Een morele kruistocht met een hashtag

Je kon als man niet lekker meegenieten van de #MeToo-campagne zonder met de billen bloot te gaan.

Foto Robin Utrecht

Het was de heetste 16 oktober ooit gemeten. Een klimaatcadeautje dat je niet kon weigeren. Ik had ’s avonds met een vriend afgesproken bij een strandtent, niet ver van waar deze foto werd genomen. „Drukte op het strand van Scheveningen voor de laatste zomerse dag”, is het bijschrift, maar ik zie een prachtige houtskoolschets van eenlingen verdwaald in een woestijn. De laatste zomerdag maakt sowieso melancholisch en nu die steeds later komt, bekruipt je het gevoel (nee, de wetenschap) dat het niet klopt, dat zonnebaden tussen paddenstoelen. Er zou een woord moeten komen voor deze gratis herfstzomerdagen. Unheimisch lekker zijn ze, in de vrolijke extase en het knagend besef dat we hier ooit flink voor zullen moeten dokken. Gelukkig zijn veel van die strandtenten tegenwoordig klimaatneutraal en biologisch afbreekbaar. Daar koop je zonden mee af.

Op die rokjesdag met wroeging moest ik een stukje door donker bos om bij het strand te komen. En dat bospaadje neem ik ook als bruggetje naar de #MeToo-campagne: de vrouwen die dapper vertelden over mannelijke misdragingen die hen waren overkomen, mij ook, mij ook, mij ook. In reactie op hun getuigenissen vroegen sommige mannen wat zij dan konden dóén. Een van de praktische tips was om, als je in het donker achter een vrouw loopt, te laten blijken dat je geen gevaar vormt door aan de andere kant van de weg te lopen.

Mijn bospaadje was daarvoor te smal. Wel voelde ik de neiging om bij elke tegenligger heel hard iets van Bach te neuriën. Toen besefte ik hoe effectief die campagne was. Het ging niet alleen in je kop zitten, het veranderde je gedrag. En voor het eerst begreep ik een beetje hoe het moet zijn voor een lichtgetint persoon met baard die een treincoupé instapt met zijn rugtas: de druk om signalen af te geven dat je niet eng bent.

Toch riep de #MeToo-campagne ook weerzin op. Er klopte iets niet.

Was het dat er druk op vrouwen lag om met intieme, nare privé-verhalen te komen om het onderwerp aan de orde te kunnen stellen? Zoiets schreef schrijver Megan Nolan.

Of kwam het door waar de politicoloog Mark Lilla steeds op hamert: de neiging van progressieven om zich te verliezen in debatten over gender en ras, waardoor er geen overkoepelend ideaal is, terwijl we in hetzelfde schuitje zitten? Het beeld drong zich op van die zinkende Titanic met genderneutrale toiletten.

Nee, wat knaagde was: je kon als man niet lekker van deze campagne meegenieten zonder zelf met de billen bloot te gaan. Dat #MeToo was onlosmakelijk gekoppeld aan #IHave: de mannen die opbiechtten dat ze iets fouts hadden gedaan. Een hand die kroop waar het niet kon, een foute blik, een innuendo. Ik heb dat ook gedaan, ik ook, ik ook — wie niet. Ik ook, maar waarom zou ik dat meedelen? Wat doet die autobio er toe?

Er ging ook een ‘pledge’ rond: een belofte die mannen aflegden van dingen die ze nooit meer zouden doen. Dat publieke schuld belijden, die geloften: heel Amerikaans natuurlijk, maar het deed me ook denken aan de kerk van mijn jeugd, waar zondaars ten overstaan van de gemeente hun fouten moesten bekennen. Iemand schreef dat de #MeToo-campagne leek op een morele, religieuze kruistocht, maar dan van liberalen. Ik weet niet of dat zo is, maar toen ik die herfstzomeravond naar huis fietste, wist ik zeker dat een paar zaken op hun einde liepen: de zomer, het oude klimaat en het individuele, seculiere Westen.

Het was in deze week van #IkOok alsof de ‘ik’ van het hyperindividualisme samensmolt met een soort religieus ‘wij allemaal’. Het vult een dringende behoefte: om op te gaan in iets groters, in een koorzang van getuigende respectievelijk biechtende vrouwen en mannen.

Het netto effect van #MeToo lijkt me onmiskenbaar positief, maar ik ben er nog niet uit of ik lid wil zijn van zo’n nieuwe kerk. Ik kan er nog geen vinger opleggen, maar ik kreeg de neiging te fluisteren: ‘Ik niet, I am only human.’