Échte safari doe je te paard

Op safari per jeep? Een paard brengt je letterlijk dichter bij het wild.

Foto's Tanya Baber/Limpopo Horse Safaris

Tientallen gieren kijken vanuit de kale bomen toe terwijl onze groep paarden over de stoffige savanne stapt. Het is het einde van de winter in de Limpopo-vallei, een uitgestrekt natuurgebied in het meest oostelijke puntje van Botswana, en het duurt nog zeker twee maanden voordat het regenseizoen de dorre vlakte weer tot leven zal wekken. In de droge rivierbeddingen liggen de afgekloven skeletten van allerlei soorten antilopes. Hun imposante geweien hebben de leeuwen met rust gelaten. Dit is geen fijne plek om van je paard te vallen, flitst door mijn hoofd. Precies op dat moment begint Smokey, de valkkleurige warmbloed waarop ik rijd, als een malloot te bokken.

De veiligheidsinstructies die we voorafgaand aan onze achtdaagse safari-te-paard hadden gekregen, logen er niet om. Onder geen beding mochten we de voorste gids voorbijrijden. Bij een aanval van een olifant moesten we direct omdraaien en weg galopperen naar een veilige plek. „De paarden zijn sneller dan de olifanten”, had onze gids Mpho Serumola er geruststellend bij gezegd. Mochten we leeuwen tegenkomen, dan moesten we juist zo rustig mogelijk blijven staan. „Vooral niet rennen! Dan word jij de prooi.”

We hadden gegiecheld, mijn reisgenoten en ik – acht vrouwen, uit alle delen van de wereld, van een Nieuw-Zeelandse kiwi-teler tot een Sloveense huisarts en een Franse wijnshop-eigenaar. Het zal wel loslopen met die roofdieren, dachten we nog. Maar toen we bij de stallen van Limpopo Horse Safaris op onze paarden stapten en Mpho behalve een lange zweep ook een geweer in zijn zadeltas stak, werd snel duidelijk dat het menens was. Eenmaal buiten de poort, op de met olifantendrollen bezaaide steppe, moesten we één voor één een proef afleggen. „Galoppeer maar zo hard je kunt naar die bosjes in de verte”, zei Mpho. „En keer dan in een rustige handgalop weer terug naar de groep.”

Het examen hadden Smokey en ik glansrijk doorstaan, maar nu, omringd door een leger gieren, heb ik het gevoel de controle te verliezen. Er zit mijn paard duidelijk iets dwars. Zou hij de aanwezigheid van leeuwen voelen?

Mpho, die met zijn geelrode bandana en zijn spiegelende zonnebril meer weg heeft van een Amerikaanse rapper dan een Afrikaanse bushman, is vooruit gereden. Hij heeft iets geroken, zegt hij, voordat hij afdaalt in de rivierbedding. „Een lijkenlucht.” Terwijl mijn paard zenuwachtig pirouetjes blijft draaien, zien we aan de overkant iets wegschieten in het hoge gras. „We moeten hier weg”, gebaart Mpho. „Er ligt een prooi, de leeuw zal die willen verdedigen.” Maar Smokey blijft op de plaats staan bokken en weigert te vertrekken. Mpho komt van zijn paard, tilt Smokey’s staart op en knijpt een venijnige steekvlieg dood. Mijn paard en ik slaken beiden een zucht van verlichting.

De kans om de ‘Big Five’ (olifant, neushoorn, leeuw, luipaard en buffel) te zien vanaf de rug van een paard is wat me aantrok in de African Explorer Safari. De reis wordt georganiseerd door twee ranches die als zusterorganisaties samenwerken: het Zuid-Afrikaanse Horizon Horseback Adventures en Limpopo Horse Safaris uit Botswana. De eerste vier dagen kampeer je in luxe safaritenten in het Waterberg-reservaat, daarna reis je vier uur noordwaarts naar de grens met Botswana, waar je drie nachten slaapt in een kamp dat gebouwd is onder twee eeuwenoude mashatubomen. Goed kunnen paardrijden is essentieel – je zit gemiddeld vier tot zes uur per dag in het zadel en er wordt hard en lang gegaloppeerd.

Big business

In Zuid-Afrika zijn we nog maar net op pad als drie giraffen ons pad kruisen. Ze lijken in slowmotion te lopen, maar verdwijnen met hun trage telgang toch opvallend snel en geruisloos weer de bosjes in. Bij zonsondergang worden we verwend met gin-tonics, die midden in het bos uit een koelbox worden getoverd en die we hoog op de rode rotsen nuttigen. In het licht van de volle maan galopperen we over stoffige paden terug naar het kamp. Vanuit mijn ooghoeken zie ik links en rechts zebra’s wegschieten.

De dagen erna verkennen we de hoogvlaktes, de grillige zandstenen kliffen en de idyllische meren van het Waterberg-reservaat. De paarden kennen dit terrein heel goed en beklimmen de rotsige paden tredzeker en lichtvoetig. Als ze niet hoeven te werken, lopen de 95 paarden van organisatie Horizon hier vrij rond en delen ze de oevers van het meer met de zebra’s, bavianen en nijlpaarden. Ze kijken niet op van een overstekend wrattenzwijn of een voorbijrennende elandantilope. Dankzij hen kunnen we adembenemend dicht bij het wild komen.

