Zij zijn beter dan de rest

Beroepskampioen

Deze week werden in Abu Dhabi de wereldkampioenschappen voor beroepen gehouden. Ook in Nederland is er voor bijna iedere beroepsgroep wel een wedstrijd. Hoe word je de beste in je vak?

Jelle Hendriks (19) won het Nederlands kampioenschap CAD-tekenen voor mbo-studenten. Foto Lars van den Brink

Ergens op een zolderkamer in het Noord-Brabantse Cuijk maakt Jelle Hendriks (19) achter zijn computer avond na avond 3D-modellen van industriële producten. Normaal worden deze zogeheten CAD-tekeningen gebruikt als recept voor productiemachines – bijvoorbeeld om een schep van een graafmachine te maken – maar niet bij Hendriks. Voor hem is het puur training. Dit voorjaar werd hij Nederlands kampioen in dit vakgebied. Vorige week vertrok de vierdejaarsstudent werktuigbouwkunde naar Abu Dhabi om Nederland te vertegenwoordigen op de wereldkampioenschappen voor beroepen in de categorie CAD-tekenen.

Er zijn in Nederland tientallen beroepen met een eigen kampioenschap: van stratenmaker tot strafrechtadvocaat en van controller tot gitarist. Winnaars mogen zich een jaar lang de beste in hun vak noemen. Soms worden er speciale wedstrijddagen georganiseerd, zoals bij het Nederlands Kampioenschap Lassen of het NK Tuinaanleg, andere beroepskampioenen worden door een jury gekozen op basis van hun prestaties in het voorgaande jaar.

Hoeveel beroepswedstrijden er precies zijn, is niet bekend. De grootste aanbieder van kampioenschappen is WorldSkills Netherlands, een stichting die als doel heeft vakmanschap en beroepsonderwijs te promoten. De stichting is onderdeel van een internationale organisatie (WorldSkills), en wordt ondersteund door de ministeries van Onderwijs en Economische Zaken en partners uit het onderwijs en bedrijfsleven.

Marc van der Meer, bijzonder hoogleraar Onderwijsarbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, noemt beroepswedstrijden nuttig. „Studenten innoveren, het contact van het onderwijs met het werkveld neemt toe. Bovendien zorgen de kampioenschappen voor waardering in sectoren waar dat niet automatisch gebeurt.” 

Privileges

Meedoen aan een beroepswedstrijd kan ook bijzonder lucratief zijn, weet Saar Berks (36), Nederlands enige vrouwelijke meester-parketteur. Sinds 2013 doet ze mee aan het Nederlands Kampioenschap Parketleggen. Ze won de titel van 2016, en prolongeerde die vorige maand. De wedstrijd is voor Berks een jaarlijkse reünie, vertelt ze. „Je leert heel de branche kennen. En als vrouw die Saar heet, onthoud iedereen je.” De bijbehorende titel geeft volgens Berks veel privileges. „Ik hoor in één klap bij de top en kan voor freelance werk terecht bij de beste parketteurs.” Bovendien wordt ze regelmatig gebeld nadat mensen haar werkbus met daarop de belettering ‘beste parketteur van Nederland’ hebben zien rondrijden.

Saar Berks (36) won twee keer het Nederlands Kampioenschap Parketleggen. Foto Lars van den Brink

Ook CAD-tekenaar Hendriks plukte de afgelopen maanden de vruchten van zijn kampioenschap. Zo krijgt hij meer vertrouwen bij het bedrijf in waterbehandelings- en luchtbevochtigingssystemen waar hij een bijbaan heeft: „Ik mag steeds meer tekenen, want ze weten nu dat ik het écht kan.”

Een heel ander type werkkampioen is de Belgische Sabine Kern (51). Zij beoefent geen ambacht: Kern studeerde chemische technologie en kwam na haar afstuderen naar Nederland om voor chemiebedrijf DSM te werken. Drie jaar later koos ze voor de publieke zaak. Een zilveren jubileum verder is ze concessiemanager openbaar vervoer bij de Provincie Limburg én de beste ambtenaar die ons land kent. De jury prees onder meer haar aanpak bij de lastige aanbesteding van het openbaar vervoer. Ze slaagde erin „de verbinding te maken tussen de bestuurlijk opdrachtgever, de vervoerder en haar medewerkers, de provinciale organisatie en de samenleving”, zo vermeldt het juryrapport. „En dat allemaal in de Limburgse provinciecultuur.”

