Recensie

Een roman die zich leent voor een polonaise

Dana Grigorcea

Met vaart en humor vertelt deze jonge Roemeense schrijver over het dagelijkse leven in het Boekarest van na de val van het communisme.

Wat een chaos in Dana Grigorcea’s Het fundamentele gevoel van schuldeloosheid. Personages komen zonder introductie de roman binnenzeilen, de tijd verspringt haast zonder dat je het doorhebt van voor naar achter, sommige zinnen moet je overlezen voor je ze vat. Daarbovenop is het boek gedrukt in een grote, kermisachtige letter (de i heeft een klein ruitje als punt!). Je moet, tenzij je van kakofonie houdt, heel wat drempels over voor je er echt voor gaat zitten. Deze roman leent zich misschien sowieso beter voor een polonaise.

Goed, u danst al lezende de polonaise en wordt door Dana Grigorcea (Boekarest, 1979) het Boekarest van na de Wende in gekatapulteerd, net als bankmedewerkster Victoria, die nadat ze een traumatische bankoverval heeft meegemaakt, terugkeert naar de stad van haar jeugd. Alleen, of samen met haar verloofde, schuimt ze de straten af die ze zo goed kent, spreekt ze af met vroegere vrienden, herkent ze in alles de verschillen tussen de jaren voor en na de val van het communisme. Nu hoeft de jeugd geen ‘pionier’ meer te worden, en nu hoeven buurtbewoners met andere sympathieën dan het huidige bewind zich niet meer koest te houden.

‘En al snel zijn we op de Boulevard van de Vliegeniers’, beschrijft Victoria als ze met haar verloofde in de auto zit: ‘de voormalige Chaussee Jianu, voorheen Buzdugan, voorheen Antonescu, voorheen Koning Mihai, voorheen Stalin. In Mémés jeugd heette het hier nog „Naar de Chaussee”’. De straatnamen zijn symbolisch voor de veranderingen.

Een heftige, gedetailleerde indruk van de stad, wordt de lezer (die nu niet alleen de polonaise danst maar ook een champagneglas op zijn hoofd balanceert) gepresenteerd. Het gaat haast te snel om de beelden vast te houden. Bovendien kun je afgeleid worden door de vele kluchtige situaties. Denk aan Dinu, de ex van Victoria, die stuntman is geworden en hinnikend met een fiets rondspringt (?) waarna hij zich van een brugrand laat vallen – wat overigens wordt beschreven als: ‘vanwaar hij zich […] zachtjes op zijn zij laat vallen’. Op zijn zij? Maar valt-ie er nu af of niet? Ik heb het idee dat de schrijver er niet helemaal uitkomt.

Er komen in deze roman behoorlijk wat ongelukkige formuleringen voor. Zo trekt Victoria op de fiets haar benen op en strekt ze deze ‘als vleugels’ uit. Het klópt niet: hoe hoog en wijd kan die dame in vredesnaam haar benen aan weerszijden van haar lichaam optrekken? Of: een voetbalspeler die het spel zo’n vaart geeft dat ‘je je hoofd heen en weer moest bewegen om de bal te kunnen volgen, net als bij tennis, of bij heavy metal’. Ik snap het wel, er wordt gedoeld op headbangen, maar voordat het beeld van een heavymetalband die op het podium een doodshoofd of basketbal overgooit, uit mijn brein is gefilterd ben ik Grigorcea alweer kwijt.

In theorie is het een goed idee, zo’n roman over Boekarest, met vaart, humor en bovendien een intelligente kijk op het dagelijks leven van voor en na de Wende. Maar om even in mijn eigen flauwe metafoor te blijven hangen: ik struikel die polonaise uit, en verlies onderhand vlag, champagneglas en leesplezier.