Bedachtzaam, en de vertrouweling van Pechtold

Rutte III Als minister van Onderwijs zal Van Engelshoven ervoor moeten zorgen dat de honderden miljoenen euro extra die de coalitie voor Onderwijs heeft uitgetrokken zo effectief mogelijk worden besteed.

Foto Bart Maat/ANP

Ingrid van Engelshoven (51) ís D66. Niet voor de buitenwereld, maar des te meer voor de binnenwereld van de partij. Terwijl Alexander Pechtold als lijsttrekker bezig was met de electorale opbouw van de partij die in 2006 op sterven na dood was, stortte zij zich vanaf 2007 tot 2013 als partijvoorzitter op de interne organisatie van D66.

De door goedbedoeld amateurisme gekenmerkte partij werd onder haar strakke leiding een professionele organisatie. Vrijwilligheid is niet hetzelfde als vrijblijvendheid, was haar credo. Zij tekende voor scholingsprogramma’s, kadertrainingen en een haast permanente programmatische discussie in de partij .

Alles in nauw overleg met de partijleider. Van Engelshoven wordt dan ook gezien als een absolute vertrouweling van Pechtold. Die wilde Van Engelshoven dit jaar dan ook graag op de kandidatenlijst van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen. Ze kwam op plek 5 en kreeg op 15 maart 10.941 voorkeurstemmen. Het was voor weinigen in de fractie een verrassing dat Pechtold haar direct opnam in het onderhandelingsteam voor de kabinetsformatie.

Een echte nieuwkomer op het Binnenhof was Van Engelshoven niet toen zij eerder dit jaar verkozen werd. In 1989 kwam ze als medewerker bij de Tweede Kamerfractie werken. Twee jaar daarvoor was de student bestuurskunde in Nijmegen voorzitter van de lokale D66-afedeling geworden. Ze had eerder toenmalig partijleider Hans van Mierlo bevlogen horen spreken over de reden van bestaan D66 en was direct verkocht.

Als minister van Onderwijs zal Van Engelshoven ervoor moeten zorgen dat de honderden miljoenen euro extra die de coalitie voor Onderwijs heeft uitgetrokken zo effectief mogelijk worden besteed. Daarbij kan zij gebruik maken van haar ervaringen in de gemeente Den Haag waar zij zeven jaar wethouder van onderwijs was. Scholen kregen van haar meer autonomie op voorwaarde dat zij meer in leraren zouden investeren.

Op het Haagse stadhuis werd zij als wethouder gekaraktariseerd als „bedachtzaam”. Zij kon zich wel vinden in die kwalificatie gaf Van Engelshoven in mei toe, toen zij als Tweede Kamerlid haar maidenspeech hield en zichzelf presenteerde: „ Iets minder van de instant oneliner en iets meer van de goed doordachte woorden. Ik hoop dat ook in dit huis vol te houden. Omdat ik vind dat in onze samenleving woorden betekenis hebben, zeker als ze door politici worden gebruikt.”