Na de gewonnen finale in december ontplofte haar LinkedIn- en Facebook-profiel van de felicitaties, vertelt Kern. Ook kreeg ze ineens volop aandacht van recruiters. Ze vermoedt daarnaast dat haar verkiezing de provinciedirectie over de streep trok haar te vragen voor een nieuwe klus. Verder merkt ze dat de titel vertrouwen geeft in haar manier van werken: burgers zoveel mogelijk betrekken bij haar werk. De prijs, een bon om een opleiding te volgen, wil ze dan ook niet in haar eentje verzilveren, maar gebruiken om haar team verder te trainen in die „mensgerichte aanpak”.

Geen felicitaties

Sabine Kern (51) werd uitgeroepen tot beste ambtenaar van het jaar 2016. Foto Lars van den Brink

Maar hoe word je dat eigenlijk, de beste in je vak? Kern denkt het meeste te profiteren van haar zelfkennis. Zo weet ze honderd procent zeker dat ze „altijd met mensen moet werken”, en niet in een hok documenten moet schrijven. Maar ervaring is volgens haar net zo belangrijk. „Eerlijk is eerlijk: dit kon ik nog niet toen ik achttien was. Je moet een paar keer door moerassen lopen om te merken wat wel en niet werkt. En leergierig zijn.”

Potentiële opvolgers raadt ze enige mate van masochisme aan, zegt ze lachend. „Ik ben zelfkritisch, tot het extreme toe. Ik durf dingen uit te proberen, maar geef het gelijk toe als een bepaalde aanpak niet werkt.” Ze kan het iedereen aanraden om mee te doen aan beroepswedstrijden. „Benoemen waar dingen goed gaan, dat mogen we vaker doen in Nederland.”

Jelle Hendriks, de jonge CAD-tekenaar, noemt zijn eigen plezier als belangrijkste reden voor zijn succes. „Daardoor wil en kan ik nog meer leren.” Zijn tweede advies ligt voor de hand: heel veel oefenen. „Doe zoveel mogelijk ervaring op en maak fouten.” In de aanloop naar het WK besteedde Hendriks zo’n 2,5 dag per week aan het technisch tekenen. Omdat hij ook nog een opleiding volgt, betekende dit dat hij vrijwel iedere avond en ieder weekend op zijn zolderkamer zat. Tijdgebrek is volgens hem dan ook de belangrijkste barrière voor vooruitgang. „Ik had nog wel meer willen oefenen, maar het lukte gewoon niet.”

De belangrijkste regel van parketteur Berks: doe geen concessies. „Het moet écht perfect zijn, voor minder doe ik het niet. Door streng te zijn voor jezelf, blijft de kwaliteit gewaarborgd.” Dat dit haar vrijwel altijd lukt, komt volgens Berks doordat het werk haar altijd energie geeft. „Dan kun je lang door blijven gaan, en de beste worden.”

Tijdens haar tweede deelname aan het kampioenschap – waarbij parketteurs de opdracht krijgen op één vierkante meter een zo mooi mogelijk parket te leggen – merkte ze voor het eerst dat parketleggen haar favoriete bezigheid was. „De eerste keer was ik geen bedreiging voor de top, dus het tweede jaar vond iedereen het heel gezellig dat ik meedeed. Maar halverwege de dag keken mensen schuin naar mijn bord en werden ze steeds stiller. Ik werd tweede. Sommige deelnemers vertrokken zonder me te feliciteren. Toen pas kreeg ik door: ik ben hier blijkbaar goed in.”

Onrealistische verwachtingen

De beste willen zijn is niet altijd makkelijk. Hendriks merkt dat sinds hij de titel ‘Nederlands kampioen’ draagt, mensen soms hoge eisen stellen of onrealistische verwachtingen koesteren. „Dan zegt een collega bijvoorbeeld over een tekening: Jelle, dit zou jij toch moeten kunnen? Maar dan is de software er gewoon niet toe in staat.” Ook Berks ondervindt nadelen. Zo kost haar werkwijze heel veel tijd, en die wordt lang niet altijd vergoed. „Ik werk niet voor het grote geld, maar voor de mooie klussen. Maar ik weet wel dat ik op deze manier nooit in de Quote 500 kom.”