Interview

‘Het is gevaarlijk om technologie de schuld te geven’

Andrew McAfee

Na immigratie en globalisering richt de maatschappelijke woede zich straks op technologie, vreest MIT-hoogleraar Andrew McAfee. En dat terwijl we volgens hem juist in een ‘gouden tijdperk van vernieuwing’ leven.

Andrew McAfee: „Wat als grote techbedrijven Europees waren in plaats van Amerikaans: was er dan vanuit Europa ook zo’n heisa over geweest? Lijkt me niet.” Foto Wolf Heider-Sawall/laif/Hollandse Hoogte

Als íemand de afgelopen jaren het debat over de technologische toekomst van de economie heeft aangejaagd, is het wel Andrew McAfee. De hoogleraar digitale economie van het Amerikaanse MIT schreef in 2014 met zijn collega Erik Brynjolfsson het boek The Second Machine Age, over hoe kunstmatige intelligentie en robots de wereld gaan veranderen. Het werd een standaardwerk en plots stonden overal ter wereld de kansen en valkuilen van robotisering op de agenda. Dit jaar kwam het duo met een nieuw boek: Machine, Platform, Crowd. Opnieuw werpen de auteurs daarmee een steen in de vijver.

In een tijd waarin de discussie over technologie steeds zorgelijker wordt, valt dat boek op vanwege het jubelende optimisme over de toekomst. Terwijl het politieke debat steeds meer gaat over de enorme macht van bedrijven als Google en Facebook, banenvernietiging door robots en de gevolgen van ongebreidelde datasurveillance door techreuzen en overheden, schetst Machine, Platform, Crowd een aantrekkelijke toekomst.

Kunstmatige intelligentie gaat ons helpen allerlei rotklusjes op te knappen, burgers krijgen via internet steeds meer middelen om bij te dragen aan nieuwe ideeën, de economie wordt moderner, efficiënter en welvarender – volgens de auteurs. Het is meer een handboek voor optimistische ondernemers dan een kritische evaluatie van de voor- en nadelen van de technologische revolutie. Vanwaar die zonnige blik?

Computerprogrammeur

„Ik heb twee redenen om optimistisch te zijn over de toekomst, en één om pessimistisch te zijn,” zegt McAfee aan de telefoon vanuit de VS. Gedurende het gesprek deelt hij vrijwel elk antwoord dat hij geeft strikt en analytisch op in drie delen, een beetje als een computerprogrammeur. „Wat technologische vooruitgang doet: het maakt ons over het geheel welvarender. We krijgen veel betere goederen, meer opties voor communicatie, beter onderwijs, betere zorg. Neem het feit dat nu via smartphones uitstekende medische diagnoses beschikbaar zijn voor zelfs de allerarmsten in landen waar het verder aan alles ontbreekt. Dat is geweldig.”

„De tweede reden voor optimisme: ook vroeger toen er grote technologische veranderingen waren, zijn we erin geslaagd om onze maatschappij aan te passen aan de uitdagingen. Een eeuw geleden toen we onze industrieën van elektriciteit gingen voorzien, en toen de verbrandingsmotor net opkwam waardoor de wereld fundamenteel veranderde; toen begonnen we met universeel onderwijs. Dat bestond daarvoor nog niet! In reactie op technologische veranderingen, voerden we goede veranderingen in onze maatschappij door.”

„Mijn reden voor pessimisme zit ’m vooral in de maatschappelijke reactie nu: de wil om belangrijke veranderingen te bewerkstelligen lijkt af te nemen. We lijken vooral bezig met ruzie maken, en regeringen lijken vooral bezig met het ongedaan maken van acties van hun voorgangers. Er moet dringend worden gesproken over welke veranderingen nodig zijn in onze democratie, in ons beleid, in onze wetten. In veel Europese landen komen de verschillende partijen nu wel samen om hun landen op een beter pad te krijgen, klaar te maken voor de technologische toekomst die eraan komt. In de VS mislukt dat.”

Is de technologische revolutie niet mede veroorzaker van de onrust in de Amerikaanse politiek?

„Robotisering, de economische macht van grote techbedrijven als Google en Facebook, en de invloed van sociale media spelen zeker een rol. Er zijn heel veel werknemers die zich achtergesteld voelen nu technologie vooruit blijft racen. Ik denk dat dat heeft geholpen bij de verkiezing van Trump.”

Immigratie en globalisering zijn vaak mikpunt van boosheid van kiezers, technologie nog niet zo expliciet.

„Gelukkig richten deze boze mensen hun pijlen niet op robots of kunstmatige intelligentie – nog niet. Maar een van de dingen die ik zie, is dat Silicon Valley steeds negatiever in beeld komt. Het zit er dik in dat in de nabije toekomst mensen wel degelijk ook hun frustratie gaan botvieren op techbedrijven, kunstmatige intelligentie en robots.”

