Felle concurrentiestrijd brillenketens

Belastingconstructies

Grote opticienzaken als Specsavers en Hans Anders gebruiken dubieuze fiscale constructies om te kunnen concurreren. Het doet denken aan Starbucks.

Interieur van een filiaal van Pearle Opticiens. Foto Bart Maat / ANP

Tussen grote opticien- en audicienketens als Specsavers en Hans Anders woedt een hevige concurrentiestrijd waarbij de mate van belastingafdracht een belangrijk concurrentiewapen is geworden. Het moederbedrijf van Hans Anders koos een dermate gewaagde fiscale constructie via Luxemburg dat de Nederlandse Belastingdienst het bedrijf terugfloot, waardoor het bedrijf al meer dan 6 miljoen euro extra vennootschapsbelasting betaalde. Het conflict hierover dient nu bij de rechter.

De formule van Specsavers draagt van de ketens de minste vennootschapsbelasting af, zo blijkt uit onderzoek van NRC. Vrijwel alle winkels van Specsavers (brillen en soms ook gehoorapparaten) zijn aparte besloten vennootschappen waarvan het uiteindelijke moederbedrijf op Guernsey is gevestigd. Guernsey kent geen winst- en geen dividendbelasting en geldt als belastingparadijs.

Een Nederlandse tussenholding van Specsavers heeft aparte goedkeuring gekregen van de Belastingdienst om de winkels rond de 20 procent aan kosten te laten betalen aan hun moeder, waardoor er minder belastbare winst overblijft. Specsavers benadrukt dat het moederbedrijf marketing, ICT en veel financiële administratie voor de aangesloten winkels regelt en wijst op de vertrouwelijke ruling met de fiscus. „Het verkrijgen hiervan is een resultaat van een volledige en transparante review van de financiële status van Specsavers inclusief de gehanteerde heffingen en prijsmechanismes in Nederland .”

De constructie van Specsavers doet experts denken aan de wijze waarop Starbucks in opspraak is geraakt. Die liet lokale vestigingen onevenredig hoge kosten betalen om zo de winst kunstmatig laag te houden.

Fiscaal jurist Jan Vleggeert van de Universiteit Leiden begrijpt dat zelfstandige opticiens zo een concurrentienadeel hebben. „Maar grote internationaal opererende bedrijven hebben wel vaker voordelen ten opzichte van de lokale ondernemer. Multinationals kunnen gebruikmaken van de verschillende wetgeving in de verschillende landen. Daar is niet per se iets bijzonders aan de hand. Of dat ook wenselijk is, is een politieke vraag.”