Hendrik Groen op televisie in tachtig tinten grijs

Tv-serie Bestseller Het geheime dagboek van Hendrik Groen is nu ook een televisieserie. „De dood ligt altijd op de loer.”

André van Duin en Kees Hulst in de tv-serie Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Foto Elmer van der Marel

De tv-serie Het geheime dagboek van Hendrik Groen draait er niet om heen: in de allereerste scène zien we hoe twee lijkophalers in een bejaardenhuis een overleden dame hardhandig in een lijkzak jonassen. Hendrik Groen, de titelheld, ziet het gebeuren. Hij voegt het beeld bij een lange reeks sombere taferelen uit de wachtkamer des doods, die hem even later naar de euthanasiefolder doet grijpen.

Een gewaagd begin van de 12-delige MAX-serie die is gebaseerd op het populaire boek van Hendrik Groen over het leven in een bejaardenhuis. De vele lezers roemen voornamelijk de humor en warmte van het boek. Ze zullen dus wel even schrikken van dit hardgrauwe begin. Het huis, de herfstige omgeving, en het uiterlijk van de inwoners: alles is geschilderd in tachtig tinten grijs. Regisseur Tim Oliehoek (38 2/3) – bekend van de gelauwerde serie De Zaak Menten – legt uit: „Dat grijs gebruik ik om te laten zien hoe de bewoners tegen de omgeving wegvallen. En de humor? Het gaat wel over het verval van mensen, de dood ligt altijd op de loer – dus dan kan je niet te ver gaan met humor.”

Eigen ervaring

Oliehoek heeft de eerste scène met de doodgravers gebaseerd op een eigen ervaring: „Ik zag ooit per ongeluk hoe ze mijn oma in de kist gooiden. Ik wil de confrontatie van Hendrik Groen met de dood laten zien, die hem triggert om nog iets van zijn leven te maken, voor het voorbij is. De grauwheid benadrukt de noodzaak van vriendschap en van verzet tegen het regime in het tehuis.” De serie schildert eerst de ellende, om de bevrijding van Hendrik Groen in de derde aflevering extra sterk eruit te laten springen. Dan richt de oude heer de Omanido-club op (‘Oud maar niet dood’), een rebellenclub die hem op de valreep levenslust, vriendschap en liefde zal geven. Oliehoek belooft: „Als ze met de Omanido-club beginnen, krijgt hun kleding ook meer kleur. Dan gaan ze eindelijk fladderen.”

Kees Hulst (65 1/3) speelt Hendrik Groen. Volgens hem dankt het boek zijn populariteit aan de alledaagse herkenbaarheid, ook voor mensen die jonger zijn dan tachtig: „Het speelt zich af in een bejaardenhuis, maar in wezen verandert dat niets: het gaat nog steeds over liefde, eenzaamheid, vriendschap, jaloezie. Alleen heb je het niet over padvinders en maagden, maar over senioren. Hendrik Groen is een keurige, geremde man, die ontdekt dat hij toch nog enige dapperheid en opstandigheid in zich heeft. Die komt er echter geleidelijk uit, dus ik moest mezelf wel inhouden: van nature ben ik een stuk anarchistischer dan Hendrik.”

Bon vivant

Een speler die zich helemáál moest inhouden, was André van Duin (70 2/3). De volkskomiek is verrassend gecast als de beste vriend van Hendrik Groen: Evert, een onafhankelijke bon vivant die zijn medebewoners graag op stang jaagt. Oliehoek: „Evert is een man die besloten heeft alle pijn uit de weg te gaan.” Eerder zei Van Duin dat hij vreesde dat de tv-serie helemaal niet zo geestig is als het boek. Maar na het zien van de eerste aflevering valt het hem mee. Van Duin: „Het is nu eenmaal meer op de ontroering dan op de lach gericht.” André van Duin en Kees Hulst waren ook elkaars tegenspelers in het toneelstuk: The Sunshine Boys (2015). Ook Olga Zuiderhoek, die Hendrik Groens liefde Eefje speelt, zat in dat stuk.

Na The Sunshine Boys is dit pas de tweede keer in zijn loopbaan dat Van Duin een serieuze rol speelt. En net als in dat toneelstuk probeerde de regisseur hem vooral niet André van Duin te laten spelen. Steeds kreeg hij te horen: „Heel leuk, niet doen”. Van Duin vond het frustrerend: „Ik probeer er altijd iets leuks van te maken, een beetje te improviseren, maar dat mocht allemaal niet. Ik kreeg steeds te horen: ‘Nee, niet die wenkbrauw optrekken. Kijk uit, niet te koddig’.” Het waren zware dagen, vindt de komiek. „Ik vroeg me vaak af: wat doe ik hier? Waarom nemen ze niet iemand anders? Er zijn zoveel mensen die serieus kunnen acteren.”

Als Van Duin bijna niets van zichzelf mocht laten zien, waarom hem dan zo tegencasten? Regisseur Oliehoek: „Omdat het André van Duin is. Je kunt hem zo chagrijnig maken als je wil, de kijker blijft van hem houden.”