Lees ook: Waar is de avontuurlijke reiziger, nu alles te plannen is? Hij survivalt op een eiland. Of neemt de brommer naar Iran

We zien visarenden pal voor onze neus uit de bomen vliegen. We jagen in een stofwolk achter een kudde gnoes aan, zo hard dat het lijkt of we vliegen. We laten ons vertederen door pasgeboren giraffes en spotten zeldzame rietbokken en sabelantilopes, die volgens onze Zimbabwaanse gids Shingai Masviriri miljoenen Zuid-Afrikaanse rand waard zijn. „Als je mij een verliefd paartje kunt bezorgen, ben ik een rijk man”, lacht hij.

Op de nijlpaarden na zijn het allemaal vriendelijke diersoorten, die banger zijn voor ons dan wij voor hen. De echte roofdieren laten nog op zich wachten. In Zuid-Afrika worden de safari’s vooral gehouden in zogeheten ‘game reserves’, grote privéterreinen met hoge hekken eromheen om het wild binnen te houden. Alle dieren zijn hier particulier bezit. Langs de hoofdweg naar het Waterberg-district zien we grote marktplaatsen en veilinghuizen waar de giraffen en olifanten worden verhandeld. De safari-industrie is hier big business.

Kaartje van Limpopo Horse Safari.

Pas in Botswana begint de echte wildernis. Hier zijn geen hekken en kunnen de olifanten vrij de grens over dwalen richting natuurgebieden in Zuid-Afrika en Zimbabwe. Ook om ons kamp staat geen omheining. Er is zelfs geen schrikdraadje om de leeuwen tegen te houden. De eetzaal is niet meer dan een tafel onder een rieten dak. Van daar naar onze tent is het hoogstens tweehonderd meter. Maar zodra de schemering is gevallen, mogen we die afstand alleen onder begeleiding van een gids overbruggen. „Gisteren lag daar nog een mannetjesleeuw op de oprit”, wijst Mpho met zijn zaklantaarn. „Dus let in het donker vooral op oplichtende ogen. Als ze naast elkaar staan, is het een roofdier.”

’s Nachts mag je de tent, die op een lage houten veranda staat, onder geen beding verlaten. Voor noodgevallen ligt er een rode toeter op het nachtkastje. Als je daarop blaast, komt een van de gidsen je ontzetten. Het voelt alsof de tent een eiland is, waar je alleen met behulp van een schipper weer vanaf kunt komen.

Verse sporen van klauwen

Die eerste nacht in de bush doe ik geen oog dicht. Rond de tent klinkt een concert van dierengeluiden. In de verte hoor ik het getrompetter van olifanten. Dichterbij klinkt gekrijs dat lijkt op het krolse geluid van mijn kat op zwoele zomeravonden. Dan begint een zwaardere stem te grommen en hijgende geluiden te maken – een jachtluipaard, beaamt Mpho de volgende ochtend als ik de klanken nadoe. De verse sporen van klauwen in het zand rond mijn tent bevestigen zijn komst. Maar er is ook een nieuw, platgestampt pad van olifantensporen dat vlak langs de eetzaal loopt. „De olifantensnelweg liep weer dwars door het kamp vannacht”, grijnst Mpho.

In de vroege ochtend trekken we eropuit voor een lange rit. In galop slalommen we om stekelige bosjes die net in bloei komen en een zoete, weeïge lucht verspreiden – de geur van de bush. We springen over olifantendrollen zo groot als voetballen en zien kuddes impala’s voor ons uit dansen. De McDonald’s van de bush worden deze sierlijke antilopes hier genoemd, vanwege de M-vormige markering op hun achterste.

We pauzeren in de schaduw van een oude mashatuboom en binden onze paarden vast aan de grillige takken. Net als we de eerste hap van onze lunch willen nemen, zegt een van mijn reisgenoten: „Kijk, een olifant.” Mpho springt direct overeind en sist: „Snel, op jullie paarden!” Als een perfect op elkaar ingespeeld team bergen we de etenswaren weer op en helpen we elkaar in het zadel. Zigzaggend stappen we uit het zicht van de olifantenfamilie die precies onze boom heeft uitgezocht voor hun middagdutje.

Van een afstandje slaan we ze gade, Mpho gespannen turend over zijn zonnebril en met zijn hand dichtbij de zweep in zijn holster. „Zolang de kleintjes rustig drinken bij hun moeder, staan we hier veilig”, zegt hij. „Maar zodra het mannetje zijn slurf aan de grond zet om de vibratie in de aarde te voelen, moeten we wegwezen. Dan voelt hij onraad en kan hij aanvallen.” Terwijl Smokey ontspannen staat te knabbelen op wat dorre grassprietjes, knijp ik mijn handen samen om mijn teugels. Het voelt als een onwerkelijke droom om zo dichtbij deze machtige dieren te staan.

’s Avonds, bij het kampvuur, zien we hoe de bavianen de restanten van de lunch uit onze zadeltassen roven. In de boomtoppen houden ze hun eigen feestje met onze zakjes noten en half afgekloven appels.