuiden van de Sahara (38 procent). EPA / Shiraaz Mohamed

De wereldwijde kindersterfte onder kinderen jonger dan vijf jaar is sinds 1990 met meer dan de helft afgenomen. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat donderdag verscheen.

Bijna dertig jaar geleden stierven 93 op de duizend kinderen voor hun vijfde jaar, vorig jaar waren dat er 41. Deze daling komt vooral door massale vaccinatieprogramma’s en voorlichting over hygiëne, voeding en preventieve zorg, zegt Pauline Neefjes, gezondheidsexpert van Unicef Nederland. „Begin jaren negentig werd zo’n 40 procent van de kinderen bereikt door vaccinatieprogramma’s, nu is dat 80 procent.”

Hoewel de VN spreken van „substantiële vooruitgang”, is de organisatie bezorgd over het aantal pasgeborenen dat overlijdt. Bijna de helft van de ruim 5,6 miljoen kinderen die in 2016 stierven, was jonger dan een maand.

In 1990 waren iets meer dan 5.000 van de 12.600 overleden kinderen jonger dan een maand: zo’n 40 procent. Volgens de VN houden ruim vijftig landen zich niet aan de plannen om in 2030 een eind te maken aan „alle vermijdbare” sterfte onder pasgeborenen. De meeste pasgeboren kinderen overlijden in Zuid-Azië (39 procent) en in Afrika ten zuiden van de Sahara (38 procent). De helft van de sterftegevallen komt uit vijf landen: India, Pakistan, Nigeria, Congo en Ethiopië.


Daling in Nederland

In Nederland is de kindersterfte onder kinderen jonger dan vijf jaar gedaald van 8 op de duizend in 1990 naar 4 sterfgevallen per duizend kinderen in 2016. De meeste kinderen sterven in het eerste jaar.

De babysterfte in Nederland is jarenlang opvallend hoog geweest in vergelijking met andere Europese landen. Dat de cijfers nu een daling laten zien, komt vermoedelijk door een betere samenwerking tussen verloskundigen, kraamzorg, kinderartsen en gynaecologen en betere voorlichting over een gezonde levensstijl.

Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zitten ook op 4 sterfgevallen per duizend kinderen onder de vijf jaar. Maar landen als IJsland (2), Finland (2), Italië (3), Luxemburg (2) hebben een lagere kindersterfte.

Eerder stond in dit artikel dat bijna de helft van de ruim 5.600 kinderen die in 2016 stierven, jonger was dan een maand. Dit moest zijn: van de ruim 5,6 miljoen kinderen.