Het troetelkind van de Yankees

Honkbal

Aaron Judge (25) brengt met zelden vertoonde kracht de New York Yankees succes. Zijn debuutjaar heeft hem meteen clubheld gemaakt.

Aaron Judge hoopt zijn geweldige debuutjaar voor de New York Yankees een gevolg te kunnen geven in de World Series.Foto Abbie Parr/AFP

Het Amerikaanse honkbalseizoen was halverwege toen in een stadion in Florida een 25-jarige reus van de New York Yankees bezig was iedereen en tegelijkertijd niemand te verbazen. Met zijn 2.01 meter en een spiermassa die voor een groot deel zijn 128 kilo verklaart, liet hij ballen van zijn slaghout spatten als raketlanceringen. Honderdveertig, honderdvijftig meter het publiek in. Het leek hem geen inspanning te kosten, zijn swing even moeiteloos als vanzelfsprekend. Hij won de Homerun Derby, de jaarlijkse erewedstrijd tussen de machtigste slagmannen in de sport, in zijn eerste volledige seizoen op het hoogste niveau. Zijn tegenstander in de finale zei naderhand wat velen allang wisten: Aaron Judge is een monster.

Vrijdag kunnen de Yankees voor het eerst sinds 2009 de World Series bereiken als ze in Houston de Astros verslaan. Na jaren van droogte heeft de recordkampioen in het Amerikaanse honkbal (27 titels) weer een seizoen om te vieren. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan Judge, wiens jaar als ‘rookie’ zich kon meten met de beste ooit. Hij brak competitierecords en clubrecords. Zijn 52 homeruns zijn nooit eerder vertoond in een debuutseizoen en hij ging de legendarische Babe Ruth voorbij als speler die de meeste homeruns ooit - 33 - sloeg in een stadion van de Yankees. De fans van de Yankees hebben sneller dan verwacht na het afscheid van clubicoon Derek Jeter alweer een speler om verliefd op te worden. Als ze dat al niet zijn.

Michelin-mannetje

Judge werd geboren in het kleine plaatsje Linden in Californië. De dag na zijn geboorte werd hij geadopteerd door Wayne en Patty Judge, twee gymleraren die inmiddels beiden met pensioen zijn. Zijn broer John is ook geadopteerd en geeft Engelse les in Zuid-Korea.

Judge was als baby al fors, zei vader Wayne in 2015 tegen The New York Post. „We grapten dat hij leek op het Michelin-mannetje. Het duurde niet lang voordat het flesje babyvoeding slechts een voorgerecht was.” Op de middelbare school blonk hij uit als American football-speler, hij kreeg zelfs aanbiedingen van meerdere goede universiteiten. Toch koos hij voor het honkbal, want dat wilde hij nou eenmaal het liefst.

In 2013 werd Judge als speler van de University of California door de Yankees geselecteerd in de eerste ronde van de jaarlijkse ‘draft’. In augustus 2016 debuteerde hij op het hoogste niveau. Zijn buitenaardse kracht was te zien, maar hij maakte nog geen grote indruk. In zijn maand durende veredelde snuffelstage was zijn slaggemiddelde een povere .179. Dat getal stond dit seizoen als notitie opgeslagen op zijn telefoon. Hij keek er elke dag naar ter motivatie.

In 2017 is Judge een ster geworden. Op de tribunes zitten Yankees-fans met borden met daarop ‘All Rise’, een verwijzing naar wat er in Amerikaanse rechtszalen gezegd wordt als de rechter binnenkomt. Geen shirt werd dit seizoen meer verkocht dan dat met zijn naam en zijn nummer – 99 – erop.

Wat zijn sterrenstatus misschien nog het meest bevestigt, is dat hij net zo biologeert in zijn hoogtepunten als in zijn dieptepunten. Want achter de geweldige statistieken van Judge schuilt een seizoen met twee gezichten. Voor de zomer stond er geen maat op hem, daarna kon hij amper een bal raken. Fans en analisten zochten naar een antwoord, Judge zelf zei dat hij zich niet anders voelde – het kwam wel weer.

In september hielp hij vervolgens de Yankees richting de play-offs, om daarin tot deze week teleur te stellen. In de serie tegen de Cleveland Indians kreeg hij in zestien van zijn twintig slagpogingen drie slag, een twijfelachtig record. Tegen de Astros was hij vervolgens weer zo belangrijk als hij zo vaak was geweest voor de Yankees dit seizoen. „Tot op zekere hoogte kan ik genieten van falen”, zei hij tegen ESPN. „Er is altijd ruimte om te groeien. En het is mijn eerste jaar, dat is nog steeds heel gek.”