Recensie

Het gebrul van een grote misselijke kikker

Reinbert de Leeuw leidde Asko|Schönberg in een divers programma met Russische muziek. Van Goebaidoelina en Oestvolskaja tot de jongste componistengarde.

Dirigent Reinbert de Leeuw Foto ANP KOEN VAN WEEL

De pakkende slogan ‘Reinbert en de Russen’ had zijn uitwerking niet gemist: het Muziekgebouw zat afgeladen vol voor een divers, eeuw-omspannend, geheel Russisch programma onder aanvoering van de 79-jarige Reinbert de Leeuw. Een geslaagde tour de force.

Onvermoeibaar muziekambassadeur De Leeuw heeft veel betekend voor de grote Russinnen Goebaidoelina en Oestvolskaja. Van Goebaidoelina klonk het heerlijk wispelturige Concordanza (1971), waarin van die titelharmonie op het eerste gehoor weinig terecht komt. Goebaidoelina is een ernstige, maar ook speelse componist, die haar diepe geloof in de goddelijke eenheid van het zijnde belijdt met een bruisende ideeënrijkdom – houtblazersgekte, een ijl koraal, bluesy weemoed, allemaal geweldig gespeeld door Asko|Schönberg. Oestvolskaja’s vroege doch rijpe Octet (1950), met De Leeuw aan de piano, miste daarentegen soms de noodzakelijke strakheid, al was er een glansrol voor Joey Marijs’ omineuze gebeuk op de pauken.

Na de pauze etaleerden drie relatief jonge Russen een gedeelde interesse voor klankonderzoek en ruis. Met Innermost man won Dmitri Kourliandski de Gaudeamus Award in 2003. Het is een conceptstuk met twee snelheden: knisperen-ritselen of tetteren-gieren-brullen. Maar halverwege zet de sopraan een onthecht deuntje in, dat geleidelijk het knorrige ensemble infiltreert en overneemt. De ijzeren consequentie van het procedé én van de uitvoering was onweerstaanbaar.

Alexander Khubeev (Gaudeamus-winnaar 2015) schreef met zijn prijzengeld The codex of thoughtcrimes, dat in september tijdens de Gaudeamus Muziekweek in première ging. Linialen tussen de snaren, pruttelende opzetmondstukken, de zangers van Cappella Amsterdam roeptoeterend door kartonnen kokers: alle geluiden waren gedempt, gesmoord, gefnuikt, gesaboteerd, onderdrukt. Als beeld van repressie (Khubeev koos teksten van historische figuren die om hun gedachtegoed zijn vervolgd) was dat slim gevonden.

Het stuk klonk echter vooral komisch, als een grote misselijke kikker die in slow motion de krakende wc-deur opent. Toch overtuigde Khubeev, door de inventiviteit waarmee hij zijn onklaar-gemaakte koor en ensemble liet sprankelen.