Een stoel voor je winkel – mag dat?

Op een stoel voor je zaak klanten afwachten en na sluitingstijd een wijntje drinken. Maastricht verbiedt het. Na vier jaar heeft de rechter deze vrijdag uitspraak gedaan.

Ton Stille ging in 2012 op de bon tijdens een wijntje na sluitingstijd. Foto Chris Keulen

Met een beetje discipline heeft Ton Stille (73) geen moeite. Decennialang voer hij als kapitein grote schepen over de wereldzeeën. Daarbij kon je evenmin zonder regels. „Maar je hebt de letter en de geest van de wet.”

In de Maastrichtse Rechtstraat kan het allemaal wat losser, vindt Stille, die er al 25 jaar woont en sinds zeventien jaar een boekantiquariaat bestiert. In het drukste gedeelte van de binnenstad, aan de overzijde van de Maas, zitten de grote winkelketens. Hier, in stadsdeel Wyck, zit een ander soort middenstand: boetiekjes, delicatessen- en speciaalzaken, galeries. Hier hangt de sfeer waar Maastricht zijn reputatie als meest Latijnse stad van Nederland aan dankt. Dus zit Stille op klantloze momenten geregeld op een stoel voor zijn zaak. Naast hem staat dan een kleiner stoeltje met foldertjes over het cultuuraanbod in de stad. „Voor voorbijgangers. En nee, daar betaal ik geen precariorechten voor. Ik heb geen terrasvergunning. Maar ik zit hier ook niemand in de weg.”

Dat Stille inmiddels enige roem geniet als ‘de stoepzitter’, heeft te maken met twee bekeuringen tegen hem vanwege zijn stoeltjes. In de zomer van 2012 ging hij op de bon tijdens een wijntje na sluitingstijd. Toenmalig wethouder André Willems (stadsbeheer, Seniorenpartij) schold de boete kwijt. Een jaar later kreeg Stille opnieuw een proces-verbaal. Dat zorgde voor de nodige ophef in Maastricht; zo kwamen er een Meldpunt Stoute Stadswachten op Facebook en een demonstratieve sit-in in de Rechtstraat. De boekhandelaar besloot de boete van 220 euro niet te betalen en de zaak te laten voorkomen.

Ondernemertje pesten

Konrad Brouns, eigenaar van een kunstgalerie, begrijpt die beslissing van zijn overbuurman. „Dit is gewoon ondernemertje pesten, de onnozelheid ten top.”

Dat gedrag sluit, vindt hij, wel aan bij het profiel van de gemiddelde buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). „Dat is iemand die bij een commercieel bedrijf niet langs de personeelschef komt. De overheid neemt hem wel onder de arm, geeft hem een uniform en een tweedaagse cursus. Ze voelen de genoeglijke sfeer in de straat niet aan.”

Ton Stille, eigenaar van antiquariaat Stille.Chris Keulen

Goudsmid Daniëlle Bruggenwert, met een zaak even verderop, toont zich wat milder: „Je hebt goede en vervelende handhavers. Met veel van hen valt, als je je redelijk opstelt, best te praten.” Maar ze heeft het ook anders meegemaakt. „Toen ik een keer een zware migraine had, is mijn man mij een keer met de auto komen ophalen. Dat leverde ons een boete van negentig euro op. Uitleggen waarom hielp niet.”

Nooit meer last

Deze vrijdag boog de rechtbank in Maastricht zich inhoudelijk over het stoepzitten van Stille. Officier van justitie Ilona Janssen noemde diens gedrag wel degelijk strafbaar. Ze had donderdagmiddag ook nog even gemaild met voormalig wethouder Willems en die ontkende in 2012 te hebben toegezegd dat de boekhandelaar nooit meer last zou hebben van de handhavers.

Rekening houdend met de lange tijd die al is verstreken voordat de zaak voor de rechter kwam, viel haar eis lager uit dan de oorspronkelijke boete van 220 euro. Janssen eiste nu een voorwaardelijke boete van 50 euro met een proeftijd van twee jaar.

Bart Welvaart, de advocaat van Stille, vroeg om niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, „omdat in een bagatelzaak de redelijke termijn is geschonden”. Toen de zaak in januari 2015 al eens ter zitting kwam, vroeg en kreeg het OM tijd voor extra onderzoek. „Behalve dat mailtje aan de wethouder van gisteren heeft justitie niets ondernomen.”

Applaus voor de rechter

Rechter René Beije ging daar in zijn uitspraak in mee. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad „moet er heel wat zijn gebeurd” om een niet-ontvankelijkheidsverklaring te kunnen motiveren. „In dit geval gebeurde er voornamelijk niks. Dat is kwalijk gezien de vier jaar en vier maanden die verstreken.”

Bovendien, vond Beije: als een wethouder een soortgelijke bekeuring eerder kwijtschold, kan een burger verwachten dat hij in nieuwe, soortgelijke gevallen geen last meer krijgt.

In de volle zaal klonk applaus voor de rechter. Aan een oordeel over de essentiële vraag, de strafbaarheid van stoepzitten (al dan niet in strijd, met de Algemene Plaatselijke Verordening), kwam hij op grond van de niet-ontvankelijkheid niet toe.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de rechter René Bleije heet. Dit moet Beije zijn.