Kaags ervaring in de hulpverlening is ook haar achilleshiel

Rutte III Hulpverlening is de rode draad in het leven van topdiplomate Sigrid Kaag. Maar als minister voor Ontwikkelingssamenwerking moet ze zich ook gaan richten op het terugdringen van migratie.

Foto Bart Maat/ANP

D66’er Sigrid Kaag (55) keert als minister met de portefeuille Ontwikkelingssamenwerking terug op het departement van Buitenlandse Zaken dat zij in 1994 als ambtenaar teleurgesteld verliet. Ze was van haar vertrouwensfunctie bij de afdeling politieke VN-zaken van het ministerie ontheven nadat haar superieuren erachter waren gekomen dat zij in het geheim in Jeruzalem met de schaduwminister voor gezondheidszorg van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO was getrouwd. Haar echtgenoot Anis al-Qaq, tandarts van beroep, zou jaren later Palestijns ambassadeur in Zwitserland worden.

Kaag liet na haar strafoverplaatsing het ministerie in Den Haag voor wat het was en ging bij de VN werken. Daar kon ze wél carrière maken met als hoogtepunt haar benoeming in 2013 als leider van de VN-missie die in opdracht van de Veiligheidsraad de chemische wapens in Syrië moest opruimen. De geslaagde operatie bracht haar onder andere enkele keren bij de Syrische president Assad. Nu is zij speciaal VN-gezant in het 1,5 miljoen vluchtelingen tellende Libanon.

Het Midden-Oosten en hulpverlening zijn de rode draden in haar loopbaan, waarvoor de basis werd gelegd tijdens studies Internationale Betrekkingen en Midden-Oosten in Kairo, Oxford en Exeter. Ze werkte na Buitenlandse Zaken in Den Haag midden jaren negentig voor UNWRA, de VN-organisatie die zich bezighoudt met hulp aan Palestijnse vluchtelingen. Later werd ze geplaatst in de Jordaanse hoofdstad Amman als regionaal directeur Midden-Oosten en Noord Afrika van UNICEF. Van 1998 tot 2004 zat Kaag in Genève als medewerker bij de Internationale Organisatie voor Migratie. In 2010 verhuisde zij naar New York om een topfunctie te vervullen bij de UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de VN. Nu zit zij in Libanon als speciaal coördinator voor de VN.

Kaag, die vloeiend Arabisch spreekt en behalve licht geaffecteerd Nederlands ook nog vier andere talen, heeft dus volop ervaring met haar toekomstige werkterrein als minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Die praktijkervaring is tegelijk haar politieke achilleshiel. In het regeerakkoord staat dat Ontwikkelingssamenwerking zich meer zal gaan richten op migratiestromen en het bestrijden van de oorzaken. Opvang van vluchtelingen in de eigen regio is een belangrijk onderdeel in de plannen van de nieuwe coalitie. Maar Kaag heeft zich in haar publieke optredens meer dan eens gereserveerd getoond over deze oplossing die volgens haar „niet realistisch” was. Het Westen diende in haar ogen meer vluchtelingen op te nemen.

De in Rijswijk geboren Kaag komt uit een gezin waar vader muziekleraar was en moeder onderwijzeres. Zelf heeft Kaag vier kinderen die al over de hele wereld zijn getrokken. In 2013 beschreef zij in het Hollands Dagboek in NRC Handelsblad het „fragile evenwicht tussen gezin en werk” waar zij mee te maken had: „Sinds juni woont zoon Adam in het Lancing College, een geweldige kostschool; Makram en Inas wonen in Oost-Jeruzalem met Anis, en Janna begint weer een intensieve cursus Nederlands in Leiden. ”