In Silicon Valley zijn er protesten geweest van boze inwoners tegen techbedrijven omdat die huizenprijzen sterk opdrijven in de regio. Bussen met Googlemedewerkers zijn zelfs bekogeld met stenen. Maar soms is protest misschien ook wel nodig?

„Niet tegen de technologie zelf. Net zoals proberen te stoppen met wereldwijde handel een slecht idee is. Net zoals het helemaal proberen te stoppen van immigratie. Immigratie, handel én technologie zorgen ervoor dat iedereen uiteindelijk rijker wordt.”

Maar al die drie ontwikkelingen creëren ook duidelijke verliezers.

„Mensen voelen zich achtergesteld als er veel handel, immigratie en nieuwe technologie is, en als we dat negeren krijgen we grote problemen. Maar waar Trump, en de voorstanders van Brexit geweldig goed in waren was het demoniseren van immigratie en handel om van die boosheid te profiteren. Misschien dat politici in de toekomst op een zelfde manier technologie gaan demoniseren. Het is gevaarlijk om technologie de schuld te geven, want dat remt de vooruitgang.”

Krijgt technologie al de schuld?

„Ja. We hebben het de laatste tijd ontzettend veel over de grote vijf technologiebedrijven: Apple, Microsoft, Facebook, Alphabet en Amazon. Ze worden vaker gezien als negatieve krachten. Ik geloof daar niets van. Ik denk dat deze bedrijven nog steeds zeer positieve, vernieuwende krachten zijn.”

Maar gezonde concurrentie voor deze supersterbedrijven lijkt ver te zoeken.

„Ja, wat wel anders is aan deze technologiebedrijven, is dat de industrieën die zij hebben helpen creëren een winner takes all dynamiek hebben. Het op één na populairste sociale netwerk stelt eigenlijk niks voor. Facebook is een extreem snelgroeiend, extreem winstgevend, wereldwijd opererend bedrijf. Door netwerkeffecten zijn dit markten waar één heel dominante speler ontstaat, en dat is de reden waarom we plots deze grote techbedrijven hebben.”

Europese overheden lijken strenger te worden voor Silicon Valley: mededinging, privacy, belastingen. Goed?

„Elke concentratie van macht vereist waakzaamheid. En als we vinden dat deze bedrijven onze maatschappij de verkeerde kant op sturen, dan kunnen we democratisch besluiten om regels en beperkingen op te werpen. Prima. Maar er gaan nu ook stemmen op om deze grote bedrijven op te breken en dat lijkt me slecht voor vooruitgang. Wat als deze bedrijven Europees waren in plaats van Amerikaans: was er dan vanuit Europa ook zo’n heisa over geweest? Lijkt me niet. Als dit Europese kampioenen waren geweest, had de EU er vast anders tegenaan gekeken.”

Net zei u dat het prima is om deze bedrijven democratisch een andere kant op te sturen. Welke kant zou dat moeten zijn?

„We moeten de invloed van deze bedrijven toetsen op drie punten: is er genoeg concurrentie, is er genoeg vernieuwing, en ten derde: groeit de welvaart van mensen genoeg?”

„Wat betreft het eerste punt: ja, deze bedrijven zijn zeer ingewikkeld om nog mee te concurreren. Ik sprak laatst met een topman die zei: ‘We zijn een gratis onderzoekslab voor Google. Zo gauw wij iets nieuws bedenken, stopt Google het in zijn producten, en vanwege hun enorme schaal en de netwerkeffecten, plukken zij er de vruchten van, en niet wij.’”

En de andere twee criteria?

„ Ík kan de snelheid van innovaties niet eens bijhouden, en het is mijn vak. We leven in een gouden tijdperk van vernieuwing: kunstmatige intelligentie verrast ons steeds meer, er verschijnen elke week nieuwe verbazende producten. Deze bedrijven doen niet wat luie monopolisten horen te doen. Ze stoppen niet met vernieuwen, ze versnellen. Amazon en Google zijn de grootste investeerders in onderzoek ter wereld. Dat is geen monopolistengedrag.”

„Dan de derde test: doen ze het juiste voor burgers? Normaal zou je verwachten dat bij monopolies prijzen omhoog gaan. Dat gebeurt niet, alles is juist gratis. Facebook en Google gaan niet ineens hun prijzen verhogen, dat slaat nergens op. Amazon zorgt er juist voor dat prijzen overal omlaag gaan.”

Ze verhogen hun prijzen niet in geld maar wel in de hoeveelheid data die ze verlangen in ruil voor hun producten.

„Dat vind ik geen overtuigend argument. Deze bedrijven hebben producten gemaakt die zo aantrekkelijk, zo innovatief zijn dat we er ontzettend veel tijd aan spenderen. Moeten deze bedrijven dan producten maken die mínder aantrekkelijk zijn? Je kunt het deze bedrijven toch niet verwijten dat we hun producten zo graag gebruiken?”